Posts tonen met het label publicatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label publicatie. Alle posts tonen

woensdag 16 februari 2022

Werken in wijkteams jeugd


 



Deze keer kreeg ik van Biblion de publicatie  Werken in wijkteams jeugd van Leonieke Boendemaker, Marjolijn Distelbrink, Roel van Goor en Trees Pels (rd.) toegestuurd om te recenseren.

De meeste jeugdhulp in gemeenten is georganiseerd in wijkteams. Wijkteams jeugd bieden laagdrempelige hulp en ondersteuning aan ouders en jongeren bij vragen en problemen. Preventie, signaleren van opvoed- en opgroeiproblemen en versterken van het opvoedkundige klimaat in de wijk behoren ook tot de taken van het wijkteam. In een wijkteam zitten verschillende professionals die met elkaar overleggen. Elk wijkteam is anders.  

Deze publicatie  is gebaseerd op onderzoek dat tussen 2015 en 2020 uitgevoerd is bij de Amsterdamse wijkteams jeugd. Het bestaat uit 3 delen: de opdracht van de wijkteams en wat dat voor professionals betekent; kernthema’s zoals aansluiten bij diversiteit en bij jongeren, eigen kracht, werken aan veiligheid en regie bij het gezin; werken en leren in het wijkteam.

Ieder hoofdstuk wordt gestart met een praktijkvoorbeeld. In de rest van het hoofdstuk wordt dat onderwerp uitgewerkt en aan de hand van theorie het gewenste handelen van de professional toegelicht.

Deze publicatie is een goede introductie voor studenten die in wijkteams willen werken en kennis op willen doen, waarbij belangrijk is om te realiseren dat beschreven wordt hoe het er in een wijkteam aan toe zou moeten gaan in het ideale geval, wat jammer genoeg (nog) geen staande praktijk is.

De publicatie richt zich op studenten Social Work en Pedagogiek, maar biedt wellicht ook inspiratie voor beleidmakers betrokken bij de organisatie van de wijkteams.



vrijdag 28 januari 2022

Bastions van Hoogmoed

Seksueel geweld, rekenschap en verzoening

Twee weken voor de uitzending van Boos ontving ik van Biblion de publicatie Bastions van Hoogmoed over seksueel geweld, rekenschap en verzoening van  Martha Nussbaum om te recenseren. Nussbaum is filosofe en hoogleraar rechtsfilosofie aan de universiteit van Chicago en zelf ook slachtoffer van seksueel geweld en seksuele intimidatie.  

Wat maakt dat net als bij de The Voice, mannen jarenlang wegkomen met seksuele intimidatie zonder dat iemand ingrijpt?

Hoogmoed
Bij seksueel misbruik en seksuele intimidatie gaat het niet om seks maar om macht. Nussbaum beschrijft de mentaliteit die hier aan ten grondslag ligt en behandelt het begrip objectificatie,  de neiging om een persoon als object te behandelen. Ook bespreekt ze karaktertrekken die de neerbuigende benadering van vrouwen gaande houden en samenhangen met machtsmisbruik: hoogmoed en hebzucht. Voor slachtoffers is het niet eenvoudig melding te doen. Victim blaming, het slachtoffer de schuld geven, wordt toegepast om mensen in een achtergestelde positie te drukken en machtige mannen te beschermen.

Macht en geld
Ondanks #MeToo zijn er nog steeds mannen die vinden dat ze boven de wet staan. In Amerika komt seksuele intimidatie veel voor bij de rechtelijke macht en net als in Nederland ook veel in de kunst en de sport. Dat komt omdat niemand er belang bij heeft dat het geweld van deze ‘sterren‘ aan het licht komt. Het gaat immers om machtige mannen die veel geld in het laatje brengen. Alleen de moed waarmee velen, zoals nu bij de The Voice, naar buiten zijn getreden met hun verhaal heeft tot hervormingen geleid.

Gerechtigheid
Nussbaum  betoogt dat rancune geen uitweg biedt. Alleen gehandhaafde wet - en regelgeving en het opnieuw opbouwen van structuren kunnen een tegenwicht vormen van ‘vijandige omgevingen’ en/of een cultuur van’voor wat hoort wat’. Ze pleit voor gerechtigheid zonder rancune.

De publicatie beschrijft de Amerikaanse situatie en rechtspraak en biedt  interessante inzichten voor de Nederlandse situatie door de inspirerende, nuchtere, diepgaande analyse van wat de basis is en achtergronden zijn van seksuele intimidatie en seksueel geweld en de oplossingsrichting.



dinsdag 12 oktober 2021

Pioniers in de jeugdzorg

 

Dertig denkers en doeners in de jeugdzorg

Deze keer kreeg ik van de Nederlandse Bibliotheek Dienst NBD Biblio een heel interessante publicatie toegestuurd om te recenseren. In deze publicatie beschrijft Jan van der Ploeg, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden, dertig meer en minder bekende denkers die hebben bijgedragen aan de inhoudelijke ontwikkeling van de jeugdzorg, zowel de residentiële jeugdzorg, de ambulante zorg en preventie, gezinsinterventies als groepstherapieën. Van der Ploeg verrichtte veel onderzoek naar probleemjongeren en publiceerde daarover in vakbladen en boeken. In de keuze van de dertig denkers heeft hij zich laten leiden door diversiteit en gekozen voor originele denkers die de ontwikkeling van de jeugdzorg hebben gestimuleerd.

Opgroeien
Bijzonder is dat van der Ploeg  de beschrijving van iedere pionier start met  hoe deze denkers opgroeiden, wat mogelijk bepalend is geweest voor de ontwikkeling van hun ideeën en vervolgens wat hun bijdragen inhouden. Bijdragen aan de ontwikkeling van concepten zoals veerkracht, hechting, locus of control, learned helplessness, self-efficacy en theorieën zoals cognitieve gedragstherapie, stresstheorie en ecologische theorie. Maar hij gaat ook in op de bijdragen van deze pioniers aan de praktijk.

Bouwstenen voor innovatie
De denkbeelden van deze 30 denkers zijn of waren belangrijk voor de professionalisering van de jeugdzorg en een inspiratiebron om jeugdzorg inhoudelijk te blijven vernieuwen. Want - zo stelt van der Ploeg -  meerdere innoverende denkbeelden hebben nog weinig of geen ingang gevonden in de jeugdzorg in Nederland.

