Posts tonen met het label Opinie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Opinie. Alle posts tonen

dinsdag 24 januari 2023

Luisteren is de basis voor effectievere en goedkopere jeugdhulp



Luisteren 'Niet meteen iets doen als er iets naars speelt, maar eerst goed luisteren en analyseren maakt de jeugdzorg beter en goedkoper', zegt Peter Dijkshoorn, kinderpsychiater in de Volkskrant van 24 januari1. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden. Luisteren is de basis van goede hulp. Jongeren en ouders voelen zich in de jeugdhulp nog steeds vaak niet gehoord waardoor er niet met de problemen aan de slag wordt gegaan waar zij mee worstelen 2.

Symptoombestrijding Aanpak van gedragsproblemen is symptoombestrijding als niet helder is waardoor deze zijn ontstaan en waardoor ze in stand worden gehouden. Alleen door goed luisteren, de tijd nemen en doorvragen kan de jeugdprofessional dat achterhalen. Dat lijkt simpel, maar dat is het niet. Cliënten laten niet meteen het achterste van hun tong zien. Eerst moet de professional vertrouwen opbouwen en dat kost tijd. Zeker als jij al de vijfde professional bent die met een jongere of ouders in gesprek gaat. Dus laten we stoppen met doorsturen van cliënten omdat het te ingewikkeld lijkt en jeugdprofessionals in de wijkteams de tijd geven samen met kinderen en gezinnen uit te zoeken wat er aan de hand is. Dat lijkt duur, maar dat is het niet, omdat er gewerkt wordt aan de daadwerkelijke problemen die er spelen. En zorg dat gedragswetenschappers beschikbaar zijn voor de ondersteuning van professionals.

Evidence based Er is nog altijd het meeste 'evidence' dat een goede werkrelatie ongeveer 70% van de effectiviteit van de hulp bepaalt. De hulpverlening werkt als de cliënt door de hulpverlener positief benaderd en erkend wordt in hoe hij zichzelf, zijn problemen en zijn doelen ziet, als er in zijn ogen een goede werkrelatie is en de gesprekken relevant zijn voor zijn zorgen en doelen en hij hoop krijgt dat de hulpverlening zal werken (Welling, M. (2018)  Client centraal in de jeugdhulp. Amsterdam Boom uitgevers).

De jeugdprofessional als spil
En als er dan doorverwezen wordt naar een 'specialist' is dat een besluit dat samen met de ouders of de jongere wordt genomen. De jeugdprofessional houdt contact tijdens de periode op de wachtlijst en daarna en zorgt voor een zogenaamde 'warme overdracht' zodat duidelijk is waarom het kind aangemeld wordt voor die hulp, wat het doel is en de basis wordt gelegd voor een goede werkrelatie met de specialist. Zodat kinderen en jongeren niet de indruk krijgen dat ze over de schutting worden gegooid omdat ze te moeilijk zijn, maar dat iemand met hen heeft gekeken wat er aan de hand is en alleen als het echt nodig is doorverwijst. 

1

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/niet-meteen-iets-doen-als-iets-naars-speelt-maar-eerst-goed-luisteren-en-analyseren-maakt-de-jeugdzorg-beter-en-goedkoper~b650ddb2/

2

https://open.overheid.nl/repository/ronl-b683ba47db2572eeb5b4a14ce6c774c9abfdd15e/1/pdf/betrek-mij-gewoon-op-zoek-naar-verbeterkansen-voor-de-jeugdhulp-in-het-casusonderzoek-ketenbreed-leren.pdf

vrijdag 28 januari 2022

Bastions van Hoogmoed

Seksueel geweld, rekenschap en verzoening

Twee weken voor de uitzending van Boos ontving ik van Biblion de publicatie Bastions van Hoogmoed over seksueel geweld, rekenschap en verzoening van  Martha Nussbaum om te recenseren. Nussbaum is filosofe en hoogleraar rechtsfilosofie aan de universiteit van Chicago en zelf ook slachtoffer van seksueel geweld en seksuele intimidatie.  

Wat maakt dat net als bij de The Voice, mannen jarenlang wegkomen met seksuele intimidatie zonder dat iemand ingrijpt?

Hoogmoed
Bij seksueel misbruik en seksuele intimidatie gaat het niet om seks maar om macht. Nussbaum beschrijft de mentaliteit die hier aan ten grondslag ligt en behandelt het begrip objectificatie,  de neiging om een persoon als object te behandelen. Ook bespreekt ze karaktertrekken die de neerbuigende benadering van vrouwen gaande houden en samenhangen met machtsmisbruik: hoogmoed en hebzucht. Voor slachtoffers is het niet eenvoudig melding te doen. Victim blaming, het slachtoffer de schuld geven, wordt toegepast om mensen in een achtergestelde positie te drukken en machtige mannen te beschermen.

Macht en geld
Ondanks #MeToo zijn er nog steeds mannen die vinden dat ze boven de wet staan. In Amerika komt seksuele intimidatie veel voor bij de rechtelijke macht en net als in Nederland ook veel in de kunst en de sport. Dat komt omdat niemand er belang bij heeft dat het geweld van deze ‘sterren‘ aan het licht komt. Het gaat immers om machtige mannen die veel geld in het laatje brengen. Alleen de moed waarmee velen, zoals nu bij de The Voice, naar buiten zijn getreden met hun verhaal heeft tot hervormingen geleid.

Gerechtigheid
Nussbaum  betoogt dat rancune geen uitweg biedt. Alleen gehandhaafde wet - en regelgeving en het opnieuw opbouwen van structuren kunnen een tegenwicht vormen van ‘vijandige omgevingen’ en/of een cultuur van’voor wat hoort wat’. Ze pleit voor gerechtigheid zonder rancune.

De publicatie beschrijft de Amerikaanse situatie en rechtspraak en biedt  interessante inzichten voor de Nederlandse situatie door de inspirerende, nuchtere, diepgaande analyse van wat de basis is en achtergronden zijn van seksuele intimidatie en seksueel geweld en de oplossingsrichting.



donderdag 13 juni 2019

Cliëntenparticipatie, hoe regel je dat en waar moet je op letten?

Afbeelding van engin akyurt via Pixabay


Veel organisaties in de zorg worstelen met het goed organiseren van clientenparticipatie. Want hoe pak je dat nou aan? En waar moet je op letten als je het goed wil organiseren?

CLEAR model

Van een promovenda die onderzoek doet naar participatie kreeg ik het artikel vanDiagnosing and Remedying the Failings of Official Participation Schemes: The CLEAR Framework (Lowndes, L., Pratchett, L. & Stoker, G. (2006) Policy and Society, 5, p. 281-291) een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd diagnostisch hulpmiddel om cliëntenparticipatie te beoordelen en maatregelen op het spoor te komen die kunnen worden genomen om problemen aan te pakken: het zogenaamde CLEAR model. Uit onderzoek blijkt dat participatie het effectiefst is als ze voldoet aan aantal voorwaarden.

