over nieuws, discussies en publicaties in zorg, welzijn en onderwijs
Posts tonen met het label nieuws. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuws. Alle posts tonen
donderdag 16 mei 2019
Wat weten we over Jeugdzorg plus?
In 2017 werden 2710 jongeren opgenomen in een JeugdzorgPlus voorziening / gesloten jeugdzorg, de meest intensieve vorm van jeugdhulp. Het gaat om jongeren met ernstige gedragsproblemen die zonder behandeling een risico voor zichzelf of de omgeving vormen. Om hulp te kunnen bieden en onttrekking aan de zorg te voorkomen mag JeugdzorgPlus beperkende maatregelen toepassen. Maar wat weten we eigenlijk van de effectiviteit van deze vorm van hulp?
Jeugdzorg met een plus
Door Biblion kreeg ik de publicatie Jeugdzorg met een plus toegestuurd om te recenseren. De publicatie is geschreven door Coen Dresen en Lieke van Domburgh, beiden betrokken bij de jeugdzorg plus. Zij geven een overzicht van de kenmerken van jongeren die worden opgenomen, de werkzame factoren en de inbedding van JeugdzorgPlus in het zorglandschap. Ook wordt beschreven op welke terreinen er nog kennis ontbreekt om deze jongeren effectief te helpen. De tekst is geïllustreerd met casuïstiek.
Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp
In de publicatie wordt duidelijk dat de effectiviteit van opname afhankelijk is van een aantal factoren: zorgvuldige besluitvorming bij opname; een veilig en positief leefklimaat op de leefgroep; individuele interventies gericht op de jeugdige èn op het gezin; methodisch groepswerk waarbij de nadruk ligt op fasering, positieve bekrachtiging en shared-decision making; onderwijs en zeker ook vervolgzorg.
Van deze effectieve factoren is zeker niet altijd sprake volgens ervaringsdeskundigen en ook separatie komt regelmatig voor in de jeugdzorg plus. Separatie is schadelijk en traumatisch blijkt uit onderzoek, en het maakt jongeren vaak zieker in plaats van beter. Hoe vaak het voorkomt weten we niet, want dat wordt niet bijgehouden en daardoor heeft de inspectie er ook geen zicht op.
Sluit depressieve kinderen niet op maar geef ze liefde
Dit zegt Jason Bhugwandass (21) ervaringsdeskundige in een artikel in de Volkskrant van 8 februari jl. die zelf ook te maken heeft gehad met de gesloten jeugdzorg. Hij wordt hierbij ondersteund door onderzoek. ‘Repressie veroorzaakt stress bij zowel jongeren als medewerkers, leidt vaak tot meer probleemgedrag en belemmert de effectiviteit van de behandeling’, stelt Sophie de Valk in haar proefschrift Under Pressure – Repression in Residential Youth Care.
Actieplan voor betere zorg kwetsbare jongeren
De oproep van Bhugwandass kreeg gehoor en inmiddels is er een actieplan met als doel: geen gedwongen afzondering meer, een preventieplan tegen zelfdoding en minder onnodige verplaatsingen van kwetsbare jongeren. Met deze en andere maatregelen moet de gesloten jeugdhulp flink verbeteren, stellen de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in een actieplan.
Ervaringsdeskundigen
Een nieuw plan, oké, maar wat opvalt in positieve zin, is dat niet alleen professionals maar ook ervaringsdeskundigen aan de slag gaan om voor 1 oktober 2019 een gezamenlijk beeld van een positief leef-, leer- en werkklimaat formuleren. Dat is nog eens een goede actie, want wie weet beter dan jongeren die het zelf hebben meegemaakt wat goed gaat werken? Wat hen heeft geholpen hun leven op de rit te krijgen en wat niet? Ik kijk er naar uit, want zeker zo'n ingrijpende vorm van hulp moet toch een beter effect hebben dan niets doen.
Meer lezen?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp, BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp
maandag 14 november 2016
Cliëntroutes in de jeugdhulp nu online
Waar kunnen ouders terecht die hulp bij de opvoeding nodig hebben? En hoe werkt het als gespecialiseerde hulp nodig is? Wat als er nu al hulp is, hoe gaat het dan verder? Sommige gezinnen en jongeren krijgen hulp in het kader van de jeugdbescherming, wat houdt dat in en welke maatregelen zijn er dan mogelijk? Wat als anderen zich zorgen maken en een melding doen bij Veilig Thuis?
Deze en nog meer vragen hebben cliënten die te maken hebben met jeugdhulp. Op verzoek van de cliëntentafel jeugd van LOC is een toegankelijke website gemaakt waar al deze informatie te vinden is. Deze informatie is samengesteld in samenwerking met cliënten en deskundigen en is vanaf heden te vinden op de website www.clientroutesjeugdhulp.nl. De cliëntroutes zijn te bekijken op computer, telefoon en tablet.
Informatie over jeugdhulp
De gemeente organiseert ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen, jongeren en hun ouders. Ze is verantwoordelijk voor hulp bij alle denkbare opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Dus zowel voor de jeugdzorg, de jeugd-GGZ als de jeugd-LVB. Dat kan vrijwillige hulp zijn of hulp in een gedwongen kader. Iedere gemeente heeft dat op zijn eigen manier georganiseerd, maar er zijn veel overeenkomsten in de routes die ouders en jongeren doorlopen vanaf de aanmelding tot de afronding van de hulp.
Op de website vindt u
- een helder overzicht van de routes die cliënten kunnen volgen van aanmelding tot afsluiting van de jeugdhulp ;
- informatie over de kinderbeschermingsmaatregelen die de kinderrechter kan opleggen zoals de ondertoezichtstelling (OTS), uithuisplaatsing;
- de taak en rol van (nieuwe) organisaties in de jeugdhulp zoals wijkteams, gecertificeerde instelling, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming;
- tips om de eigen regie te versterken. Zodat de hulp aansluit op wat volgens ouders nodig is.
Gebruik door cliënten en professionals
Cliënten en professionals kunnen ook gezamenlijk de cliëntroutes doornemen. En samen kijken naar de stappen die gezet kunnen worden. Instellingen die de informatie toegankelijk willen maken voor cliënten kunnen een link naar de cliëntroutes jeugdhulp op hun eigen website zetten.
dinsdag 26 januari 2016
Liefde zonder vlinders
Vanaf vandaag is er een hulplijn voor slachtoffers van seksueel geweld die 24 uur per dag bereikbaar is. Op 0800-0188 neemt de meldkamer van het Centrum Seksueel Geweld de telefoon op en brengt het slachtoffer in contact met het dichtstbijzijnde centrum (Volkskrant 26 januari 2016). Een stap vooruit bij de aanpak van seksueel geweld.
21 weken
In het boek liefde zonder vlinders pleit Merel van Groningen er voor contact op te nemen met een Centrum voor Seksueel Geweld als je verkracht of aangerand bent. Uit onderzoek onder 323 meisjes tussen de 12 en 25 jaar die zich na een eenmalige verkrachting bij het UMC Utrecht meldde, blijkt dat het gemiddeld 21 weken duurt voor ze voor het eerst over deze ervaring praten. Het vaakst doen ze dat met een vriend(in). Slachtoffers die binnen een week er over durven te praten (59% van het totaal) gaan twee tot 3 keer vaker naar de politie of de dokter. Degenen die langer dan een week nodig hebben, bleken vaak jonge pubers die door een bekende waren verkracht.