Interessante, prettig leesbare publicatie voor studenten, jeugdprofessionals, gedragswetenschappers en iedereen die betrokken is bij de  transformatie en innovatie van de jeugdzorg.


woensdag 14 juli 2021

Duiden van seksueel (grensoverschrijdend ) gedrag bij volwassenen in de zorg





Het vlaggensysteem voor kinderen en jongeren met een gewone seksuele ontwikkeling en voor kinderen en jongeren met speciale behoeften bestaat al een tijdje en wordt veel gebruikt in de jeugdzorg en ook op sommige scholen.  https://www.sensoa.be/vlaggensysteem-hoe-reageren-op-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag (Tip!) voor het duiden van seksueel gedrag en het adequaat reageren.

Nu is de methodiek ook uitgewerkt voor professionals die met volwassenen werken en deze week kreeg ik de publicatie Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen van Erika Frans toegestuurd van Biblion om te recenseren

Ook voor professionals die met volwassen cliënten werken is het van belang seksueel gedrag goed in te schatten, bespreekbaar te maken en passend te reageren. Op die manier draagt het bij aan het stimuleren van gezond seksueel gedrag en het voorkomen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Seksueel gedrag wordt in de zorg soms als een probleem gezien, terwijl een gezonde seksuele ontwikkeling voor alle volwassenen van belang is.  
Het vlaggensysteem voor volwassenen geeft handvatten om seksueel gedrag goed in te schatten, bespreekbaar te maken en gepast te reageren. Aan de hand van situatiekaarten en met behulp van een systeem van vlaggen (groen, geel, rood, zwart) kan een inschatting gemaakt worden van de situatie. Als criteria worden daarbij gebruikt: toestemming, vrijwilligheid, gepast voor het ontwikkelings- of functioneringsniveau, gepast voor de context en impact. Het vlaggensysteem kan worden gebruikt in gesprekken met cliënten, in teams van professionals en op het niveau van de organisatie voor ontwikkelen van beleid.

Met 50 situatiekaarten, een toelichting over onderwerpen bij de gespreksvoering, oefeningen en theorie is dit een belangrijke publicatie voor organisaties en professionals in zorg en welzijn die met volwassen cliënten werken.


donderdag 29 april 2021

Streetcare

Publicatie over methodiek van straathoekwerk die de verbinding legt met jeugdzorg



Laatst kreeg ik de publicatie Streetcare. Eén methode voor straathoekwerk, jeugdzorg  en gemeenten van Kim Jolink- Verkuijlen door Biblion opgestuurd om te recenseren.

Er is geen goede verbinding tussen het jeugd- en jongerenwerk, het straathoekwerk en de jeugdzorg.  Dat is een gemis.

Deze publicatie beschrijft een methodiek voor straathoekwerkers waarbij zij in hun begeleiding verder gaan dan gebruikelijk en ook contact leggen met de gezinnen van de jongeren. Het gaat om een combinatie van preventief en curatief werken.  De werker neemt de kennis van de straatcultuur mee in de gesprekken met de gezinnen en de jongeren waardoor de begeleiding effectiever is. Dit vanuit de gedachte dat de oorzaak van het grensoverschrijdende of criminele gedrag van de jongere veelal het gevolg is van een negatieve spiraal in de thuissituatie. Door enerzijds er voor de jongere te zijn, maar ook te confronteren met de negatieve gevolgen van dit gedrag kunnen jongeren beter begeleid worden en sluit beter aan op de jeugdzorg als dat nodig is. 

Interessante methodiek voor straathoekwerkers, maar ook goed voor jeugdzorgwerkers en gemeenten om kennis van te nemen van het inzetten van straathoekwerk voor effectievere jeugdzorg.


vrijdag 22 januari 2021

Beter samen!

 Herstelgericht werken in de jeugdhulp



Jongeren zijn niet het probleem, ze tonen het ons. Laat ons vooral luisteren. Want verdriet dat niet naar buiten kan, gaat gisten en rotten. Verdriet met andere delen, lucht op en kan heilzaam werken. (De Wachter 2019). 

Van Biblion kreeg ik de Belgische publicatie Beter samen! Herstelgericht werken in de jeugdhulp van Stijn Deprez & Michael Michiels toegestuurd om te recenseren .
Leren omgaan met conflicten en uitbarstingen vormt de uitdaging van professionals in de jeugdzorg werkzaam zijn op een leef- of behandelgroep.
In deze publicatie wordt een  methodiek beschreven die antwoord biedt hoe hier mee om te gaan. De basis van de methodiek zijn herstelgerichte cirkels waar betrokkenen met elkaar in gesprek gaan en naar elkaar luisteren. Er zijn proactieve cirkels gericht op het verbeteren van het leefklimaat of het bespreken en aanpakken van een bepaalde taak, responsieve cirkels gericht op een specifiek probleem of conflict en herstelcirkels met als doel de schade na een incident of conflict te herstellen.
De methodiek wordt uitgebreid toegelicht en geïllustreerd met casuïstiek. Ook wordt ingegaan op wat een herstelgerichte houding is, hoe je een herstelgerichte cultuur kunt implementeren en wat herstelgericht leiderschap is .  

Interessante publicatie voor professionals en leidinggevenden werkzaam op leef en behandelgroepen voor jongeren.

maandag 26 oktober 2020

Hoe jongerenwerkers werken aan preventie


 

Kort geleden kreeg ik de publicatie Hoe jongerenwerkers werken aan preventie van Judith Metz, Jolanda Sonneveld en Jeremy Rijnders door BIBLION toegestuurd  om te recenseren.

In deze publicatie worden 19 jongerenwerkers een jaar lang gevolgd in hun begeleiding van 22 kwetsbare jongeren. Jongeren die te maken hebben met verleidingen aan het criminele circuit, instabiele gezinssituaties, verstandelijke beperkingen en/of een weinig stabiel sociaal netwerk.
De verhalen, geschreven vanuit het perspectief van de jongerenwerker, geven een inkijkje in de leefwereld van deze jongeren en de manier waarop jongerenwerkers inspelen op de vragen en behoeften van jongeren.
De keuzes die de jongerenwerker maakt voor het gebruik van een bepaalde methodiek of een combinatie van methodieken wordt geduid en verhelderd wordt hoe zij jongeren ondersteunen in hun psychosociale ontwikkeling en de preventieve werking die het jongeren werk kan hebben.