Voorwaarden voor effectieve participatie
C Can do: Kunnen – dat wil zeggen dat ouders en jongeren de middelen en kennis hebben om deel te nemen. Of dat de mogelijkheid wordt geboden om vaardigheden om te participeren (vergaderen, spreken in het openbaar, schrijven enz.) te verwerven.
L Like to: Houden van – dat wil zeggen dat als ouders en jongeren een gevoel van betrokkenheid bij het onderwerp en de organisatie ervaren, ze zich onderdeel voelen van iets groters en eerder zullen participeren;
E Enabled to: Mogelijk gemaakt – dat wil zeggen dat ouders en jongeren de kans krijgen om deel te nemen, dat er voorzieningen zijn die participatie mogelijk maken en dat deelname wordt ondersteund;
A Asked to: Gevraagd om – dat wil zeggen dat ouders en jongeren worden uitgenodigd door de jeugdhulporganisatie, de gemeente of andere cliënten om te participeren;
R Responded to: Gereageerd op – dat wil zeggen dat er naar ouders en jongeren geluisterd wordt en op hen gereageerd wordt. Daarbij hoeft men het niet altijd eens te zijn met ouders en jongeren. Het gaat erom dat duidelijk is dat hun mening serieus wordt genomen en hun standpunten in overweging genomen.

Het CLEAR-model biedt jeugdhulporganisaties en gemeenten een snelle onderzoeksmethode waarmee de sterke en de zwakke punten van de bestaande participatie- infrastructuur in kaart gebracht kunnen worden en verbeterpunten geïdentificeerd.

Meer lezen?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp, BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp

donderdag 16 mei 2019

Wat weten we over Jeugdzorg plus?


In 2017 werden 2710 jongeren opgenomen in een JeugdzorgPlus voorziening / gesloten jeugdzorg, de meest intensieve vorm van jeugdhulp. Het gaat om jongeren met ernstige gedragsproblemen die zonder behandeling een risico voor zichzelf of de omgeving vormen. Om hulp te kunnen bieden en onttrekking aan de zorg te voorkomen mag JeugdzorgPlus beperkende maatregelen toepassen. Maar wat weten we eigenlijk van de effectiviteit van deze vorm van hulp?

Jeugdzorg met een plus
Door Biblion kreeg ik de publicatie Jeugdzorg met een plus toegestuurd om te recenseren. De publicatie is geschreven door Coen Dresen en Lieke van Domburgh, beiden betrokken bij de jeugdzorg plus. Zij geven een overzicht van de kenmerken van jongeren die worden opgenomen, de werkzame factoren en de inbedding van JeugdzorgPlus in het zorglandschap. Ook wordt beschreven op welke terreinen er nog kennis ontbreekt om deze jongeren effectief te helpen. De tekst is geïllustreerd met casuïstiek.

Wat we wel en nog niet weten over de meest intensieve vorm van jeugdhulp
In de publicatie wordt duidelijk dat de effectiviteit van opname afhankelijk is van een aantal factoren: zorgvuldige besluitvorming bij opname; een veilig en positief leefklimaat op de leefgroep; individuele interventies gericht op de jeugdige èn op het gezin; methodisch groepswerk waarbij de nadruk ligt op fasering, positieve bekrachtiging en shared-decision making; onderwijs en zeker ook vervolgzorg.
Van deze effectieve factoren is zeker niet altijd sprake volgens ervaringsdeskundigen en ook separatie komt regelmatig voor in de jeugdzorg plus. Separatie is schadelijk en traumatisch blijkt uit onderzoek, en het maakt jongeren vaak zieker in plaats van beter. Hoe vaak het voorkomt weten we niet, want dat wordt niet bijgehouden en daardoor heeft de inspectie er ook geen zicht op.

Sluit depressieve kinderen niet op maar geef ze liefde
Dit zegt Jason Bhugwandass (21) ervaringsdeskundige in een artikel in de Volkskrant van 8 februari jl. die zelf ook te maken heeft gehad met de gesloten jeugdzorg. Hij wordt hierbij ondersteund door onderzoek. ‘Repressie veroorzaakt stress bij zowel jongeren als medewerkers, leidt vaak tot meer probleemgedrag en belemmert de effectiviteit van de behandeling’, stelt Sophie de Valk in haar proefschrift Under Pressure – Repression in Residential Youth Care.

Actieplan voor betere zorg kwetsbare jongeren
De oproep van Bhugwandass kreeg gehoor en inmiddels is er een actieplan met als doel: geen gedwongen afzondering meer, een preventieplan tegen zelfdoding en minder onnodige verplaatsingen van kwetsbare jongeren. Met deze en andere maatregelen moet de gesloten jeugdhulp flink verbeteren, stellen de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in een actieplan.

Ervaringsdeskundigen
Een nieuw plan, oké, maar wat opvalt in positieve zin, is dat niet alleen professionals maar ook ervaringsdeskundigen aan de slag gaan om voor 1 oktober 2019 een gezamenlijk beeld van een positief leef-, leer- en werkklimaat formuleren. Dat is nog eens een goede actie, want wie weet beter dan jongeren die het zelf hebben meegemaakt wat goed gaat werken? Wat hen heeft geholpen hun leven op de rit te krijgen en wat niet? Ik kijk er naar uit, want zeker zo'n ingrijpende vorm van hulp moet toch een beter effect hebben dan niets doen.


Meer lezen?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp, BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp

donderdag 2 mei 2019

Waar gaat het goed gaat in de jeugdhulp?


Problemen in de jeugdzorg zijn onverminderd groot
Er is nauwelijks verbetering in de zorg voor kinderen. Ze staan lang op wachtlijsten als ze acute zorg nodig hebben en zitten onverminderd thuis omdat er geen goede plek op school is. Dat constateert kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer (AD 26 maart 2019). Met de decentralisatie van de jeugdhulp is de zorg voor ouders en kinderen ingrijpend veranderd. Nu - bijna 3 ½ jaar na de transitie - is het stof nog niet neergedaald en lijken de problemen zich op te stapelen.

Ouders en kinderen steeds meer uit beeld
Het idee dat met de decentralisatie van de jeugdhulp alles beter zou gaan, blijkt niet te kloppen. En eigenlijk wist iedereen dat ook van te voren. Zo'n grote verandering gaat niet vanzelf en het kost tijd en geld om dat goed te organiseren. Geld dat er niet was, de transitie ging gepaard met forse bezuinigingen. Alle aandacht is gegaan naar de inrichting van het systeem en ouders en kinderen steeds meer uit beeld zijn geraakt.