Liefde zonder vlinders
Merel weet waar ze het over heeft, zelf was ze slachtoffer van een loverboy. Nu geeft ze voorlichting op scholen en hoort daar talloze schrijnende verhalen. In haar boek lees je de verhalen van slachtoffers van seksueel misbruik, eerwraak, loverboys, ruilseks om pesten te voorkomen, sexting, jongensprostitutie, verkrachtingen door foute vriendjes enz. Overeenkomst in alle verhalen is de schaamte, het schuldgevoel van slachtoffers en het idee dat alleen 'domme' meisjes zoiets overkomt. Ook zie je hoe ouders vaak niet in staat zijn bescherming te bieden omdat slachtoffers uit angst of schaamte liegen, ouders uit wanhoop strenger worden, niet in gesprek gaan, daardoor meer afstand creëren, het slachtoffer zich niet begrepen voelt en precies doet waar ouders zo bang voor zijn.
Voor ouders en jongeren
Door de toegankelijke manier waarop het boek is geschreven is het een aanrader voor ouders en voor jongeren. Want naast de verhalen en de visie van Merel, komen ook de politie, hulpverlening, school, voorzitter van de commissie aanpak meisjesslachtoffers/ mensenhandel en een kamerlid aan het woord.
Communicatie
Het belangrijkste advies uit het boek is communicatie. Voor slachtoffers: praat erover, zoek contact met iemand die je kan helpen. Voor ouders geldt hetzelfde, maar praat ook met je kinderen over seks, waar zijn ze mee bezig, wat doen ze op internet? En dan niet alleen verbieden, want dan eindigt het gesprek, toon interesse, laat zien dat je er ook bent als het moeilijk is of als ze iets doms gedaan hebben. Want wie heeft er nog nooit iets doms gedaan? En dan is het fijn als je ouders er toch voor je zijn.
donderdag 23 april 2015
Niet bezuinigen op inspraak jeugdhulp
PERSBERICHT 23 april 2015
Gemeenten spannen het paard achter de wagen door te bezuinigen op jongerenraden in de instellingen voor jeugdhulp. Dat vinden het JeugdWelzijnsBeraad, LOC Zeggenschap in Zorg, Defence for Children, Ieder(in) en het Landelijk Platform GGz. De organisaties maken zich ernstig zorgen over de kwaliteit van de hulp als jongeren aan de zijlijn staan.
In veel jeugdinstellingen bestaat nu nog een aparte jongerenraad die advies geeft aan de directie. Vanaf januari dit jaar gaan gemeenten over de jeugdhulp, waarop wethouders direct fors moeten bezuinigen. ,,Jongerenraden worden makkelijk gezien als vetrandje dat je kan wegsnijden”, aldus Arnold Kassing van het JeugdWelzijnsBeraad. ,,Maar zo’n bezuiniging levert bijzonder weinig op, terwijl het in de toekomst veel euro’s kan kosten als instellingen planken gaan misslaan doordat ze jongeren niet meer consulteren.’
De gezamenlijke organisaties adviseren gemeenten in het manifest ‘Medezeggenschap van kinderen en jongeren en de nieuwe jeugdwet’ juist om extra te investeren in inspraak. Kassing: ,,Volwassenen kunnen zich niet altijd goed verplaatsen in kinderen. In een gesloten instelling kan dat bijvoorbeeld leiden tot ongelukkig geformuleerde huisregels die agressie oproepen in plaats van wegnemen. Daar haalt een jongerenraad zo de angel uit. Dat scheelt opsluiting in de isoleercel en nodeloze inzet van personeel. Maar zelfs als het gaat om bezuinigingen kun je gewoon aan jongeren vragen of zij willen meedenken. Misschien vinden ze het prima om één warme maaltijd te vervangen door brood, als het jaarlijkse uitje dan maar doorgaat.”
Volgens de organisaties doet zich de curieuze situatie voor dat cliëntenparticipatie in de nieuwe Jeugdwet steviger is verankerd dan daarvoor. ,,De Tweede Kamer heeft goede intenties gehad, maar we maken ons ernstige zorgen over de uitvoering door gemeenten. De eerste signalen zijn niet positief”, aldus Kassing. ‘Daarom roepen we alle gemeenten in Nederland op om de jongerenraden niet af te breken, maar juist te versterken.”
maandag 23 februari 2015
Privacy van ouders en jongeren in de jeugdhulp: tien regels
Met de overdracht van de jeugdhulp naar gemeenten zijn ook de gegevens van cliënten overgedragen naar gemeenten. Er zijn regels waar de gemeente zich aan moet houden bij de verwerking van persoonlijke gegevens en ouders en jongeren hebben bepaalde rechten als de gemeente over hun persoonsgegevens beschikt*.
Waar moet de gemeente zich aan houden bij de verwerking van persoonlijke gegevens?
1. De hulpvraag is leidend. De informatie die wordt gebruikt heeft te maken met de hulpvraag van de ouder en de jeugdige.
2. De medewerker kijkt altijd of het noodzakelijk is om de gegevens op te vragen, of hij/zij ook een goed beeld zou kunnen vormen met minder gegevens en of er geen andere manier is om te helpen dan door het opvragen van uw gegevens.
3. De cliënt wordt altijd vooraf geïnformeerd welke gegevens er worden verwerkt.
4. De betrokken medewerkers hebben alleen inzicht in die informatie die nodig is voor het gedeelte van het plan van aanpak waar zij mee werken
5. De regisseur verwerkt alleen de zogenaamde DAT-informatie van andere organisaties die een deel van het plan uitvoeren. Detailinformatie over de geleverde zorg en over de bewoner blijft bij de zorgaanbieder. Bijvoorbeeld DAT iemand recht heeft op een bepaalde vorm van zorg is informatie die wordt verwerkt: maar wat die zorg precies inhoudt en op welke manier die aan het gezin gegeven wordt niet. Dit is informatie die bij de zorgaanbieder blijft.
6. De gemeente krijgt alleen administratieve informatie die nodig is om facturen te verwerken of voor statistieken, maar nooit inhoudelijke informatie over de cliënt of over de situatie.
Rechten van cliënten
7. Inzage in gegevens
Op verzoek moet de gemeente aangeven welke gegevens van u bij wie aanwezig zijn, hoe men er aan is gekomen en met wie de gegevens eventueel zijn uitgewisseld. Indien dit wordt geweigerd zal de gemeente duidelijk aangeven wat daarvan de redenen zijn
8. Correctie en of aanvulling of verwijdering van gegevens
Wanneer u, na inzage in de gegevens, van mening bent dat ze onjuist, onvolledig of onnodig zijn, kunt u een verzoek indienen om dat te veranderen. Indien dit wordt geweigerd zal de gemeente duidelijk aangegeven wat daarvan de redenen zijn.
9. Afschermen/anonimiseren
U kunt de gemeente verzoeken herkenbare gegevens te verwijderen, of als u niet wilt dat medewerkers inzage hebben in al uw gegevens, kunt u een verzoek tot afscherming van bepaalde gegevens indienen. Dat zijn gegevens over afkomst (etniciteit: in welk land je geboren bent), of je een strafblad hebt en gezondheid.