De verhalen zijn gebaseerd op praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek in 2017-2019 door lectoraat Youth Spot-Jongerenwerk in samenwerking met elf jongerenwerkorganisaties. 

Interessant voor (aankomend) jongerenwerkers en voor wie meer wil weten over de methodische en preventieve aanpak van jongerenwerkers.

dinsdag 15 september 2020

Omgaan met ongewenste intimiteiten




Veel vrouwen krijgen te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Uit onderzoek blijkt 22 procent van de  vrouwen ooit slachtoffer is geworden van verkrachting en één op de twee vrouwen te maken heeft gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag (van zoenen tegen iemands wil tot aanrakingen en verkrachting). Bij de ‘eerste keer’ is 17 procent van de meisjes onder druk gezet of gedwongen tot seks. En in 90 procent van de gevallen kenden de dader en het slachtoffer elkaar al. 

In deze publicatie delen  Mark West, expert op het gebied van (persoonlijks)beveiliging en Carlie van Tongeren, auteur van boeken over seksualiteit en feminisme hun ervaring en expertise en gaan in op wat je kunt doen tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Handvatten worden geboden om signalen van (mogelijk) grensoverschrijdend gedrag eerder te zien, om je erop te wijzen je eigen intuïtie te volgen, afwijkend gedrag te herkennen en een strategische aanpak te ontwikkelen om het gedrag te voorkomen of (eerder) te stoppen. Heldere vlot geschreven publicatie gebaseerd op de technieken uit de politie- en beveiligingswereld.


donderdag 3 september 2020

Dicht bij huis : hoe steun je een kind na seksueel misbruik?



Het uitkomen van seksueel misbruik van je kind is voor ouders het begin van een zware tijd. Hoe steun je je kind na seksueel misbruik? Moet je aangifte doen? 

Steun van de omgeving helpt bij verwerking van misbruik van het kind en helpt ook ouders. Voor ouders is het belangrijk dat zij niet in paniek raken. Kalmte is nodig om je kind zo goed mogelijk te ondersteunen. Ingewikkeld is dat in 87% van de gevallen de plegers bekenden zijn. Praten over misbruik is moeilijk voor kinderen omdat ze zichzelf de schuld geven en ouders voelen zich schuldig dat ze het niet hebben gezien. Deze victimblaming – waar ook de omgeving vaak aan meedoet – kan schadelijker zijn dan misbruik zelf. 
Behandeling is belangrijk omdat ongeveer 48% van de kinderen met onverwerkte misbruikervaringen opnieuw wordt misbruikt en ouders spelen een belangrijke rol in de begeleiding. 

Iva Bicanic, klinisch psychologe en Richard Korver, advocaat hebben beiden met veel ervaring in ondersteuning van misbruikte kinderen en hun ouders. 
Deze publicatie is onmisbaar voor ouders en hun omgeving om kinderen te ondersteunen bij verwerking van seksueel misbruik. Ook interessant voor professionals die ouders ondersteunen. Voorzien van een overzicht van websites en literatuur.

donderdag 20 augustus 2020

Hoe de gemeente greep zoekt op de jeugdzorg

 




In 2015 hevelde het Rijk de jeugdhulp over naar de gemeenten en voerde bezuinigingen door. Gemeenten zouden de jeugdzorg transformeren, de hulp dichterbij de gezinnen brengen en uitgaven beperken. 

Peter Verschuren, auteur van de publicatie Worstelen met geboeide handen kreeg in januari 2018 de jeugdhulp in zijn wethouder portefeuille in de gemeente Midden-Groningen. Nu, vijf jaar later rijzen de kosten de pan uit en is er veel kritiek op de uitvoering.
Dat was voor hem aanleiding om enkele tientallen betrokkenen in zijn gemeente te interviewen: beleidsvoorbereiders, jongerenwerkers, de medische sector, het onderwijs, kinderopvang, ouders en jongeren, zorgaanbieders, casemanagers etc. Daaruit komt het het beeld op dat iedereen zijn verantwoordelijkheid ziet voor jongeren met problemen, voor kostenbeheersing en bereidheid heeft tot samenwerken. Dat laatste groeit inderdaad, maar kan beter net als de samenwerking met aanpalende terreinen zoals WMO en schuldhulpverlening en de preventie. 
Midden- Groningen worstelt met dezelfde problemen als andere jeugdzorg regio’s en deze publicatie biedt inzicht in de perspectieven van de verschillende betrokkenen en mogelijke oplossingsrichtingen.


maandag 10 augustus 2020

Handboek Jeugdparticipatie



Waarom moeten we eigenlijk naar de jeugd luisteren? Bijna 20% van de bevolking in Nederland is onder de achttien jaar. Een kind heeft het recht zijn of haar mening te geven over alle zaken die het kind aangaan, staat in artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Veel organisaties 'moeten' iets met jeugd en vragen zich af hoe. Met de beste bedoelingen loopt het vaak niet zoals het zou moeten of kunnen. Schrijver Tako Rietveld is de eerste Kindercorrespondent ter wereld. Zijn doel is de stem van de jeugd zoveel mogelijk te laten horen en daarover kennis te delen. Jeugdparticipatie zou volgens hem moeten betekenen dat de kennis, ervaring en visie van de jeugd een plek krijgen in de volwassenagenda en dat daar vervolgens ook echt iets mee gebeurt. In deze aantrekkelijk vormgegeven publicatie heeft hij informatie, ervaringen en tips over jeugdparticipatie verzameld. Ingegaan wordt op wat jeugdparticipatie is, hoe je dat praktisch aan kunt pakken, de verschillende werkvormen en wensen voor de toekomst. Met tekeningen in kleur en zwart-wit en verwijzingen naar literatuur en websites. Een aanrader voor wie serieus iets met jeugdparticipatie wil doen.

donderdag 13 juni 2019

Cliëntenparticipatie, hoe regel je dat en waar moet je op letten?