Een nieuwe visie
Wat nu? Hoe transformeer je de jeugdhulp naar effectieve hulp voor ouders en kinderen die dat nodig hebben? De neiging is om te roepen om een nieuwe visie. Maar het probleem is niet de visie. De visie in de Jeugdwet: 1 gezin, 1 plan; ruimte voor de professional, hulp op maat etc. Prima visie, niks aan doen. Het gaat om de uitvoering van de hulp. Daar gaat het mis. Er zijn regels en protocollen, verantwoordingssystemen en dat alles maakt dat hulpverleners en cliënten niet de mogelijkheid hebben om samen te kijken wat er aan de hand is en wat nodig. Want voor goede hulp draait het daar om. We moeten op zoek naar goede voorbeelden. Voorbeelden van waar het wel goed gaat.

Transformeren kun je leren
Mooi werk ontstaat niet in beleidsplannen, maar in het werk zelf, zei Hans Vermaak op de bijeenkomst Transformeren kun je leren op 8 april jl. Veranderen gaan meestal formeel en van bovenaf, maar als je echt wil transformeren is het belangrijker om voorwaarden te scheppen. Want als je professionals spreekt die goed resultaat hebben geboekt in complexe casussen hoor je termen als 'gewoon'. Luisteren naar cliënten, aanpakken wat als eerste nodig is, collega's bellen om zaken te regelen en je niet gek laten maken dor regels protocollen en procedures. Dus wat volgens Vermaak nodig is dat we niet van ‘bovenaf’ doelstellingen bedenken en dicht timmeren, maar beginnen vanuit het werk en nieuwsgierig samen met professionals ontdekken waar het goed gaat, waar het beter kan en welke doelstellingen en acties daarbij horen. Waarbij de volgende vragen steeds centraal staan: ‘Doen we de dingen goed’ en ‘doen we de ‘goede’ dingen’?



Meer lezen?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp, BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp

donderdag 28 maart 2019

Door administratie minder tijd voor ouders en kinderen in de jeugdhulp



Zorgaanbieders en gemeenten blijven worstelen met administratieve lasten in de jeugdhulp. De maatregelen die gemeenten nemen tegen de oplopende kosten voor de jeugdhulp gaan ten koste van jeugdigen (SKIPR 30 januari 2019)

Toename administratie door professionals
Met de transitie van de jeugdhulp naar de gemeenten is de administratieve druk enorm toegenomen. Professionals in de wijkteams, jeugd GGZ, jeugd met een beperking en gespecialiseerde jeugdhulp besteden 21% van de tijd aan administratie. Professionals werkzaam in de jeugdbescherming besteden zelfs meer tijd aan administratie dan tijd aan direct cliënten contact (zie Verkenning arbeidsmarkt jeugdsector, Prismant 2018).

Verantwoording naar de gemeenten
Bij die toegenomen administratie gaat het niet om cliëntgebonden administratie ter ondersteuning van de hulp aan de cliënt, maar om administratie in het kader van de verantwoording aan de gemeente hoe de tijd besteed wordt. Ieder mailtje en telefoontje - ook al duurt dat maar 3 minuten - moet in sommige gemeenten vastgelegd worden in 'het systeem'. Daarbij komt dat gemeenten met verschillende registratie systemen werken die vaak weinig klantvriendelijk zijn en allemaal verschillende inlogprocedures hebben en een eigen systematiek. Ook als gevolg van de aanbestedingen in de jeugdhulp hebben jeugdhulpaanbieders extra administratieve krachten moeten inhuren. Geld wat niet besteed kan worden aan ouders en kinderen.

Klacht en tuchtrecht
Ook de invoering van het tuchtrecht heeft de administratieve druk verhoogd. Professionals zijn bang voor klachten en bezweren die angst door alles te registreren wat ze doen. En dat is niet terecht want maar een beperkt aantal klachten wordt gegrond verklaard door de tuchtrechter. Een tuchtklacht heeft een grote impact op professionals en als er inderdaad een klacht wordt ingediend wordt veel tijd om samen met een advocaat het verweer op te stellen. Tijd en geld dat niet meer besteed kan worden aan hulp voor ouders en kinderen. Wat de kans op een klacht eerder vergroot dan verkleint. Beter is samen met de cliënt af te stemmen welke hulp nodig is en te bespreken of wat in het dossier hebt vastgelegd ook klopt, m.a.w. samenwerken aan goede hulp.

Cliëntenperspectief niet centraal
Met de transitie van de jeugdwet naar de gemeenten en de invoering van het klacht en tuchtrecht is het doel goede en voldoende hulp voor ouders en kinderen minder in beeld. Er wordt te weinig mèt ouders en kinderen gekeken wat goede hulp is, niet de ouders en kinderen maar de verantwoording van de hulp staat centraal. De tijd achter de computer gaat ten koste van het directe contact met ouders en kinderen, de basis voor effectieve jeugdhulp.



Meer lezen?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp. Van visie naar aanpak. BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp



donderdag 14 maart 2019

Ouders in de jeugdhulp




Praten over wat er niet lukt in de opvoeding van je kinderen is lastig. Overal is weleens wat, maar meestal hoor je alleen succesverhalen. Toch gaat het wel eens mis en soms komt jeugdzorg erbij.

Angst
De neiging van de meeste ouders is om niet het achterste van hun tong te laten zien, want de hulpverlener heeft de mogelijkheid in te grijpen en je kind uit huis te plaatsen. En hulpverleners zijn gefocust op de veiligheid van het kind en willen zelf ook niet het risico lopen te weinig te doen met alle gevolgen van dien. Zowel de hulpverlener als de ouder reageren vanuit angst en dat is geen goede basis voor een effectieve hulpverleningsrelatie die gebaseerd moet zijn op betrokkenheid, vertrouwen, openheid, begrip, duidelijkheid en eerlijkheid.

Tweeëntwintig verhalen
We kennen veel verhalen van kinderen die als ze volwassen zijn vertellen over de ellende thuis. Over de andere kant van het verhaal, dat van de ouders weten we weinig. Hoe het voor hen was om niet de ouder te zijn die ze hadden willen zijn, dat ze ondanks goede bedoelingen niet de zorg en veiligheid konden bieden die hun kind nodig had, hoe ze het hebben ervaren dat er ingegrepen werd door jeugdzorg. In het boek Als het misgaat thuis van Pauline Blom en Herman Baartman zijn tweeëntwintig verhalen van ouders beschreven, ouders die de moed hebben opgebracht om aan hen hun verhaal te vertellen. Het verhaal wat ze meestal niet aan hun hulpverlener verteld hebben.