10. Overdracht gegevens
Om bepaalde redenen, bijvoorbeeld een verhuizing, kunt u de gemeente vragen uw gegevens over te dragen aan een andere instelling. Dit verzoek zal zo snel mogelijk worden ingewilligd, tenzij de overdracht wettelijk niet is toegestaan of moet worden uitgesteld.
Meer informatie? De Landelijke Cliëntenraad zeggenschap in werk en inkomen heeft een uitgebreide brochure gemaakt met uitleg over bescherming van persoonsgegevens. Zie https://www.landelijkeclientenraad.nl/Content/Downloads/141112-factsheet-privacy.pdf
* Bron: VNG, King Handreiking communicatie naar de burger
dinsdag 18 februari 2014
Cliënten serieus nemen, gedeelde besluitvorming in de jeugdzorg
Momenteel worden richtlijnen voor de jeugdzorg ontwikkeld. De eerste gepubliceerde en geautoriseerde richtlijn, die over ernstige gedragsproblemen is te vinden op de website van het programma www.richtlijnenjeugdzorg.nl. Andere richtlijnen zoals voor uithuisplaatsing, stemmingsproblemen, problematische gehechtheid, KOPP, crisisplaatsing en ADHD zijn in concept en nog 7 andere richtlijnen zijn in ontwikkeling. Daar wordt de komende twee jaar aan gewerkt.
Maar zitten we eigenlijk wel te wachten op richtlijnen voor de jeugdzorg? Clienten zijn niet standaard en hebben behoefte aan hulp op maat, afgestemd op hun specifieke situatie. Clienten willen betrokken worden bij besluitvorming over de hulp. Hoe beter aangesloten wordt op de wensen van clienten, hoe meer ze zich zullen inzetten en hoe effectiever de hulp. Dus was goed om te horen dat in iedere richtlijn telkens een paragraaf zal staan over gedeelde besluitvorming, als manier waarop je met je cliënten met richtlijnen (en de kennis die er in vervat is) omspringt. In de richtlijn ernstige gedragsproblemen kun je lezen wat die gedeelde besluitvorming is. Uitgebreid en duidelijk wordt beschreven hoe dat eruit ziet en ook in het gedwongen kader is de professional niet ontslagen van het uitnodigen van ouders en jeugdigen tot samenwerking en gedurende het hele proces betrekken bij de besluitvorming.
In de cliëntversie wordt de richtlijn nog aangevuld met de 3 vragen die clienten altijd aan de hulpverlener moeten stellen om de keuzes en de bijbehorende voor en nadelen goed scherp te krijgen (zie plaatje boven deze blog). Gewerkt wordt nog aan een pakkende Nederlandse vertaling.
Als gedeelde besluitvorming serieus wordt genomen door hulpverleners en clienten hun keuzes goed afwegen met behulp van deze drie vragen kunnen deze richtlijnen een positieve bijdrage leveren aan effectieve vraaggerichte hulp.
dinsdag 17 december 2013
Prostitutie een vrije keuze?
Kort geleden kreeg ik van Biblion de publicatie Moskou aan de Amstel toegestuurd om te recenseren.
In deze publicatie beschrijft Metje Blaak, bekend als persvoorlichter voor de belangenorganisatie voor sekswerkers De Rode Draad, over haar leven als prostituee en haar ervaringen nadat ze gestopt is. Ze vertelt hoe moeilijk het was om daarna een eigen zaak op te bouwen, over het stigma, en over haar ervaringen als voorlichtster van de Rode Draad. Ze heeft geen goed woord over voor het prostitutiebeleid, of het nu over registratieplicht, verhoging minimumleeftijd of sluiting van de Theemsweg gaat. Gemeentes er hebben volgens haar totaal geen verstand van, ze ontnemen vrouwen hun werkplek en zorgen ervoor dat het ondergronds, uit het zicht verder gaat. Metje beschrijft de prostitutie als een prima beroep en hoewel ze de samenhang met vrouwenhandel en drugscriminaliteit niet ontkent, vindt ze de gekozen aanpak zinloos. Ook vertelt ze over Patricia Perquin, die een tijdlang in de rol van ex-prostituee als adviseur voor de gemeente Amsterdam, maar een bedriegster bleek. Ze eindigt met aanbevelingen hoe het wel zou moeten, zodat prostituees hun werk goed kunnen uitvoeren.
Of er veel vrouwen uit eigen vrije wil hun lichaam verkopen is de vraag. In de Volkskrant van 4 december jl. schrijft Robin (artiestennaam) ex-prostituee met 5 jaar ervaring in het werk, dat ze in de wisselende kring van 10 collega's nooit meer dan één of twee 'happy hookers' heeft ontmoet en dat de overige vrouwen werden uitgebuit, een drugsverslaving financierden, partners uit schulden moesten halen, hun gezin in het land van herkomst financieel ondersteunen of een ernstige psychiatrische aandoening hadden, vaak veroorzaakt door seksueel misbruik in de jeugd.
De vraag is hoe vrij de vrije keus van deze vrouwen is om voor de prostitutie te kiezen.
Blijft dat Metje een punt heeft en dat al die maatregelen er niet toegeleid hebben dat de vrouwenhandel stopt. Meer regelgeving blijkt niet te werken. Het is zaak het over een andere boeg te gooien en te kijken hoe je ervoor kunt zorgen dat vrouwen die voor dit beroep 'kiezen' geen slachtoffers van vrouwenhandel zijn of op een andere uitgebuit worden, dat ze het geld dat ze er mee verdienen zelf mogen houden en ondersteund worden om te stoppen als ze dat willen. Misschien is het de moeite waard de mogelijkheden te onderzoeken om een cooperatie van prostituees het zelf te laten regelen. Om prostituees zelf eens te vragen met een plan te komen dat de 'vrije' keuze van henzelf en de andere vrouwen te garandeert.
maandag 12 november 2012
Kinderen in de vrouwenopvang geen recht op onderwijs?
Alle kinderen hebben recht op onderwijs. Zo staat het tenminste in de rechten van het kind. Toch zijn er miljoenen kinderen die niet naar school kunnen. Ze moeten bijvoorbeeld werken.
Maar ook in Nederland zijn er kinderen die niet naar school gaan. Kinderen die met hun moeder huiselijk geweld ontvluchten en meegaan naar de vrouwenopvang Rosa Manus, kunnen niet direct op een school in de buurt terecht. Scholen nemen deze kinderen niet op omdat het teveel onrust in de klas geeft, want het is vooraf niet duidelijk hoe lang deze kinderen blijven. Ook zijn deze kinderen misschien wat drukker, lastiger of stiller dan kinderen die in een prettig en liefdevol gezin opgroeien. Maar toch hebben ook deze kinderen recht op onderwijs.
Gelukkig is de situatie sinds mei 2010 verbeterd, want aan kinderen die zijn opgenomen bij Rosa Manus wordt nu drie ochtenden per week les gegeven. In deze drie ochtenden worden de kinderen door een speciaal door de gemeente Leiden gesubsidieerde en bij Rosa Manus aangestelde juf bijgespijkerd. De kinderen leren weer wennen aan het schoolritme en met onzekere kinderen wordt stof geoefend die ze moeilijk vinden en gewerkt aan het opbouwen van zelfvertrouwen. Intussen wordt informatie opgevraagd bij de school waar het kind vandaan komt en bekeken welke school het meest geschikt is voor het betreffende kind. Als de kinderen dan overgaan van de crisisafdeling naar de intensieve afdeling en dus blijkt dat de kinderen langer blijven, probeert deze juf de kinderen te plaatsen op de meest geschikte school in de buurt en dat lukt dan meestal ook.