Afbeelding van engin akyurt via Pixabay


Veel organisaties in de zorg worstelen met het goed organiseren van clientenparticipatie. Want hoe pak je dat nou aan? En waar moet je op letten als je het goed wil organiseren?

CLEAR model

Van een promovenda die onderzoek doet naar participatie kreeg ik het artikel vanDiagnosing and Remedying the Failings of Official Participation Schemes: The CLEAR Framework (Lowndes, L., Pratchett, L. & Stoker, G. (2006) Policy and Society, 5, p. 281-291) een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd diagnostisch hulpmiddel om cliëntenparticipatie te beoordelen en maatregelen op het spoor te komen die kunnen worden genomen om problemen aan te pakken: het zogenaamde CLEAR model. Uit onderzoek blijkt dat participatie het effectiefst is als ze voldoet aan aantal voorwaarden.

Voorwaarden voor effectieve participatie
C Can do: Kunnen – dat wil zeggen dat ouders en jongeren de middelen en kennis hebben om deel te nemen. Of dat de mogelijkheid wordt geboden om vaardigheden om te participeren (vergaderen, spreken in het openbaar, schrijven enz.) te verwerven.
L Like to: Houden van – dat wil zeggen dat als ouders en jongeren een gevoel van betrokkenheid bij het onderwerp en de organisatie ervaren, ze zich onderdeel voelen van iets groters en eerder zullen participeren;
E Enabled to: Mogelijk gemaakt – dat wil zeggen dat ouders en jongeren de kans krijgen om deel te nemen, dat er voorzieningen zijn die participatie mogelijk maken en dat deelname wordt ondersteund;
A Asked to: Gevraagd om – dat wil zeggen dat ouders en jongeren worden uitgenodigd door de jeugdhulporganisatie, de gemeente of andere cliënten om te participeren;
R Responded to: Gereageerd op – dat wil zeggen dat er naar ouders en jongeren geluisterd wordt en op hen gereageerd wordt. Daarbij hoeft men het niet altijd eens te zijn met ouders en jongeren. Het gaat erom dat duidelijk is dat hun mening serieus wordt genomen en hun standpunten in overweging genomen.

Het CLEAR-model biedt jeugdhulporganisaties en gemeenten een snelle onderzoeksmethode waarmee de sterke en de zwakke punten van de bestaande participatie- infrastructuur in kaart gebracht kunnen worden en verbeterpunten geïdentificeerd.

Meer lezen?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp, BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp

donderdag 16 mei 2019

Wat weten we over Jeugdzorg plus?


In 2017 werden 2710 jongeren opgenomen in een JeugdzorgPlus voorziening / gesloten jeugdzorg, de meest intensieve vorm van jeugdhulp. Het gaat om jongeren met ernstige gedragsproblemen die zonder behandeling een risico voor zichzelf of de omgeving vormen. Om hulp te kunnen bieden en onttrekking aan de zorg te voorkomen mag JeugdzorgPlus beperkende maatregelen toepassen. Maar wat weten we eigenlijk van de effectiviteit van deze vorm van hulp?

Jeugdzorg met een plus
Door Biblion kreeg ik de publicatie Jeugdzorg met een plus toegestuurd om te recenseren. De publicatie is geschreven door Coen Dresen en Lieke van Domburgh, beiden betrokken bij de jeugdzorg plus. Zij geven een overzicht van de kenmerken van jongeren die worden opgenomen, de werkzame factoren en de inbedding van JeugdzorgPlus in het zorglandschap. Ook wordt beschreven op welke terreinen er nog kennis ontbreekt om deze jongeren effectief te helpen. De tekst is geïllustreerd met casuïstiek.

Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp
In de publicatie wordt duidelijk dat de effectiviteit van opname afhankelijk is van een aantal factoren: zorgvuldige besluitvorming bij opname; een veilig en positief leefklimaat op de leefgroep; individuele interventies gericht op de jeugdige èn op het gezin; methodisch groepswerk waarbij de nadruk ligt op fasering, positieve bekrachtiging en shared-decision making; onderwijs en zeker ook vervolgzorg.
Van deze effectieve factoren is zeker niet altijd sprake volgens ervaringsdeskundigen en ook separatie komt regelmatig voor in de jeugdzorg plus. Separatie is schadelijk en traumatisch blijkt uit onderzoek, en het maakt jongeren vaak zieker in plaats van beter. Hoe vaak het voorkomt weten we niet, want dat wordt niet bijgehouden en daardoor heeft de inspectie er ook geen zicht op.

Sluit depressieve kinderen niet op maar geef ze liefde
Dit zegt Jason Bhugwandass (21) ervaringsdeskundige in een artikel in de Volkskrant van 8 februari jl. die zelf ook te maken heeft gehad met de gesloten jeugdzorg. Hij wordt hierbij ondersteund door onderzoek. ‘Repressie veroorzaakt stress bij zowel jongeren als medewerkers, leidt vaak tot meer probleemgedrag en belemmert de effectiviteit van de behandeling’, stelt Sophie de Valk in haar proefschrift Under Pressure – Repression in Residential Youth Care.

Actieplan voor betere zorg kwetsbare jongeren
De oproep van Bhugwandass kreeg gehoor en inmiddels is er een actieplan met als doel: geen gedwongen afzondering meer, een preventieplan tegen zelfdoding en minder onnodige verplaatsingen van kwetsbare jongeren. Met deze en andere maatregelen moet de gesloten jeugdhulp flink verbeteren, stellen de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in een actieplan.

Ervaringsdeskundigen
Een nieuw plan, oké, maar wat opvalt in positieve zin, is dat niet alleen professionals maar ook ervaringsdeskundigen aan de slag gaan om voor 1 oktober 2019 een gezamenlijk beeld van een positief leef-, leer- en werkklimaat formuleren. Dat is nog eens een goede actie, want wie weet beter dan jongeren die het zelf hebben meegemaakt wat goed gaat werken? Wat hen heeft geholpen hun leven op de rit te krijgen en wat niet? Ik kijk er naar uit, want zeker zo'n ingrijpende vorm van hulp moet toch een beter effect hebben dan niets doen.