Perspectief van ouders

Voor effectieve hulp aan ouders moeten we meer weten wat het perspectief van ouders is. Want alle ouders - dus ook de ouders die hun kinderen mishandelen of verwaarlozen - willen het beste voor hun kind. En het is van belang om - naast te onderzoeken hoe het met het kind gaat - het verhaal van de ouder te horen en te begrijpen waarom het misging en te kijken wat er mogelijk is. Om goede hulp te kunnen bieden is het nodig ouders niet af te schrijven en met hen in gesprek te gaan. Ouders blijven ouders en op die manier altijd een rol spelen in het leven van het kind, nu en/of in de toekomst. Als je wil dat er echt iets verandert voor dit kind en voor de kinderen van dit kind is het van belang te investeren in de samenwerking met de ouders.


Meer lezen over hoe je de jeugdige en zijn ouders centraal kunt stellen en wat het betekent om het cliëntenperspectief leidend te laten zijn in de jeugdhulp?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp, BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp

dinsdag 18 december 2018

Wat is een goede jeugdhulpverlener?


Laatst was ik op een afscheidsbijeenkomst van een collega in de jeugdhulp en zij vroeg aan haar ervaren collega's wat volgens hen een goede hulpverlener is en wat succesfactoren zijn voor effectieve hulp. Een interessante vraag, want aan hulpverlener wordt bijna nooit gevraagd wat zij een goede hulpverlener vinden. Kijken hulpverleners anders naar effectieve hulp dan cliënten en wetenschappers?

Wat vinden ouders en jongeren een goede hulpverlener?
Cliënten weten heel goed wat ze belangrijk vinden. De ideale hulpverlener is volgens jongeren van het Jeugdwelzijnsberaad (organisatie van jongerenraden in de jeugdhulp) respectvol, betrokken, eerlijk, voorbereid op het werk, heeft levenservaring, is op tijd, serieus, aardig, positief, motiverend, enthousiast, kan goed luisteren, kijkt ‘om het dossier heen’, ziet en benoemt kwaliteiten, is complimenteus, laat me in mijn waarde, ziet iedereen als individu, maakt ruimte voor uitzonderingen, heeft geen negen-tot- vijf-mentaliteit, heeft voorbeeldfunctie, doet wat-ie zegt, durft in te grijpen bij agressie, is goed geschoold, ervaringsdeskundig, neemt initiatief, is mentaal sterk, kindvriendelijk, checkt of je goed geplaatst bent, staat stevig in de schoenen, is rustig.
Ouders zitten op de zelfde lijn. Soms zeggen ouders dat de ideale hulpverlener ook van dezelfde cultuur moet zijn, wat ouder moet zijn en/of zelf kinderen moet hebben. Toch is er dan altijd wel een ouder die vertelt over die ene hulpverlener, die wit en jong was, geen kinderen had en de cliënt toch goed begreep. ‘Zij luisterde tenminste en oordeelde niet meteen, daar had ik echt wat aan.’
Het gaat om het contact, de mate waarin het de hulpverlener lukt om zich in te leven in de situatie van de ander, en of de hulpverlener ‘er is’ voor de ander.

Wat zegt de wetenschap ervan?
De wetenschap is het eens met cliënten dat het belangrijkste het contact, de relatie tussen cliënt en hulpverlener is. Op basis van literatuurstudie zijn tien aspecten onderscheiden van de ideale hulpverlener met betrekking tot de relatie. Het gaat om de volgende aspecten: deskundigheid aandacht, betrokkenheid, begrip, steun, acceptatie, echtheid, empathie, warmte. Wat dat betreft zitten wetenschappers op dezelfde lijn als cliënten.

En de hulpverleners?
Ook ervaren hulpverleners weten wat belangrijk is en ook zij leggen daarbij de nadruk op de relatie: contact, aansluiten, respect, betrouwbaar, echt zijn, veilig, goed luisteren, ruimte voor het verhaal, niet oordelen, oprechte complimenten, een vast persoon die er voor jou is en je ziet en hoort, aansluiten op de belevingswereld, en daarnaast benadrukken ze ook het belang van niet loslaten, contact houden, volhouden, betrekken van het netwerk en dat er ook ruimte moet zijn voor gezelligheid en humor.(zie plaatje)

En als we er het dan allemaal over eens zijn, hoe komt het dan dat het toch niet altijd lukt om effectieve hulp te bieden? Eén van de doelen van de Jeugdwet die in 2015 inging is meer ruimte voor de professional. Krijgen en nemen hulpverleners wel voldoende ruimte om samen met cliënten te doen wat nodig is?

Meer lezen?
Welling, M. (2018) Cliënt centraal in de jeugdhulp. Van visie naar aanpak. BOOM Amsterdam
Inkijkexemplaar: https://www.boomhogeronderwijs.nl/product/100-7395_Client-centraal-in-de-jeugdhulp

vrijdag 12 mei 2017

Cliëntenraden en jongerenraden: meer dan medezeggenschap


In de jeugdwet staat dat cliënten moeten worden betrokken bij de ontwikkeling van de jeugdhulp. Jeugdhulporganisaties en gecertificeerde instellingen zijn verplicht een cliëntenraad te organiseren. Veel organisaties hebben daarnaast ook een jongerenraad. Het organiseren van een jongerenraad en een cliëntenraad is zeker niet altijd makkelijk. Toch zie ik duidelijke voordelen zowel voor jeugdhulporganisaties en gecertificeerde instellingen als voor ouders en jongeren zelf.

Voordelen voor jeugdhulporganisaties en gecertificeerde instellingen
Door behoeften en verwachtingen van cliënten in kaart te brengen en mee te nemen in besluitvorming, zal de dienstverlening beter aansluiten bij de wensen van gebruikers. Dat verhoogt de kwaliteit van de hulp. Instellingen kunnen door ervaringen van cliënten leren hoe hulpverleningstrajecten verbeterd worden. Bovendien ontstaat er meer draagvlak voor het beleid en wordt de klanttevredenheid vergroot.
Voor het organiseren van een aparte jongerenraad zie ik als voordeel dat de jongeren de mogelijkheid hebben met elkaar van gedachten te wisselen over zaken die jongeren aangaan zonder daarbij overvleugeld te worden door volwassenen. De belangen van ouders en kinderen zijn immers niet altijd dezelfde.