Voor de kinderen is het goed dat ze de eerste weken aandacht krijgen van een speciale juf, voordat ze weer in een gewone klas mee moeten doen, maar drie ochtenden per week is natuurlijk erg weinig. En deze opvangklas is ook nog eens een project. Onderwijs voor kinderen een project?
Ook kinderen in de vrouwenopvang hebben recht op onderwijs. Ondanks crisis en noodzakelijke bezuinigingen is het van belang dat deze opvangklas wordt gecontinueerd en beter nog: uitgebreid.
maandag 29 oktober 2012
Gevaarlijke relaties, tips van ervaringsdeskundigen
45% van alle Nederlanders tussen de 18 en 70 jaar is ooit slachtoffer geweest van huiselijk geweld als kind, partner of ouder. Naar schatting 200.000 mensen worden jaarlijks slachtoffer van evident, ernstig huiselijk geweld. De belangrijkste vorm van huiselijk geweld is partnergeweld. Cijfers die er niet om liegen en daarom is het van belang hier oog voor te hebben. Ook dit jaar is er weer een publiekscampagne die aandacht besteed aan huiselijk geweld ‘Een veilig thuis. Daar maak je je toch sterk voor?’ Gestimuleerd wordt actie te ondernemen,want geweld stopt nooit vanzelf.
Maar hoe voorkom je nou dat je in zo'n situatie terechtkomt? Waar moet je opletten en welk advies kun je vrouwen geven die keer op keer in een gewelddadige relatie terechtkomen?
In de vrouwenopvang waar vrouwen heengaan om huiselijk geweld te ontvluchten, worden regelmatig groepen georganiseerd met als doel om het inzicht in partnerkeuze te vergroten, sterker te worden en zich meer te richten op hun eigen leven. Onderdeel van zo'n groep is ook het in kaart brengen van signalen van (toekomstige) 'foute' partners.
Zij maakten de volgende lijst van signalen:
Als hij jaloers is als je naar anderen kijkt
Als hij je controleert
Als hij weinig vertrouwen heeft in jou en in andere mensen
Als hij vindt dat hij de baas is
als hij snel boos is als je je niet gedraagt zoals hij wil
Als hij te aardig is, overweldigend
Als hij je wil isoleren
Als hij je telefoon controleert
Als hij vindt dat je hem dankbaar moet zijn
Als je geen fouten mag maken van hem
Als hij achterdochtig is
Als hij je klein wil houden en nare boodschappen geeft over wat hij van je vindt
Als hij onvoorspelbaar is.
Een relatie is iets wat je hebt met z'n tweeën en misschien nog wel interessanter zijn de signalen die de vrouwen verzamelden over waar je op moet letten bij jezelf.
Het is niet goed :
Als je steeds excuses moet maken naar hem
Als je steeds moet opletten in wat voor bui hij is
Als je gestopt bent met je eigen mening te zeggen
Als je dingen voor jezelf moet houden, je niet met hem kunt praten over dingen die voor jou belangrijk zijn
Als je hoopt dat hij verandert
Als je je grenzen niet kunt stellen
Als je je contacten met familie/vrienden beperkt voor hem
Als je steeds op je tenen moet lopen
Als je ziet dat je je steeds meer op hem richt en jezelf wegcijfert
Als je bang voor hem bent
Als je merkt dat de relatie niet meer gelijkwaardig is.
Steeds duidelijker is dat huiselijk geweld iets is dat beide partners (ongewild) in stand houden. Wellicht zijn deze signalen een eyeopener voor mensen die in zo'n situatie zitten en een stimulans om de relatie te beëindigen of hulp te zoeken.
maandag 1 oktober 2012
Krachtwerk, Herstelwerk en Strengths Model, wat is nieuw?
De laatste tijd worden in Nederland een aantal nieuwe basismethodieken ingevoerd, Krachtwerk in de vrouwenopvang, Herstelwerk in de maatschappelijk opvang en het Strengths Model in de psychiatrie. Wat is nieuw aan deze methodieken en wat zijn de overeenkomsten en verschillen?
Al deze methodieken zijn gebaseerd op het Strength model dat in de Verenigde Staten is ontwikkeld door Saleeby en Rapp & Goscha en hoewel iedere methodiek er een eigen draai aan gegeven heeft, werken ze met vergelijkbare instrumenten en gaan uit van vergelijkbare principes. Zo werken al deze methodieken met zogenaamde krachteninventarisaties. Niet de problemen van de cliënt staan centraal, maar de krachten en het gaat erom om deze krachten te verzamelen en vast te leggen. Focus op individuele krachten en niet op tekortkomingen is dan ook één van de basisprincipes van deze methodiek. Dit kan tot bijzondere inzichten leiden. Zo vond een hulpverleenster bij een cliënt die verbleef in de daklozenopvang wel veertig krachten. Het gaf haar een heel andere kijk op op deze vrouw, maar ook voor de vrouw zelf was het een bijzondere ervaring en het bood nieuwe mogelijkheden om de begeleiding vlot te trekken. Een ander principe van deze methodiek is dat cliënten het vermogen hebben te herstellen. Hoe slecht het ook met iemand gaat, niemand is hopeloos verloren. Het is aan de hulpverlener om de kracht van de cliënt aan te boren, motivatie is geen voorwaarde maar een effect van de hulp. De methodiek legt er ook de nadruk op dat de relatie tussen hulpverlener en cliënt het meest werkzame ingrediënt van de hulpverlening is. Dat wisten we natuurlijk al langer, maar het is mooi dat het ook nog eens door deze evidence based en practice based methodieken wordt bevestigd. De werkrelatie is primair en essentieel is daarmee een derde basisprincipe van de methodiek. Ook heeft de cliënt de regie over de begeleiding . Dus niet de hulpverlener bepaalt waar aan gewerkt gaat worden, maar de cliënt. Het gaat erom erachter te komen wat de cliënt echt wil, wat zijn passie is, waar hij/zij echt voor wil gaan. En het is niet aan de hulpverlener om te bepalen of dat een realistisch perspectief is, maar om met de cliënt te kijken wat de eerste stap in die richting kan zijn. Deze stappen worden vastgelegd in een (actie)plan, dat een soort werkagenda is voor de cliënt. De hulp wordt daardoor heel concreet en doelgericht voor zowel cliënt als hulpverlener. Hulpverleners werken daarbij zoveel mogelijk in de natuurlijke omgeving van de cliënt, dus ze gaan zoveel mogelijk bij cliënten thuis op bezoek in plaats van ze op kantoor uit te nodigen en maken gebruik van de mogelijkheden die de omgeving, zoals de buurt en het netwerk van de cliënt te bieden heeft, vanuit het laatste principe dat de samenleving rijk aan hulpbronnen is.
Ook werken alledrie deze methodieken met gestructureerde team(kracht)besprekingen, waarbij hulpverleners vragen kunnen inbrengen die voortkomen uit het werken met cliënten. De krachteninventarisatie is de basis van de bespreking en andere teamleden worden gestimuleerd creatieve oplossingen te vinden om de begeleiding weer op gang te brengen. Niet de oorzaak van problemen wordt geanalyseerd, maar de aandacht gaat naar oplossingen en naar wat werkt bij cliënten.