Meer lezen?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp, BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp

donderdag 14 maart 2019

Ouders in de jeugdhulp




Praten over wat er niet lukt in de opvoeding van je kinderen is lastig. Overal is weleens wat, maar meestal hoor je alleen succesverhalen. Toch gaat het wel eens mis en soms komt jeugdzorg erbij.

Angst
De neiging van de meeste ouders is om niet het achterste van hun tong te laten zien, want de hulpverlener heeft de mogelijkheid in te grijpen en je kind uit huis te plaatsen. En hulpverleners zijn gefocust op de veiligheid van het kind en willen zelf ook niet het risico lopen te weinig te doen met alle gevolgen van dien. Zowel de hulpverlener als de ouder reageren vanuit angst en dat is geen goede basis voor een effectieve hulpverleningsrelatie die gebaseerd moet zijn op betrokkenheid, vertrouwen, openheid, begrip, duidelijkheid en eerlijkheid.

Tweeëntwintig verhalen
We kennen veel verhalen van kinderen die als ze volwassen zijn vertellen over de ellende thuis. Over de andere kant van het verhaal, dat van de ouders weten we weinig. Hoe het voor hen was om niet de ouder te zijn die ze hadden willen zijn, dat ze ondanks goede bedoelingen niet de zorg en veiligheid konden bieden die hun kind nodig had, hoe ze het hebben ervaren dat er ingegrepen werd door jeugdzorg. In het boek Als het misgaat thuis van Pauline Blom en Herman Baartman zijn tweeëntwintig verhalen van ouders beschreven, ouders die de moed hebben opgebracht om aan hen hun verhaal te vertellen. Het verhaal wat ze meestal niet aan hun hulpverlener verteld hebben.

Perspectief van ouders

Voor effectieve hulp aan ouders moeten we meer weten wat het perspectief van ouders is. Want alle ouders - dus ook de ouders die hun kinderen mishandelen of verwaarlozen - willen het beste voor hun kind. En het is van belang om - naast te onderzoeken hoe het met het kind gaat - het verhaal van de ouder te horen en te begrijpen waarom het misging en te kijken wat er mogelijk is. Om goede hulp te kunnen bieden is het nodig ouders niet af te schrijven en met hen in gesprek te gaan. Ouders blijven ouders en op die manier altijd een rol spelen in het leven van het kind, nu en/of in de toekomst. Als je wil dat er echt iets verandert voor dit kind en voor de kinderen van dit kind is het van belang te investeren in de samenwerking met de ouders.


Meer lezen over hoe je de jeugdige en zijn ouders centraal kunt stellen en wat het betekent om het cliëntenperspectief leidend te laten zijn in de jeugdhulp?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp, BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp

woensdag 23 mei 2018

Seksueel misbruik in de sport


Seksuele intimidatie komt overal voor: na de Rooms-Katholieke kerk en de jeugdzorg is er sinds kort ook aandacht voor seksueel misbruik in de sport. Dat is niet voor niks. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 1 op de 8 sporters aangeeft slachtoffer te zijn geweest van matig tot ernstig misbruik.


Zwemster
Kort geleden kreeg ik de publicatie Onderwater van Ela Hutten toegestuurd om te recenseren. In deze vlot geschreven publicatie vertelt Ela, een talentvolle zwemster, hoe ze vanaf haar elfde jaar wordt ingepalmd door haar trainer, seksueel misbruikt en zo gemanipuleerd dat ze het met niemand - zelfs niet met haar ouders - durft te bespreken.

Op haar 14e komt het uit en doet ze aangifte. De pleger weet de zaak jarenlang te vertragen en krijgt uiteindelijk een taakstraf. In deze publicatie wordt duidelijk hoe door de afhankelijkheid van de trainer kinderen kwetsbaar zijn voor misbruik en hoe belangrijk het is dat sportclubs hier aandacht voor hebben. Ook wordt duidelijk dat een juridische procedure niet altijd het gewenste resultaat oplevert omdat daar de rechten van de pleger centraal staan en niet het psychische leed van het slachtoffer.

Onderzoekscommissie
Uit het rapport van de Onderzoekscommissie Seksuele intimidatie en misbruik (NRC 12 december 2017) blijkt hetzelfde: slachtoffers het soms moeilijker wordt gemaakt dan daders. Niet alleen door obstakels in het vervolgproces, capaciteitsgebrek bij de politie, rechterlijke instanties en het OM, maar ook door onduidelijkheid en laksheid bij sportclubs. Meldingen van wangedrag leiden zelden tot effectieve vervolgstappen en als er al strafrechtelijke of tuchtrechtelijke procedures worden ingezet, dan zijn de maatregelen en sancties in de meeste gevallen mild.

Preventie
Sportclubs in Nederland moeten veel actiever worden bij de bestrijding van misbruik. En gemeentes zijn niet alleen verantwoordelijk voor accommodaties, maar moeten sportclubs daar ook op aanspreken.

maandag 16 januari 2017

Webcamkindersekstoerisme


750.000 mannen online
Volgens Terre des Hommes zijn er op elk moment van de dag minstens 750.000 mannen online op zoek naar kinderporno. Het aantal meldingen van kinderporno in Nederland was in oktober 2016 met 12.000 al bijna verdubbeld ten opzichte van 2015 (5549). De toename wordt volgens het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voornamelijk verklaard door het aantal meldingen over kinderpornografisch beeldmateriaal op internet.