Voordelen voor ouders en jongeren
Naast inspraak en belangbehartiging van ouders en jongeren hebben deze raden nog een meerwaarde. Voor velen is het een manier om betekenis te geven aan hun ervaringen met de jeugdhulp. Om niet alleen hulpvrager te zijn, maar ook die ervaringen te gebruiken om de jeugdzorg beter te maken voor andere ouders en jongeren. Het versterkt het zelfgevoel van cliënten (self-efficacy), het vertrouwen in de eigen bekwaamheid om met succes invloed uit te oefenen op de omgeving. Je bent niet alleen cliënt, maar geeft levert ook een waardevolle bijdrage aan de verbetering van de jeugdhulp.

Door de cliëntenraad kan ik wat voor een ander betekenen en van een moeilijke situatie iets positiefs maken. Ik vindt het ook interessant en fijn om wat om handen te hebben (ouder, voorzitter cliëntenraad)

Jongerenraden
Micha de Winter is al jaren een warm pleitbezorger van jeugdparticipatie. Kinderen en jongeren als participerende burgers actief betrekken bij hun leefomgeving heeft volgens De Winter een heilzame preventieve en curatieve werking. Een tekort aan mogelijkheden om zinvolle sociale ervaringen op te doen, is op zichzelf een bron van psychosociale problemen en gedragsproblemen. De uitbreiding van zulke ervaringsmogelijkheden blijkt de kans op dergelijke problemen te verminderen. Wat Micha de Winter volgens mij bedoelt is dat het voor jongeren van belang is te ervaren dat ze invloed kunnen hebben op hun omgeving en dat hen dat helpt om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven. In plaats van ‘Ik heb ook altijd pech’ en bij de pakken neer te gaan zitten.
Daarnaast is een jongerenraad positief voor de persoonlijke ontwikkeling van de leden (informeel leren) en sociale contacten die jongeren opdoen. Door deelname aan een jongerenraad krijgen jongeren meer zelfvertrouwen en leren vaardigheden op het gebied van communicatie, samenwerken, vergaderen, organiseren, spreken in het openbaar, hoe jezelf te presenteren. Vaardigheden die ze nu en later goed kunnen gebruiken

Ik durf nu meer te praten, mijn mening te vertellen, ik ben socialer geworden, leer over de jeugdzorg (meisje 16 jaar, lid jongerenraad)

Het is echt een misvatting dat ouders en jongeren in cliëntenraden alleen maar willen schoppen. De voordelen cliëntenraden èn jongerenraden zijn groot en het is belangrijk om te investeren in de ontwikkeling ervan.

Deze blog verscheen eerder op KennisnetJeugd.nl

maandag 20 maart 2017

Een vragenlijst is onvoldoende om kindermishandeling te signaleren


Volkskrant 20 maart 2017
Ouders die met een kind bij de huisarts of de spoedeisende hulp komen, worden verplicht gescreend. Dat leidt tot veel valse verdenkingen van mishandeling, terwijl echte gevallen soms toch worden gemist. Op elke 100 verdenkingen waren er 92 onterecht. Bij 1 op de 100 kinderen gaf de screening aan dat er niets aan de hand was terwijl later toch een melding volgde. Utrechts onderzoek maakte eerder al duidelijk dat de vragenlijsten ook op de afdelingen spoedeisende eerste hulp vaak tot onterechte verdenkingen leiden (97 op de 100).


Verkeerde vragenlijst leidt tot veel onterechte verdenkingen van kindermishandeling

De titel van het artikel in de Volkskrant suggereert dat het probleem de vragenlijst is, maar dat is het niet. Met alleen een vragenlijst kun je geen kindermishandeling vaststellen of uitsluiten. Daarvoor heb je meer kennis en vaardigheden nodig, zoals kennis van signalen en de vaardigheid om een gesprek te voeren met ouders en kinderen over de zorgen (Bonnet 2013). De stappen van de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling helpen daarbij.

Stap 1. In kaart brengen van signalen

De professional die kindermishandeling vermoedt of vaststelt, verzamelt alle aanwijzingen die zijn vermoeden kunnen onderbouwen of ontkrachten en legt deze vast. Er zijn goede medische signalenlijsten beschikbaar voor (kinder)artsen. Sommige lichamelijke verwondingen wijzen sterk op kindermishandeling, maar meestal is meer informatie nodig om dat te kunnen vaststellen. Zo zijn blauwe plekken kinderen bij kinderen die niet mobiel zijn zeer verdacht omdat die kinderen zichzelf niet kunnen stoten en is het ook zeer verdacht als een brandwond sterk begrensd is (strijkijzer), er geen spatletsel is en de brandwond overal even diep is. Meestal zijn de signalen echter niet zo duidelijk en is het van belang goed in kaart te brengen hoe de verwondingen eruit zien, om wat voor soort verwonding het gaat, op welke plek de verwonding zit en na te gaan of er eerder soortgelijke verwondingen geweest zijn. Ook kan het zinvol zijn een forensisch kinderarts te raadplegen voor letselduiding.

Stap 2. Overleg met collega en raadpleeg eventueel Veilig Thuis

Overleg bij vermoedens met een collega of vraagt advies aan Veilig thuis. De casus kan daarbij anoniem worden besproken.

Stap 3. Gesprek met ouders en/of het kind, de jongere

Voor het achterhalen van de oorzaak van de verwondingen moet bij het kind, de ouders of anderen geïnformeerd worden hoe de verwonding is opgelopen. Praat zo mogelijk met het kind en leg de zorgen voor aan de ouders. Belangrijk is dat zonder vooroordelen te doen en goed te kijken naar de toedracht van het ongeval. Hoe is de verwonding ontstaan? Wie is de veroorzaker? Waren er anderen bij aanwezig? Wanneer is de verwonding ontstaan? Heeft er iemand maatregelen genomen? Het is bijvoorbeeld opvallend als ouders lang wachten met het inroepen van hulp. Deze stap kan alleen worden overgslagen uit vrees voor de veiligheid of gezondheid van het kind of andere kinderen uit het gezin en gevreesd moet worden dat de arts het kind en/of de ouder(s) daardoor uit het oog zal verliezen of als de arts vreest voor zijn eigen veiligheid. Wel moet dan een ander moment gekozen worden waarop de ouders en/of kind alsnog ingelicht worden over de vermoedens en over een eventueel gedane melding.

Stap 4. Wegen van het geweld of de kindermishandeling, bij twijfel altijd Veilig Thuis raadplegen
De professional kan – eventueel ook zonder de toestemming van ouders en/of kind– overleggen met andere bij het gezin betrokken hulpverleners of beroepskrachten en/of een melding aan de verwijsindex risicojongeren doen, voor zover dat nodig is om een vermoeden van kindermishandeling te verifiëren of om hulp onderling af te stemmen.