Al met al een frisse krachtgerichte wind die door Nederland waait, die zeker voor veel Nederlanders wennen is omdat we toch meer gericht zijn op wat fout gaat dan op wat goed gaat en makkelijker kritiek geven dan complimenten, maar eigenlijk is het niets nieuws dat het beter is om mensen aan te spreken op wat ze wel kunnen dan op wat ze niet kunnen. Niets nieuws, maar effectief en daar gaat het om.
maandag 27 augustus 2012
Begeleide terugkeer na huiselijk geweld
Veel vrouwen die een situatie van huiselijk geweld ontvluchten, keren terug naar hun mishandelende partner in de hoop dat het niet meer zal gebeuren. Beiden zijn vast van plan om het nu anders aan te pakken. Vaak mislukt dat. Met 'begeleide terugkeer' lukt het in veel gevallen het geweld te stoppen.
Voor buitenstaanders is het vaak onbegrijpelijk dat vrouwen keer op keer teruggaan naar de partner die hen mishandelde. Maar deze vrouwen willen de relatie niet verbreken, ze willen alleen dat het geweld stopt. Dat komt omdat het geweld er niet continue is, maar verloopt in een cyclus van drie tot vier weken.
De eerste fase, waarin de spanningen oplopen, kenmerkt zich doordat slachtoffer en pleger een patroon van woordenwisselingen, schelden, uitdagen en dreigen opbouwen. Er is sprake van onenigheid zonder oplossing.
De tweede fase is de aanloop naar (nieuw) geweld. In deze fase leiden spanningen tot angst, onderwerping en woede. Beide partners verliezen controle.
In de derde fase volgt de geweldsuitbarsting. De spanningen escaleren in fysiek, seksueel of psychisch geweld. Het geweld kan eenzijdig zijn, maar ook wederzijds.
De vierde fase zijn de wittebroodsweken. Deze laatste fase kenmerkt zich door shock, ontkenning en ongeloof. De pleger voelt zich schuldig en tracht de relatie weer goed te krijgen: ‘Het gebeurt noot meer’. Maar uiteindelijk volgt op deze vierde fase weer de eerste fase die begint met woordenwisselingen. Het is deze vierde fase waar vrouwen naar terug verlangen(Basisboek huiselijk geweld, H. Janssen en W.Wentzel 2012).
Begeleide terugkeer is kortdurende hulpverlening (vijf tot acht gesprekken) bedoeld voor vrouwen die willen dat het geweld stopt, maar die ook hun relatie willen voortzetten. Eerst gaat de hulpverleenster afzonderlijk met beide partners in gesprek. In deze gesprekken wordt onderzocht in hoeverre zij allebei gemotiveerd zijn om de relatie voort te zetten en het geweld te stoppen. Daarna volgen gezamenlijke gesprekken met beiden. Kinderen, familie of anderen in de directe omgeving kunnen hierbij betrokken worden. Het stoppen van geweld en bewustwording van alternatieve manieren om conflicten op te lossen staan hierbij centraal. Het aanleren van de zogenaamde time-out procedure is hierbij essentieel onderdeel (Voor meer informatie zie Intieme oorlog van Martine Groen en Justine van Lawick).
Uit onderzoek door de vrouwenopvang in Amsterdam (2004) blijkt dat in 60% van de gevallen waarin gesprekken met beide partners hebben plaatsgevonden het geweld is gestopt. Begeleide terugkeer blijkt een effectieve manier om huiselijk geweld te bestrijden en het is van belang om dat onder de aandacht te brengen van zowel slachtoffers als plegers van huiselijk geweld.Voor beiden is het immers winst als de cyclus van geweld wordt doorbroken en men geleerd heeft op een andere manier conflicten op te lossen.
woensdag 7 maart 2012
Een gebruikersruimte voor harddrugsverslaafden?
Leids Dagblad 22 januari
Het CDA verzet zich tegen de geplande gebruikersruimte voor harddrugs in de daklozenopvang aan het Papegaaisbolwerk.
De partij vindt het gedogen van harddrugsgebruik onwenselijk omdat de gemeente daarmee impliciet stelt dat er niets meer voor de verslaafden gedaan kan worden. Ook vreest het CDA dat de gebruikersruimte meer verslaafden en dealers aantrekt.
In Leiden woedt een heftige discussie over het wel of niet toestaan van een gebruikersruimte voor dakloze harddrugsverslaafden. Waar hebben we het over? In Leiden is er een aanlooproute naar de daklozenopvang. Deze route loopt tussen bedrijven door en als je niet bij de daklozenopvang hoeft te zijn, heb je daar als Leidenaar verder niets te zoeken. Waar voorheen verslaafde daklozen zich in de Binnenstad ophielden en voor overlast zorgden, is dit nu geconcentreerd in deze aanlooproute. Gebruik van harddrugs, dealen, prostitutie, diefstal, vechtpartijen zijn daar aan de orde van de dag.
Voor alcoholisten is een gebruikersruimte ingericht. Geen gezellig cafeetje, maar een plek waar een aan alcohol verslaafde dakloze onder toezicht van de hulpverlening een beperkte hoeveelheid zelf meegenomen alcohol kan gebruiken. Doel van deze ruimte is het terugdringen van overlast van dakloze alcoholisten in de stad en het biedt de hulpverlening de kans contact te leggen met deze doelgroep.
Voor harddrugsverslaafden ligt dat blijkbaar anders. Reden om geen gebruikersruimte toe te staan is volgens sommigen omdat men harddrugsverslaafden niet in de gelegenheid wil stellen om te gebruiken. De ellende is echter dat je verslaafden helemaal niet in de gelegenheid hoeft te stellen, want ze zijn verslaafd en gebruiken toch wel. Ook het idee dat je daarmee stelt dat niets meer voor deze verslaafden gedaan kan worden klopt niet. Door ze te laten verkommeren op de aanlooproute of elders in de stad geef je juist het signaal af dat je niets voor deze doelgroep kunt doen. Nou wordt vaak gezegd dat als ze echt diep in de ellende zitten wel zullen stoppen met gebruik. Zo werkt het niet. Hoe ellendiger, hoe meer gebruik om die ellende te verdragen. Juist door mensen een gebruikersruimte aan te bieden waar ze rustig en veilig kunnen gebruiken help je hen een stapje verder uit die wereld van dealers, prostitutie en geweld. Hulpverleners kunnen contact leggen met gebruikers en uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat herstel bij mensen begint met vertrouwen, vertrouwen dat het mogelijk is te herstellen. Ook het argument van een aanzuigende werking klopt niet. Juist door het instellen van een gebruikersruimte kun je in de aanlooproute een zero tolerance beleid hanteren tegen dealers en anderen die daar niets te zoeken hebben. Dakloze harddrugsgebruikers uit de regio Leiden hebben dan de keuze opgejaagd worden in de stad of onder toezicht in een veilige omgeving gebruiken. Een omgeving waarin de hulpverlening kan proberen deze mensen te verleiden tot het accepteren van hulp. Waarom zou je deze verslaafden niet de kans bieden op een menswaardiger bestaan?
donderdag 2 februari 2012
Leidse zwerfjongeren in de knel

Om fraude te bestrijden heeft de gemeente Leiden Stichting de Binnenvest, maatschappelijk opvang, de opdracht gegeven alleen mensen die feitelijk dakloos zijn een postadres te geven en de huidige postadressen op te schonen. Tot voor kort kon iedereen zich met de mededeling dakloos te zijn voor een postadres melden. Een postadres geeft recht op een daklozenuitkering, dus het animo was groot. Per 1 januari is dat niet meer mogelijk. Alleen mensen die feitelijk dakloos zijn, komen in aanmerking voor een postadres. En feitelijk dakloos zijn betekent buiten slapen of in de daklozenopvang. Op zich een prima maatregel. In deze tijden van bezuinigingen is het belangrijk te kijken of het geld goed besteed wordt en het is natuurlijk niet de bedoeling dat mensen onterecht een daklozenuitkering krijgen terwijl ze samenwonen met iemand die ook een uitkering of inkomen uit werk heeft.