Kinderen van het web
Peter Dupont schreef de publicatie Kinderen van het web. Undercover als pedofiel (2016) Hij is een Belgische onderzoeksjournalist die in de zomer 2013 stuit op het bestaan van webcamkindersekstoerisme (WCSC) en besluit undercover te gaan als pedofiel. In zijn publicatie doet hij verslag van zijn persoonlijke ervaringen als onderzoeksjournalist en later als burgerinfiltrant van de Philippine National Police. Het blijkt dat dit soort misbruik - een mengeling van kinderprostitutie en kinderporno - erg frequent voorkomt op de Filipijnen. Hij legt contact met aanbieders, slachtoffers en klanten. Onder die klanten waren 150 blanke mannen uit West- en Noord- Europa, de Verenigde Staten en Australië. De aanbieders waren in hoofdzaak (alleenstaande ) moeders, tantes en zussen, ooms, broers en vaders. De armoede, nog eens versterkt door de tyfoon in 2013, drijft hen ertoe de kinderen hiervoor te misbruiken. Het gaat regelmatig om zeer jonge kinderen die achter de webcam en soms ook in hotels seksuele diensten moeten leveren. Voor de trauma’s van de kinderen is geen aandacht. Dupont doet niet alleen onderzoek van achter zijn computer maar reist ook naar de Filipijnen en bezoekt daar cybersekshuizen en ook een opvanghuis voor slachtoffers. Resultaat van het onderzoek is een inval in een cybersekshuis in 2015 waar elf meisjes worden bevrijdt en vijf pooiers opgepakt, later worden meer 'aanbieders’ opgepakt en kinderen bevrijd.

Documentaire

Samen maakte met Jacco Groen maakt hij de documentaire Grenzeloos misbruikt https://www.youtube.com/watch?v=rY7zG2KgkA0 waarin hij verslag doet van zijn onderzoek en bevindingen. in de documentaire zie je o.a. de inval in het cybersekshuis.

Sweety

Tegelijkertijd met het onderzoek van Dupont was ook Terre des Hommes actief in de aanpak van webcamkindersekstoerisme. Terre des Hommes heeft met het digitale meisje Sweetie in relatief korte tijd duizend pedoseksuelen ontmaskerd, van wie er inmiddels een aantal is veroordeeld. De Nederlandse politie mag deze methode niet toepassen en mag ook niet undercover gaan. Er wordt voor gepleit de politie meer mogelijkheden te geven om klanten aan aanbieders op te sporen. Dat lijkt me zeker de moeite waard gezien de omvang van de problematiek en de consequenties die het heeft voor het leven van de slachtoffers. Want hopelijk is inmiddels wel duidelijk dat 'alleen maar kijken' in dit geval wel kwaad kan.


woensdag 4 januari 2017

Kinderen met negatieve jeugdervaringen voelen zich minder gezond


Het jongerentaskforce deed onderzoek naar ingrijpende jeugdervaringen bij kinderen. Ze legde 680 kinderen in groep 7 en 8 van het reguliere basisonderwijs een uitgebreide vragenlijst voor. Uit dit onderzoek blijkt dat bijna de helft van de kinderen één of meerdere ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt.

Ingrijpende jeugdervaringen
Gekeken is naar het aantal ingrijpende jeugdervaringen die kinderen hebben meegemaakt. Het gaat dan om :
• Ouder(s) ernstig/ongeneeslijk ziek of overleden;
• Kindermishandeling of -verwaarlozing;
• Seksueel misbruik;
• Geweld tussen de ouders (of van ex-partner bij bijv. vechtscheiding);
• Alcoholmisbruik van de ouder(s);
• Drugsgebruik van de ouder(s);
• Psychiatrische aandoening ouder(s);
• Ouder(s) in gevangenis gezeten;
• Depressie of zelfmoord(poging(en)) van huisgenoot;
• Bedreiging met een mes of vuurwapen
Uit onderzoek van het Jongerentaskforce blijkt dat 45,4% van de kinderen in groep 7 en 8 van het regulier basisonderwijs al één of meerdere ingrijpende gebeurtenissen te hebben meegemaakt.
Bijna de helft van de kinderen (45,4%) in groep 7 en 8 van het regulier basisonderwijs geeft aan al één of meerdere ingrijpende gebeurtenissen te hebben meegemaakt. Bijna één op de negen kinderen heeft drie of meer gebeurtenissen te hebben meegemaakt. Ruim een kwart van de kinderen geeft aan dat hun ouders zijn gescheiden (25,8%), terwijl ongeveer één achtste aangeeft dat zij emotioneel zijn verwaarloosd (12,9%), of dat zij emotioneel zijn mishandeld (12,2%). In totaal heeft 26,7% van de kinderen aan één of meerdere vormen van kindermishandeling meegemaakt

Gezondheid
Er blijkt een duidelijke relatie te zijn tussen élke ingrijpende jeugdervaring en hoe fit en gezond kinderen zich voelen. Deze relatie blijkt het sterkste te zijn bij kinderen die emotioneel zijn verwaarloosd, emotioneel zijn mishandeld en lichamelijk zijn mishandeld. Kinderen die dit meemaken, voelen zich minder fit, minder gezond. En hoe hoger het aantal ingrijpende jeugdervaringen dat zij aangeven te hebben ervaren, hoe minder fit en gezond zij zich voelen. Dit verband wordt ook gevonden wanneer specifiek wordt gekeken naar kinderen die aangeven een echtscheiding te hebben ervaren, in combinatie met één of meerdere ingrijpende jeugdervaringen. Eenzelfde duidelijke invloed op de kwaliteit van leven is gevonden bij kinderen die aangeven één of meerdere vormen van kindermishandeling te hebben ervaren.

Leerkrachten schatten het te laag in
Leerkrachten denken dat gemiddeld maar drie kinderen bij hen in de klas, één of meerdere ingrijpende jeugdervaringen hebben meegemaakt terwijl 45,4% van de kinderen tenminste één van deze ervaringen heeft meegemaakt.

Aanbevelingen jongerentaskforce
De Jongerentaskforce denkt dat leerkrachten en docenten een belangrijke rol kunnen spelen voor kinderen die ingrijpende jeugdervaringen meemaken. Het is belangrijk dat de juffen en meesters van nu wéten dat kinderen bij hem of haar in de klas en op school al veel kunnen hebben meegemaakt. Dat zij wéten wat deze ingrijpende jeugdervaringen voor invloed kunnen hebben op kinderen. Leerkrachten kunnen bijvoorbeeld over deze ingrijpende jeugdervaringen praten met kinderen, zij kunnen in hun lessen aandacht besteden aan specifieke thema’s zoals kindermishandeling, of ‘als je ouders gaan scheiden’

En hopelijk gaat nu een lichtje branden als kinderen zeggen dat ze zich niet lekker, niet fit of moe voelen om door te vragen hoe het gaat en samen met het kind te kijken wat je als volwassene kunt doen.