Stap 5. Beslissen: hulp organiseren of melden

Als de professional ervan overtuigd is dat hulpverlening op vrijwillige basis het risico voor het kind voldoende kan afwenden, dan kan hij besluiten (nog) niet te melden bij Veilig Thuis en zelf hulp verlenen of deze elders in gang zetten. Wordt het vermoeden bevestigd of in elk geval niet weggenomen en is er een reële kans op schade door (het voortduren van de) kindermishandeling die niet (meer) met hulpverlening kan worden afgewend, dan doet de professional zo spoedig mogelijk een melding bij Veilig Thuis. De professional informeert kind en/of ouders tevoren over zijn melding, tenzij dit niet mogelijk is in verband met de veiligheid.

Dit is een korte samenvatting van de meldcode en belangrijk is dat artsen, maar ook verpleegkundigen en jeugdwerkers weten welke stappen ze moeten zetten en hoe je een gesprek met ouders en kinderen voert.
Dus alleen een vragenlijstje is onvoldoende.

Meer informatie
Bonnet, R. (2013) De Kleine Gids Kindermishandeling. Achtergronden, signaleren en de meldcode. Kluwer

woensdag 26 oktober 2016

Hulp voor kinderen in de vrouwenopvang is investeren in de toekomst


De meeste vrouwen die een beroep doen op de vrouwenopvang nemen kinderen mee. In 2012 verbleven er ruim 3.100 kinderen tot en met 17 jaar in een instelling voor vrouwenopvang. Ruim 45% van hen is vier jaar of jonger, 30% is tussen 5 en 11 jaar oud en 25% is 12 jaar of ouder. Deze kinderen zijn vaak getuige geweest van huiselijk geweld, zelf mishandeld en niet zelden getraumatiseerd. De heftige gebeurtenissen in het gezin hebben een grote invloed op de ontwikkeling van kinderen en kunnen doorspelen in hun latere leven met als risico overdracht van de problematiek naar de volgende generatie. Uit onderzoek bij vrouwen in de vrouwenopvang blijkt dat 46 % zelf vroeger ook geweld heeft meegemaakt in het gezin.

Het kinderbrein als spons
Tot voor kort was er weinig aandacht voor kinderen in de vrouwenopvang. Er werd zelfs gedacht dat kinderen een 'plastisch brein' hebben en daardoor ervaringen makkelijker verwerken en dat baby's er al helemaal niks van merken. Niets is minder waar. Uit onderzoek blijkt dat hoe jonger, hoe groter de impact van huiselijk geweld op de ontwikkeling van kinderen. Je moet je als hulpverlener zwaar zorgen maken als je bij een situatie van huiselijk geweld wordt geroepen en een baby in de box zit te spelen alsof er niets aan de hand is. Bruce Perry, neuroloog en kinderpsychiater, deed er veel onderzoek naar en in een filmpje op YouTube https://www.youtube.com/watch?v=O4zP50tEad0 legt hij uit dat de hersenen van jonge kinderen juist zeer kwetsbaar zijn. Ze lijken een beetje op een spons en dat betekent dat ze enerzijds in staat zijn binnen korte tijd ingewikkelde taken te leren zoals taal, maar anderzijds meer kwetsbaar voor trauma.

Elf risicofactoren per kind
Kinderen in de opvang hebben ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. Het is pas sinds kort dat we weten dat het getuige zijn van huiselijk geweld zeer ingrijpend is en moet worden gezien als een vorm van kindermishandeling. In 2009 is onderzoek gedaan naar de kinderen in de maatschappelijke en vrouwenopvang. De resultaten zijn schokkend. Gemiddeld werden 11 risicofactoren op kindermishandeling per kind gevonden; onder meer relationeel geweld, echtscheiding en een psychische stoornis bij de ouder. En verder werden gemiddeld ook bij elk kind 7 ingrijpende levensgebeurtenissen gescoord, zoals verbaal en fysiek geweld, mishandeling, misbruik, de boel in huis in elkaar slaan of aanwezig zijn bij de arrestatie van een ouder.

Sobere opvang
Voor kinderen is het plotselinge vertrek uit de gewelddadige - maar wel vertrouwde - omgeving ingrijpend. Weg van school, vriendjes, familie, huisdieren, komen kinderen in een onbekende stad, op een nieuwe school en in een huis waar ook andere kinderen en moeders wonen die het ook niet makkelijk hebben. Tot voor kort was er nauwelijks individuele begeleiding en vrijwel geen behandeling beschikbaar voor kinderen. Ook de opvang is sober en meestal niet ingericht op de specifieke behoeften van kinderen en jongeren. Er zijn soms weinig speelmogelijkheden voor kinderen of plekken om rustig huiswerk te maken. Ongeveer 50 procent van de kinderen in de opvang heeft problemen in het psychosociaal functioneren, zoals gedragsproblemen, problemen met leeftijdgenoten en emotionele problemen. Een derde heeft last van een posttraumatische stressstoornis. Ongeveer 20 procent voldoet aan de criteria om als depressief gediagnosticeerd te worden. Het in zo'n situatie moeten delen van woonkamers en doucheruimtes en gebrek aan privacy geeft veel stress en conflicten tussen moeders en/of kinderen.

Veilige Toekomst
Dit was voor Kinderpostzegels, de federatie Opvang en de Adessium Foundation aanleiding om in januari 2015 de krachten te bundelen en samen te werken aan het Plan Veilige Toekomst. Doel is de leefomstandigheden en ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen in de vrouwenopvang te verbeteren en waar mogelijk het aanbod uit te breiden tot de maatschappelijke opvang. Er is financiering beschikbaar gesteld voor verbetering van de huisvesting, begeleiding en behandeling van kinderen, natuurpilots waar kinderen positieve ervaringen kunnen opdoen in contact met natuur en dieren, een boekje met de belangrijkste punten waar de zorg voor kinderen in de opvang aan moet voldoen, een jongerenpanel om van kinderen en jongeren zelf te horen wat ze nodig hebben en belangbehartiging van kinderen in de opvang. Dat laatste is met name nodig omdat aandacht voor de belangen van kinderen in de opvang door de transitie en bezuinigingen in de zorg er niet beter op is geworden.
Het is eigenlijk geen keuze. Specifieke aandacht voor kinderen in de opvang is nodig en blijft nodig, als we niet willen dat de geschiedenis van huiselijk geweld zich herhaalt in de gezinnen van deze kinderen in de toekomst.

donderdag 29 september 2016

Is cliëntcentrale zorg commercieel interessant?


Bij de Volkskrant van 20 september zat een bijlage met als titel Cliëntcentrale zorg. Ik ben blij en verbaasd. Is het belang om de cliënt centraal te zetten in de zorg inmiddels zo ver doorgedrongen dat er zelfs een hele bijlage aan besteed wordt? En dan nog wel een commerciële bijlage. Is de cliënt centraal zetten niet alleen meer iets voor teerhartige hulpverleners, maar ook commercieel interessant?