Maar de maatregel heeft ook ongewenste neveneffecten en met name zwerfjongeren worden daar de dupe van. Zwerfjongeren zijn vaker thuisloos dan daadwerkelijk dakloos. Dat houdt in dat zo hier en daar slapen, een paar nachtjes bij hun moeder, bij vrienden, dan weer bij en tante en een paar nachtjes in een kraakpand. Zwerfjongeren hebben, in tegenstelling tot daklozen vaker nog iets van een netwerk, mensen die nog wel af en toe wat voor ze willen doen, maar ze ook niet permanent over de vloer willen/ kunnen hebben.
Voorbeeld van een jongere die door de nieuwe maatregel in de problemen kwam is Marvin*. Marvin is 18 jaar en woonde tot voor kort bij begeleid wonen in de jeugdzorg. Omdat Marvin 18 jaar werd en de einddadtum van het begeleid wonen daarmee in zicht kwam, schreef Marvin zich in voor een uitkering en huurde een kamer bij vrienden. Verder was hij gestart met een leerwerktraject waar hij opnieuw in het werkritme leerde komen en het vertrouwen in zijn eigen kunnen terugwon. Maar het liep anders dan gedacht. Vanuit het leerwerktraject had hij de eerste periode geen inkomen. Marvin was te laat met het bij de gemeente overschrijven naar zijn nieuwe woonadres en kreeg daardoor geen uitkering. Dat kwam doordat er een nieuwe ID moest worden aangevraagd waarvoor hij geen geld had. Doordat hij ook de huur niet kon betalen, werd hij uit zijn kamer gezet. Marvin had nog wel een paar vrienden waar hij af en toe logeerde en bij zijn moeder kon hij twee dagen in de maand terecht om zijn kleren te wassen, maar er was niemand waar hij langer kon blijven. Marvin is een nogal drukke jongen en hem in huis nemen heeft ook nog eens financiele consequenties. Naar de daklozenopvang wil hij niet, daar voelt hij zich niet thuis en dat is begrijpelijk gezien de zware problematiek van veel clienten (verslaving, psychiatrie) die daar gebruik van maken. Maar geen daklozenopvang of buiten slapen (=feitelijk dakloos) betekent geen postadres en geen uitkering. En zonder bewijs van inkomen kun je je niet inschrijven bij bijvoorbeeld de woningbouw en zonder inkomen verhuurt niemand je een kamer. Al met al een vicieuze cirkel. Het leerwerktraject wat hij met veel enthousiasme was begonnen, liep inmiddels ook niet meer zo soepel omdat hij veel tijd bezig was met het zoeken van onderdak en een maaltijd en het daardoor niet altijd lukte om aanwezig te zijn.
Nogmaals het bestrijden van fraude is prima, maar voor zwerfjongeren moet een oplossing gevonden worden. Zo komen ze van de wal in de sloot en worden uiteindelijk inderdaad ook feitelijk dakloos...
*Niet zijn echte naam en enkele feiten zijn ook veranderd om herkenbaarheid te voorkomen
maandag 9 januari 2012
Jeugdzorg in het nieuws

Jeugdzorg is regelmatig negatief in het nieuws. Of het gaat om situaties waar jeugdzorg had moeten ingrijpen en dat niet heeft gedaan. Denk aan Savanna en het Maasmeisje, die het met de dood hebben moeten bekopen. Of jeugdzorg heeft te snel ingegrepen en er is niets aan de hand. De ouders kunnen prima voor hun kind zorgen, zoals de verstandelijk gehandicapte ouders van baby Hendrikus.
Nieuws is zelden genuanceerd...
Professionals in de jeugdzorg bevinden zich in een lastige positie: enerzijds krijgen ze te horen dat ze zich er niet mee moeten bemoeien, dat het prima gaat in het gezin, dat uithuisplaatsing overdreven is, anderzijds krijgen ze zeker als het mis gaat de vraag: Waarom heb je niet ingegrepen, waarom heb je dit kind niet uit huis gehaald, weg van deze verschrikkelijke ouders? De gezinsvoogd staat voor de buitengewoon moeilijke keuze tussen een uithuisplaatsing die voor zowel kinderen als ouders traumatisch is of het kind thuis laten met alle risico’s van dien. Kinderen willen niet uit huis, ze willen dat de mishandeling of verwaarlozing stopt. Jeugdzorgwerkers hebben ruimte nodig om creatief en flexibel te zijn, om die hulp in te zetten die nodig is voor dit kind en dit gezin. Niet de regels en procedures staan centraal, maar het kind en de ouders. Het management moet hen daarin steunen. Een organisatie neerzetten die voorwaardenscheppend is voor hulpverleners, zodat zij hun werk zo goed mogelijk kunnen doen, een organisatie met een duidelijke visie op de hulp aan de cliënt, een visie die medewerkers bindt en hen kaders en steun geeft om zo goed mogelijk om te gaan met de dilemma’s waarvoor ze komen te staan. Waar medewerkers oog hebben voor veiligheid en de ontwikkeling van het kind, maar ook voor de positieve aspecten en mogelijkheden van de ouders, de jeugdige en de opvoedingssituatie.
Hulp die aansluit bij de behoefte van de cliënt en die werkelijk verschil maakt. Daarover schreef ik al in 2003 in het boek vraaggericht werken in de jeugdhulpverlening (Lemma). Wat dat betreft is er weinig veranderd, dus laten we in 2012 ons opnieuw voornemen beter te luisteren naar cliënten, maar nu ook eens aan tevreden cliënten te vragen wat het meest heeft geholpen en waarom. Want het wordt tijd voor goed nieuws.
maandag 12 september 2011
Herstelwerk, een nieuwe basismethodiek voor de maatschappelijke opvang

Herstelwerk is de nieuwe basismethodiek voor de maatschappelijk opvang. De methodiek is ontwikkeld door de academische werkplaats Opvang x Oggz in Nijmegen (www.werkplaatsOxO.nl), is gebaseerd op het Strenght model dat in de Verenigde Staten is ontwikkeld door Saleeby en Rapp & Goscha en is evidence based en practice based. De nieuwe methodiek is een grote stap vooruit, want tot op heden maakte de maatschappelijke opvang vooral gebruik van het 8 fasenmodel, een model wat onvoldoende ondersteuning bood bij het werken met deze doelgroep. Voor de vrouwenopvang is een vergelijkbare methodiek ontwikkeld: Krachtwerk. De methodiek wordt nu ingevoerd bij de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang en sinds eind augustus ben ik werkzaam als projectleider herstelwerk bij de Binnenvest in Leiden.