*Jongerentaskforce (2016). Ik heb al veel meegemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen in groep 7 en 8 https://www.augeo.nl/~/media/Files/Jongerentaskforce/161026-Jongerenrapport-ik-heb-al-veel-meegemaakt.ashx

donderdag 29 september 2016

Is cliëntcentrale zorg commercieel interessant?


Bij de Volkskrant van 20 september zat een bijlage met als titel Cliëntcentrale zorg. Ik ben blij en verbaasd. Is het belang om de cliënt centraal te zetten in de zorg inmiddels zo ver doorgedrongen dat er zelfs een hele bijlage aan besteed wordt? En dan nog wel een commerciële bijlage. Is de cliënt centraal zetten niet alleen meer iets voor teerhartige hulpverleners, maar ook commercieel interessant?

Clientcentrale zorg is effectief
In die bijlage staat op pagina 13: ‘Uit diverse onderzoeken blijkt dat er een directe relatie is tussen gastvrije zorg en een beter en sneller herstel’. Maar niet alleen in de gezondheidszorg, ook in de jeugdhulp werkt cliëntcentrale zorg. Van Yperen en Van der Steege schreven in 2010 al in Methodiek en hulpverlener* tellen allebei dat verschillende factoren van invloed zijn op de effectiviteit van de hulp. Niet alleen de gebruikte methodiek is belangrijk, maar ook een goede relatie tussen de cliënt en de hulpverlener en aansluiten bij de motivatie van de cliënt. En de hulp goed afstemmen op de aard en de ernst van de problematiek. Daarvoor is het nodig dat de hulpvraag van het kind en de ouders het uitgangspunt is. En dat kan niet zonder ze actief te betrekken bij het hulpverleningsproces. Een positieve bejegening door de hulpverlener, betrokkenheid, warmte, empathie, acceptatie, aanmoediging en wederzijds respect zijn essentieel.

In de bijlage van de Volkskrant worden diverse bestuurders geciteerd die cliëntcentrale zorg op hun netvlies hebben. Hetty de Wit, bestuurder van de Zijlen zegt: ‘De behoeften van het individu en diens mogelijkheden moeten leidend zijn bij het geven van zorg en ondersteuning en niet protocollen of standaarden. Elke persoon is anders, evenals de situatie en voorkeuren’. En Arno Lelieveld, bestuurder bij TriviumLindenhof ‘merkt dat als jongeren uit de jeugdzorg wanneer hen gevraagd wordt wat voor hen het verschil heeft gemaakt, de namen noemen van professionals die hen het beste begrepen, gehoord en gezien hebben’.

Bij gemeenten staat de cliënt nog niet centraal

Bij gemeenten is dat besef nog niet doorgedrongen. ‘Geld voor jeugdpsychiatrie in veel gemeenten nu al op.’ meldt de NOS op 22 september jongstleden. In het artikel 'Staat de cliënt centraal in de jeugdhulp en in de toegang?'* dat ik deze maand publiceerde in het Tijdschrift voor Jeugdbeleid betoog ik dat cliënten nog steeds niet centraal staan en vaak wordt ‘vergeten’ om hen te informeren of naar hun mening te vragen. Niet het cliëntperspectief, maar het perspectief van de gemeente staat centraal in de organisatie van de jeugdhulp. De gemeente stuurt op budgetten, protocollen, zorgprogramma's, of klantcontacturen. ‘Ze stuurt niet op goede oplossingen’, zegt Jos de Blok van Buurtzorg zo treffend in een interview van Bram Bakker*. Belangrijk is om professionals de ruimte te geven samen met cliënten op zoek te gaan naar oplossingen.
Cliëntcentrale zorg is effectieve zorg en daarmee ook commercieel interessant. Het vermindert kosten en levert gezonde mensen op die kunnen participeren in de maatschappij. Dat is nog niet overal bekend, dus laten we daar vooral met regelmaat aandacht voor vragen.

*http://www.jeugdkennis.nl/jgk/Artikelen-Jeugdkennis/Methodiek-en-hulpverlener-tellen-allebei
*http://link.springer.com/article/10.1007/s12451-016-0118-6
*https://gaming.youtube.com/watch?v=A2H0vxRu8hQ&list=PLmd3IZRwXzwGR5pbRMm_FUvfIzYXW9SRt

Deze blog verscheen eerder op Kennisnet Jeugd.nl

maandag 29 augustus 2016

Groeiende hulpvraag als neveneffect van preventie


In 2007 maakten naar schatting 14% van alle minderjarigen gebruik van enige vorm van geïndiceerde zorg of speciaal onderwijs. De vraag blijft groeien. Het Volkskrant-artikel Waarom werd zij nooit behandeld? van 5 juli 2016 laat zien dat de jeugdzorg die vraag niet altijd aankan. Het NRC meldde op 18 juni 2016 in Vaker diagnose die niet klopt bij hoogbegaafden dat volgens sommigen sprake is van overbehandeling en overdiagnosticering in de geestelijke gezondheidszorg. Anderzijds blijkt uit onderzoek van Unicef dat Nederlandse kinderen de gelukkigste ter wereld zijn. Hoe kan dat?

Mechanismen achter de groei

Het lezen van de publicatie 'Kwetsbare kinderen. De groei van professionele zorg voor jeugd' van Nelleke Bakker gaf mij voor een deel antwoord op die vraag. Die publicatie geeft namelijk inzicht in de mechanismen achter de groei van de zorgconsumptie. Nelleke Bakker is hoofddocent historische pedagogiek aan de Rijksuniversiteit in Groningen en beschrijft de geschiedenis van de preventieve zorg voor kinderen vanaf de 19e eeuw.
Die preventieve zorg was aanvankelijk vooral medisch georiënteerd met de strijd tegen kinderpokken, het ontstaan van de schoolgezondheidszorg (schoolartsen), bestrijding van tuberculose (tbc) met gezonde buitenlucht en het ontstaan van vakantiekolonies. Na het uitroeien van pokken en tbc verschuift de aandacht naar de geestelijke gezondheid van kinderen in de 20e eeuw. De opkomst van het psychiatrisch perspectief in de opvoeding, de institutionalisering en professionalisering van kleuterzorg en de opkomst van het Medisch Opvoedkundig Bureau (MOB) dragen hieraan bij.
Na de Tweede Wereldoorlog is er geen aandacht voor wat kinderen in die periode hebben meegemaakt. Wel is er meer specifieke aandacht voor het ‘zenuwachtige’ kind en zorg voor kinderen met leerproblemen. Dat is niet toevallig want de aandacht voor leerproblemen ging samen met de vestiging van de academische orthopedagogiek, speciaal onderwijs en onderzoek naar hersenziekten.