Clientcentrale zorg is effectief
In die bijlage staat op pagina 13: ‘Uit diverse onderzoeken blijkt dat er een directe relatie is tussen gastvrije zorg en een beter en sneller herstel’. Maar niet alleen in de gezondheidszorg, ook in de jeugdhulp werkt cliëntcentrale zorg. Van Yperen en Van der Steege schreven in 2010 al in Methodiek en hulpverlener* tellen allebei dat verschillende factoren van invloed zijn op de effectiviteit van de hulp. Niet alleen de gebruikte methodiek is belangrijk, maar ook een goede relatie tussen de cliënt en de hulpverlener en aansluiten bij de motivatie van de cliënt. En de hulp goed afstemmen op de aard en de ernst van de problematiek. Daarvoor is het nodig dat de hulpvraag van het kind en de ouders het uitgangspunt is. En dat kan niet zonder ze actief te betrekken bij het hulpverleningsproces. Een positieve bejegening door de hulpverlener, betrokkenheid, warmte, empathie, acceptatie, aanmoediging en wederzijds respect zijn essentieel.

In de bijlage van de Volkskrant worden diverse bestuurders geciteerd die cliëntcentrale zorg op hun netvlies hebben. Hetty de Wit, bestuurder van de Zijlen zegt: ‘De behoeften van het individu en diens mogelijkheden moeten leidend zijn bij het geven van zorg en ondersteuning en niet protocollen of standaarden. Elke persoon is anders, evenals de situatie en voorkeuren’. En Arno Lelieveld, bestuurder bij TriviumLindenhof ‘merkt dat als jongeren uit de jeugdzorg wanneer hen gevraagd wordt wat voor hen het verschil heeft gemaakt, de namen noemen van professionals die hen het beste begrepen, gehoord en gezien hebben’.

Bij gemeenten staat de cliënt nog niet centraal

Bij gemeenten is dat besef nog niet doorgedrongen. ‘Geld voor jeugdpsychiatrie in veel gemeenten nu al op.’ meldt de NOS op 22 september jongstleden. In het artikel 'Staat de cliënt centraal in de jeugdhulp en in de toegang?'* dat ik deze maand publiceerde in het Tijdschrift voor Jeugdbeleid betoog ik dat cliënten nog steeds niet centraal staan en vaak wordt ‘vergeten’ om hen te informeren of naar hun mening te vragen. Niet het cliëntperspectief, maar het perspectief van de gemeente staat centraal in de organisatie van de jeugdhulp. De gemeente stuurt op budgetten, protocollen, zorgprogramma's, of klantcontacturen. ‘Ze stuurt niet op goede oplossingen’, zegt Jos de Blok van Buurtzorg zo treffend in een interview van Bram Bakker*. Belangrijk is om professionals de ruimte te geven samen met cliënten op zoek te gaan naar oplossingen.
Cliëntcentrale zorg is effectieve zorg en daarmee ook commercieel interessant. Het vermindert kosten en levert gezonde mensen op die kunnen participeren in de maatschappij. Dat is nog niet overal bekend, dus laten we daar vooral met regelmaat aandacht voor vragen.

*http://www.jeugdkennis.nl/jgk/Artikelen-Jeugdkennis/Methodiek-en-hulpverlener-tellen-allebei
*http://link.springer.com/article/10.1007/s12451-016-0118-6
*https://gaming.youtube.com/watch?v=A2H0vxRu8hQ&list=PLmd3IZRwXzwGR5pbRMm_FUvfIzYXW9SRt

Deze blog verscheen eerder op Kennisnet Jeugd.nl

maandag 29 augustus 2016

Groeiende hulpvraag als neveneffect van preventie


In 2007 maakten naar schatting 14% van alle minderjarigen gebruik van enige vorm van geïndiceerde zorg of speciaal onderwijs. De vraag blijft groeien. Het Volkskrant-artikel Waarom werd zij nooit behandeld? van 5 juli 2016 laat zien dat de jeugdzorg die vraag niet altijd aankan. Het NRC meldde op 18 juni 2016 in Vaker diagnose die niet klopt bij hoogbegaafden dat volgens sommigen sprake is van overbehandeling en overdiagnosticering in de geestelijke gezondheidszorg. Anderzijds blijkt uit onderzoek van Unicef dat Nederlandse kinderen de gelukkigste ter wereld zijn. Hoe kan dat?

Mechanismen achter de groei

Het lezen van de publicatie 'Kwetsbare kinderen. De groei van professionele zorg voor jeugd' van Nelleke Bakker gaf mij voor een deel antwoord op die vraag. Die publicatie geeft namelijk inzicht in de mechanismen achter de groei van de zorgconsumptie. Nelleke Bakker is hoofddocent historische pedagogiek aan de Rijksuniversiteit in Groningen en beschrijft de geschiedenis van de preventieve zorg voor kinderen vanaf de 19e eeuw.
Die preventieve zorg was aanvankelijk vooral medisch georiënteerd met de strijd tegen kinderpokken, het ontstaan van de schoolgezondheidszorg (schoolartsen), bestrijding van tuberculose (tbc) met gezonde buitenlucht en het ontstaan van vakantiekolonies. Na het uitroeien van pokken en tbc verschuift de aandacht naar de geestelijke gezondheid van kinderen in de 20e eeuw. De opkomst van het psychiatrisch perspectief in de opvoeding, de institutionalisering en professionalisering van kleuterzorg en de opkomst van het Medisch Opvoedkundig Bureau (MOB) dragen hieraan bij.
Na de Tweede Wereldoorlog is er geen aandacht voor wat kinderen in die periode hebben meegemaakt. Wel is er meer specifieke aandacht voor het ‘zenuwachtige’ kind en zorg voor kinderen met leerproblemen. Dat is niet toevallig want de aandacht voor leerproblemen ging samen met de vestiging van de academische orthopedagogiek, speciaal onderwijs en onderzoek naar hersenziekten.

Diagnoses als neveneffect


Wat me echter vooral opviel, is dat Bakker laat zien hoe in de loop der tijd diagnoses veranderen van zenuwachtigheid, via minimal brain disfunction (MBD) naar ADHD; hoe het vullen van bedden van ‘vakantiekolonies’ voor ‘zwakke’ kinderen een doel op zich werd. En hoe het aanbod van speciaal onderwijs de vraag ernaar stimuleerde. Zo heeft de preventief bedoelde zorg dus als neveneffect dat sneller wordt ingegrepen of doorverwezen.
Je kunt toch niet tegen preventie zijn, zou je zeggen. Baat het niet, dan schaadt het niet. Maar oplettendheid hierbij is wel belangrijk. Het idee van preventie is dat het de groei van de geïndiceerde zorg tegen moet gaan. Maar door het preventiestreven zijn professionals een steeds grotere rol gaan spelen in het kinderleven en een groot deel van de kinderen heeft een diagnose. Preventie is prima en soms is snel ingrijpen nodig om erger te voorkomen. Maar we moeten ouders niet het gevoel geven dat kinderen zeer kwetsbare wezens zijn die bijna niet op te voeden zijn zonder professionele begeleiding.