Maar wat houdt deze nieuwe basismethodiek eigenlijk in? Positief is om te zien dat de academische werkplaats niet in de valkuil is gevallen iets nieuws en verrassends te willen ontwikkelen, maar een aanpak heeft ontwikkeld op basis van ingrediënten waarvan we weten dat ze werken. Zo geven zij aan dat de kern is het vinden van een goede aansluiting tussen wat cliënten kunnen en willen en wat de omgeving biedt en vraagt (zie mijn blog van 29 augustus 2011 over de houding van de hulpverlener). Ook ligt in deze methodiek de nadruk op het leggen van de regie bij de cliënt. Uitgegaan wordt van de krachten van mensen, in partnerschap samenwerken. Waar hebben we dat eerder gehoord? Signs of Safety (blog 18 januari 2010), vraaggericht en oplossingsgericht werken (zie blog 12 april 2010). De samenwerking met cliënten wordt uiterst serieus genomen en het bevragen van cliënten wat ze vinden van de hulp en hoe de hulpverlener het doet zijn belangrijk onderdeel van de werkwijze. Niet nieuw of ingewikkeld dus, maar een simpele en veelbelovende aanpak. Of zoals Saleeby zegt:
"De formule is simpel: mobiliseer de krachten van cliënten en stel ze in dienst van de doelen en inzichten die zij willen bereiken en de cliënten zullen een betere kwaliteit van leven ervaren vanuit hu eigen gezichtspunt"
(wordt vervolgt)
dinsdag 7 juni 2011
Jeugd GGZ wel of niet naar de gemeente?
Met de decentralisatie van de jeugdzorg worden alle taken op het gebied van jeugdzorg overgeheveld naar de gemeenten. Er komt één financieringssysteem voor de gehele jeugdzorg en alle taken op het gebied van jeugdzorg (incl. jeugd-LVG en jeugd-ggz) worden naar de gemeenten overgeheveld.
De overheveling van jeugd-ggz naar gemeenten roept bij GGZ Nederland veel vragen op. Zij stellen dat daardoor schotten dreigen te ontstaan in de bekostiging van de ggz voor volwassenen en ggz voor jeugd enerzijds en tussen de ggz en somatiek anderzijds. Zij vinden dit is zowel zorginhoudelijk als financieringstechnisch ongewenst. GGZ Nederland zet ook grote vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van de bekostiging van curatieve zorg door gemeenten.
Dat GGZ Nederland zich zorgen maakt over de financiering is logisch. De decentralisatie gaat gepaard met een met een efficiencykorting (80 mln in 2015, oplopend tot 300 mln in de jaren daarna).
Zorginhoudelijk is er veel meer over te zeggen en zijn er naast de genoemde zorgen zeker ook veel voordelen te benoemen. Samenwerking tussen de jeugd-ggz en de jeugdzorg heeft onmiskenbaar voordelen. Het bieden van één integraal behandeltraject, indien nodig met de inzet van verschillende disciplines heeft een meerwaarde voor cliënten. De kennis en vaardigheden van de jeugdzorg in het behandelen van gedragsproblemen gecombineerd met de kennis en aanpak van de jeugd-ggz in het behandelen van stoornissen en trauma’s resulteert in betere hulp voor de cliënt. Nu zijn het vaak gescheiden trajecten, waarbij lager opgeleide cliënten met minder geld vaker bij de jeugdzorg terechtkomen en beter opgeleide cliënten met een hoger inkomen bij de jeugd-ggz. Cliënten van de jeugdzorg krijgen dan over het algemeen een gezinsgerichte behandeling en cliënten in de jeugd-ggz een individuele behandeling gericht op stoornissen. En dat terwijl juist de combinatie van een gezinsgericht, gedragsmatige aanpak gecombineerd met behandeling van stoornissen en trauma’s ideaal is.
Maar zijn de aanmeldklachten bij de jeugd-ggz en de jeugdzorg dan zo verschillend?
Nee.
Volgens Tom van Yperen van het Nederlands Jeugdinstituut zijn de doelgroep, de aanmeldklachten en diagnoses van de jeugd-ggz en de jeugdzorg vergelijkbaar:
• 53% van cliënten in j-ggz is jeugdige, 47% volwassene
• 51% van aanmeldklachten is ‘Gedragsklachten’
• 40% diagnose ‘Stoornis in ontwikkeling / gedrag’
• 35% diagnose ‘Overig’
Dus reden genoeg voor de jeugd-ggz om mee te gaan in de decentralisatie en meer op te trekken met de jeugdzorg in de ontwikkeling van een integraal en optimaal aanbod op maat.
maandag 21 februari 2011
De voordelen van gemengde buurtscholen

Het bestrijden van segregatie in het onderwijs is niet langer rijksbeleid. 'Zwarte scholen zijn een feit', zegt CDA-minister Marja van Bijsterveldt in een vraaggesprek met de Volkskrant op 7 februari. 'Het gaat om kwaliteit van het onderwijs. Wit of zwart is minder belangrijk.'
Bijsterveldt heeft wel een heel beperkte kijk op kwaliteit en op wat kinderen moeten leren. Veel scholen zijn alleen gefocust op het aanleren van rekenen en taal en het halen van een hoge CITO score. Daardoor kiezen veel scholen in de strijd naar een hogere CITO score ervoor kinderen van allochtone of laagopgeleide ouders te weren. Maar een hoge CITO score is niet het enige criterium is om te beoordelen of de school goed of slecht is. Om een succesvol en gelukkig leven te leiden is meer nodig dan het aanleren van reken- en taalvaardigheden. Met name het aanleren van sociale vaardigheden is een onderbelicht aspect. Of je nou later dokter wordt of een groentewinkel begint, de omgang met anderen is onmiskenbaar een factor voor succes. Kinderen hoef je niet te stimuleren om die vaardigheden te leren. De belangrijkste reden voor kinderen om naar school te gaan zijn de andere kinderen in de klas. Nog leuker voor kinderen is als er kinderen uit de buurt op school zitten, waar ze na school mee kunnen afspreken om te spelen en zelfstandig naar toe kunnen gaan. Veel witte ouders kiezen er nu voor hun kinderen met de auto naar een school buiten het centrum te brengen, waardoor afspraken om te spelen alleen nog met de agenda erbij gepland kunnen worden. Zowel minister Bijsterveldt als deze ouders ontnemen hun kinderen de kans op ervaringen die verder gaan dan hun eigen werkelijkheid. Gemengde scholen hebben onmiskenbaar voordelen. Ik denk dat mijn nichtje Molly en haar vriendinnetjes (op de foto boven dit stukje) het helemaal met me eens zijn.