Diagnoses als neveneffect


Wat me echter vooral opviel, is dat Bakker laat zien hoe in de loop der tijd diagnoses veranderen van zenuwachtigheid, via minimal brain disfunction (MBD) naar ADHD; hoe het vullen van bedden van ‘vakantiekolonies’ voor ‘zwakke’ kinderen een doel op zich werd. En hoe het aanbod van speciaal onderwijs de vraag ernaar stimuleerde. Zo heeft de preventief bedoelde zorg dus als neveneffect dat sneller wordt ingegrepen of doorverwezen.
Je kunt toch niet tegen preventie zijn, zou je zeggen. Baat het niet, dan schaadt het niet. Maar oplettendheid hierbij is wel belangrijk. Het idee van preventie is dat het de groei van de geïndiceerde zorg tegen moet gaan. Maar door het preventiestreven zijn professionals een steeds grotere rol gaan spelen in het kinderleven en een groot deel van de kinderen heeft een diagnose. Preventie is prima en soms is snel ingrijpen nodig om erger te voorkomen. Maar we moeten ouders niet het gevoel geven dat kinderen zeer kwetsbare wezens zijn die bijna niet op te voeden zijn zonder professionele begeleiding.

Deze blog verscheen eerder op Kennisnet Jeugd

woensdag 22 juni 2016

Opgroeien met kleerscheuren: levensverhalen als input voor beleid



Voor een effectief jeugdbeleid is het nodig de verhalen te kennen van de jongeren waar het beleid zich op richt. Daarvoor is het belangrijk dat beleidsmakers in gesprek gaan met kinderen en jongeren en kennis nemen van de lastige situatie waarin sommige jongeren opgroeien.

Eind mei was ik op een expertmeeting georganiseerd door het ministerie van VWS over jeugdparticipatie in gemeenten. Op deze expertmeeting deed een onderzoeker van het Verwey-Jonker instituut verslag van de resultaten van een enquête onder gemeenten over jeugdparticipatie. Uit dit onderzoek blijkt dat gemeenten jeugdparticipatie structureel willen verankeren en op zoek zijn naar handvatten om dat te realiseren.
Op deze middag zijn ook een aantal ‘best practices’ gepresenteerd. De succescriteria zijn:
• in gesprek gaan met jongeren
• echt luisteren
• samenwerken met jongeren bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid

Cool
Om in gesprek te gaan met jongeren hoef je echt niet ‘cool’ te zijn, vertellen jongeren. Zolang je maar jezelf bent en je niet ‘hoger’ opstelt.
Een jongere vertelde me over een rondetafelgesprek met wethouders waar hij laatst aan deelgenomen had. Ter voorbereiding van het gesprek hadden de jongeren een aantal casussen beschreven om te bespreken. In het rondetafelgesprek zei een van de wethouders: ‘Met deze casus hebben jullie wel erg overdreven, dit soort dingen gebeurt gewoon niet’. ‘Nou’, zei het meisje dat naast de wethouder zat, ‘deze dingen gebeuren wel, het is namelijk mijn levensverhaal.’

Overlastgevende jongeren

Veel wethouders, beleidsmedewerkers, docenten, weten niet wat jongeren daadwerkelijk meemaken. Soms zien ze alleen het moeilijke gedrag. Ze spreken over ‘overlastgevende jongeren’ en kennen het verhaal erachter niet. Dat wil niet zeggen dat we jongeren niet mogen aanspreken op hun gedrag. Maar het helpt wel als je begrijpt waar dat gedrag vandaan komt. Het geeft inzicht in wat kan helpen en welk beleid effectief kan zijn.
Ik kan daarvoor aanbevelen het boek ‘Opgroeien met kleerscheuren‘* eens te lezen. Het is geschreven door Janny van Heerbeek (gedragswetenschapper) en Paul Vreeken (jeugdhulpverlener), beide werkzaam bij Stek Jeugdhulp voor het programma Time-4-You, een programma waarbij ambulante hulpverleners onderdeel uitmaken van de zorgstructuur van Mbo-scholen. In deze publicatie vertellen 25 jongeren hun verhaal. Verhalen over geweld, misbruik, pesten, vluchten uit een vreemd land, ziektes van henzelf of hun ouders, adoptie, jong moeder worden, verslavingen enzovoorts. Maar ook wat hen deed besluiten de toekomst in eigen hand te nemen en weer naar school te gaan of door te zetten en een diploma te halen.

Input voor beleid
Het is van belang om in gesprek te gaan met jongeren omdat, zoals een van de jongeren in de publicatie zo treffend zegt, ‘mensen worden gevormd door wat ze meemaken. Kijk dus ook naar hun geschiedenis voordat je iemand beoordeelt’. De verhalen maken duidelijk waar beleid zich op moet focussen. Zo blijkt bijvoorbeeld hoe belangrijk onderwijs is. De ervaringen van de jongeren onderstrepen de noodzaak om hulp en onderwijs te combineren om daarmee jongeren weer op de rit te krijgen. Daardoor leren betrokkenen het hele verhaal van de jongere kennen en alleen dan kan goede en passende scholing en begeleiding plaatsvinden.
Beleid dat samen met cliënten wordt gemaakt, op basis van de levensverhalen van jongeren, komt de kwaliteit van dat beleid ten goede. Het sluit aan op wat nodig is en niet alleen op wat men denkt dat nodig is.
Heb jij een goed voorbeeld hoe verhalen van jongeren beleid hebben beïnvloed?

*Zie:http://www.stekjeugdhulp.nl/nl/nieuws/2016/05/boekpresentatie-opgroeien/233

Deze blog is eerder gepubliceerd op Kennisnet Jeugd