maandag 31 januari 2011
Veiligheidsbeleid en risico-management in de jeugdzorg

De overheid is onder de huidige omstandigheden onvoldoende in staat om haar verantwoordelijkheid voor de veiligheid van jonge kinderen tussen 0 en 12 jaar binnen gezinnen waar te maken. Deze conclusie trekt de Onderzoeksraad voor Veiligheid, onder voorzitterschap van prof. mr. Pieter van Vollenhoven, na bestudering van 27 gevallen van kindermishandeling met fatale en bijna‐fatale afloop. (Januari 2011)
Achteraf kijken is natuurlijk altijd eenvoudiger dan vooraf risico's inschatten. De jeugdzorg bevindt zich in een duivels dilemma: het kind thuislaten met alle risico's van dien of ingrijpen wat een traumatische ervaring is voor zowel kinderen als ouders. Veel slachtoffers van kindermishandeling zeggen achteraf: waarom heeft er niemand ingegrepen? Maar ze zeggen daarmee niet dat ze uit huis willen, ze willen dat het geweld stopt. Samenwerking met ouders om het geweld te stoppen is de beste manier om dat te bewerkstelligen en een heldere inventarisatie van de risico's is daarvan een essentieel onderdeel. De 'Signs of Safety benadering' biedt aanknopingspunten voor beiden. Signs of Safety biedt een benaderingswijze voor de hulpverlening wanneer het gaat om onveiligheid van kinderen. Gebruik makend van het netwerk van het gezin wordt in kaart gebracht waar men zich zorgen over maakt, wat de mogelijkheden en krachten van het gezin zijn en hoe ze gaan laten zien dat de kinderen nu en in de toekomst veilig zijn en voorkomen wordt dat zij opnieuw het slachtoffer worden van kindermishandeling, misbruik, verwaarlozing of getuige zijn van huiselijk geweld.
Daarnaast is het ook goed de 27 gevallen met (een bijna) fatale afloop onder de loep te nemen en te analyseren hoe de zaak is verlopen, wie er bij betrokken waren, wat signalen waren, of de kinderen gezien zijn, hoe en welke de risico's geïnventariseerd zijn, wat de aanpak was en hoe geborgd is dat dat ook daadwerkelijk gebeurde. Veel blijkt mis te gaan als er teveel hulpverleners betrokken zijn bij een gezin en geen duidelijke afspraken zijn gemaakt wie verantwoordelijk is voor wat of het omgekeerde één gezinsvoogd die verantwoordelijk is voor teveel gezinnen met te weinig tijd om deze gezinnen te bezoeken, laat staan met collega's een gedegen risico-inventarisatie uit te voeren.
Organisaties voor de jeugdzorg moeten serieus werk maken van hun veiligheidsbeleid en risicomanagement op zo'n manier dat de veiligheid van het kind zo optimaal mogelijk wordt gegarandeerd.
Met een veiligheidsbril ben je er niet.
maandag 10 januari 2011
Voortijdig schoolverlaten vergroot kans op criminaliteit

Financiering van het schoolmaatschappelijk werk (SMW) in het voortgezet onderwijs stopt in het schooljaar 2011/2012. De regeling voorkomen schooluitval (VSV) van het ministerie van OCW vervalt. Gemeenten worden verantwoordelijk voor de aansluiting tussen jeugdzorg en onderwijs en krijgen een regiefunctie.
De vorige week schreef ik al dat de meeste Centra voor Jeugd en Gezin nog geen adequaat aanbod voor jongeren hebben. Nou is het wel zo dat het SMW in veel gemeenten onderdeel is van het Centrum voor Jeugd en Gezin. Het SMW behoort tot de zorgstructuur in en om de school en vormt de verbinding tussen het Centrum voor Jeugd en Gezin, de zorgteams, zorg-en adviesteams in het onderwijs en de lokale preventieve voorzieningen (jeugd- en jongerenwerk). SMW biedt advies, informatie en kortdurende psychosociale hulp aan ouders en leerlingen of verwijst door naar de gespecialiseerde zorg. Zowel in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs als in het MBO is SMW beschikbaar. Het SMW is erop gericht is problemen in een vroeg stadium aan te pakken. Het levert een bijdrage aan het voorkomen van schoolverzuim en het vroegtijdig schoolverlaten. Daar moet je je ook weer niet teveel van voorstellen, schoolmaatschappelijk werkers beschikken over een beperkt aantal uren en over het algemeen kunnen jongeren niet zomaar binnenlopen als ze een probleem hebben. Het blijkt dat de vraag naar schoolmaatschappelijk werk veel groter is dan het aanbod. En nu stopt dus de financiering in het voortgezet onderwijs in het schooljaar 2011/2012. Scholen ervaren de meerwaarde die het SMW biedt. Het is zinvol problemen in een vroegtijdig stadium aan te pakken en bekend dat vroegtijdig schoolverlaten en een criminele carrière samenhangen. Uit onderzoek blijkt dat voortijdig schoolverlaters ruim zes keer zo veel kans hebben om in aanraking te komen met de politie dan jongeren die het onderwijs met een startkwalificatie verlaten. Het SMW kan door haar integrale aanpak waarbij aandacht is voor de gezinssituatie, leefomgeving is de buurt, leeftijdsgenoten, leerkrachten en het pedagogisch klimaat op de school jongeren ondersteunen en stimuleren om een startkwalificatie te halen.
maandag 8 november 2010
Multi-focus benadering huiselijk geweld
Afgelopen donderdag was ik met collega's uit Delft op bezoek bij de Mutssaersstichting in Venlo. Aanleiding was dat het project 'Multifocus benadering van (dreigend) huiselijk geweld' van de Mutssaersstichting genomineerd was voor de Hein Roethofprijs 2010. Ze hebben de prijs niet gewonnen, maar het feit dat ze tussen 2007 en 2010 278 gezinnen met succes hebben geholpen via de multifocus benadering en de recidive werd teruggebracht van 60 tot 15 procent, was de moeite waard om eens naar Venlo af te reizen. Want wat doen ze dan precies in Venlo waardoor hun aanpak zo effectief is? De essentie van de Venlose benadering zit hem in het intensieve casemanagement. Zes casemanagers zijn 7 keer 24 uur per week bereikbaar en als er een melding is van huiselijk geweld of een huisverbod, gaat er een casemanager op af. Deze casemanager praat uitvoerig en apart met slachtoffer, pleger en kinderen. Uitvoerig betekent dat de situatie, de aanleiding, de voorgeschiedenis, alle levensgebieden, problemen, de hulpverleningsgeschiedenis in kaart worden gebracht. Met kinderen worden als dat nodig is tekeningen gemaakt om de situatie te verhelderen. De casemanager neemt voor deze intake 5 tot 7 uur en maakt op basis van de bevindingen binnen 12 uur een plan van aanpak. Op basis van dit plan van aanpak organiseert de casemanager de hulpverlening. De casemanager verzamelt alle informatie bij de hulpverleners en stuurt hen aan. Of als, zoals je soms ziet bij multi-problemgezinnen, teveel hulpverleners in het gezin werken, zorgt dat het aantal hulpverleners beperkt wordt. Uitgangspunt is een systemische, intergenerationele benadering, het doel is het geweld te stoppen en intensieve hulp op het gezin te zetten. De casemanager volgt het gezin gedurende een jaar, stuurt de hulpverleners aan en grijpt in als de hulpverlening stagneert. De kracht zit hem in de outreachende, intensieve benadering bij de start, waarbij op respectvolle en doortastende wijze contact met het gezin wordt gelegd en het langdurige volgen van het gezin door één casemanager en de aansturing van de hulpverlening vanuit één punt. Een zeer intensieve, deskundige en ook praktische benadering die navolging verdient.
Abonneren op:
Posts (Atom)