Deze blog verscheen eerder op Kennisnet Jeugd

woensdag 29 juni 2016

Zie je (mij) wel? Over de (on)menselijke kanten van dakloosheid


Maandag was ik bij de theatervoorstelling Zie je (mij) wel? over de (on)menselijke kanten van dakloosheid, gemaakt en gespeeld door ervaringsdeskundigen.

Dakloze jongeren kennen hun BSN nummer uit hun hoofd. 'Je BSN - nummer wordt belangrijker dan je naam. Als je dakloos bent, dan raak je alles kwijt. Je uitkering, je spullen en tenslotte zagen ze ook nog aan de poten van je eigenwaarde'.

Het verhaal van Youri
Ervaringsdeskundigen spelen het verhaal van Youri die werkloos wordt. Hij gaat naar het UWV, daarna naar de sociale dienst, maar de instanties verwijzen naar elkaar en hij krijgt geen cent. De schulden stapelen zich op en het komt zover dat Youri dakloos wordt en naar de maatschappelijke opvang moet. De ramp is compleet als dan ook nog zijn rugzak met zijn identiteitskaart wordt gestolen. Voor een nieuwe ID kaart heeft hij geld nodig, dat heeft hij niet. Geen van de instanties kan dat hem voorschieten, zelfs niet als hij een baan kan krijgen. Geen ID, betekent geen baan, geen geld. Bij een uitzendbureau inschrijven lukt sowieso niet - zelfs met ID- Die willen geen mensen die bij de daklozenopvang verblijven.

Niet één pechvogel

Het is een indrukwekkende voorstelling en het verhaal van deze jongere is niet toevallig het verhaal van één pechvogel, maar iets wat regelmatig gebeurt. Instellingen die langs elkaar heen werken en cliënten die daar de dupe van worden. De voorstelling wordt gegeven aan medewerkers van de UWV, de sociale dienst, de gemeente, de Maatschappelijke Opvang. Na afloop van de voorstelling gaan de ervaringsdeskundigen in gesprek met de zaal. En iedereen is het er over eens dat het anders moet. Maar hoe is niet zo duidelijk.

Preventie
Van belang is voorkomen dat mensen uit huis worden gezet. Preventie is een taak voor de wijkteams, maar die zijn overbelast en komen niet aan preventie toe. Een verbod op huisuitzettingen? Dat lijkt idealistisch, maar dat is het niet als je de kosten van rechtszaken en maatschappelijke opvang meerekent. Ik hoorde vorig jaar over een jeugdzorgaanbieder die voor een gezin met jonge kinderen dat dakloos dreigde te worden de schuld van dat gezin betaalt heeft. De hoogte van de schuld stond in geen verhouding met de kosten van de opvang van het gezin. 'Ja, straks gaat iedereen dat doen', is de tegenreactie. 'Straks betaalt niemand meer de huur. We moeten één lijn trekken.'


Zie je mij wel?

Eén lijn trekken? Dat is nou precies wat we niet moeten doen. Instellingen zijn gevangen in regels en protocollen en kijken niet meer naar de mens die voor hen staat. Zie je mij wel? is niet voor niks de titel van het theaterstuk. De oplossing is maatwerk. Medewerkers van organisaties moeten de ruimte krijgen om te doen wat nodig is. Samenwerking met andere organisaties en creatief denken, doorbraakprojecten opzetten en een potje reserveren voor uitzonderlijke situaties. Doen wat nodig is om mensen te helpen en er voor te zorgen dat het niet van kwaad tot erger wordt.

donderdag 26 mei 2016

Samenwerken met kind en gezin. Is dat een gedurfde ambitie?


De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) publiceerde deze week haar advies Een gedurfde ambitie. Veelzijdig samenwerken met kind en gezin. Ik ben geschokt. Is samenwerken met gezinnen en kinderen een gedurfde ambitie?

Samenwerken gedurfd?

Is samenwerken met ouders en jongeren niet de basis van alle hulpverlening? Hoezo gedurfde ambitie? Hoe denken ze dan over hulpverlening? Dat hulpverleners tegen cliënten zeggen wat ze moeten doen, advies geven en dan hopen dat het wel goed komt?

Dialoog
De aanbevelingen van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving zijn de volgende:
1. Professionals moeten de doelen van hulp altijd vaststellen in dialoog met ouders en kinderen, ook als het gaat om dwangmaatregelen. Professionals moeten zich steeds opnieuw afvragen hoe ver ze gaan in hun interventies in het gezin en hoe ondersteunend of dwingend zij zich opstellen.
2. Professionals horen niet alleen hun vakinhoudelijk competenties te ontwikkelen, maar ook relationele en normatieve competenties. Ze moeten kunnen reflecteren op hun relatie met het gezin en zich blijven afvragen of zij de juiste hulpverlener zijn. Daarnaast is kunnen omgaan met morele dilemma's belangrijk.
3.Bestuurders en beleidsmakers moeten terughoudend zijn in het inperken van de ruimte van professionals om te experimenteren met vormen van samenwerking. Voor gemeenten betekent dat bijvoorbeeld dat ze bij de inkoop van hulp financiële ruimte laten voor innovatie.

Wat is nieuw?
Prima aanbevelingen, daar niet van. Maar is dit nieuw? We weten toch al lang dat een goede relatie tussen hulpverlener en cliënt het meest effectieve onderdeel van de hulp is, veel meer dan alle evidence - based technieken. Iedere hulpverlener zou dat inderdaad moeten weten. En als ze dat nog niet weten, is het diep tragisch. Ook bij gedwongen hulp is het belangrijk samen te werken met ouders en jongeren en te investeren in de relatie. Om samen met kijken naar oplossingen voor de problemen in het gezin. En natuurlijk moeten hulpverleners de ruimte krijgen om samen met cliënten op zoek te gaan naar creatieve oplossingen voor dit kind en dit gezin.

Geen uitdaging maar noodzaak
Het zijn niet zozeer de adviezen die me storen, maar de titel van het rapport. Samenwerken een gedurfde ambitie? Hoezo? Samenwerken is niet altijd makkelijk. Daarom is hulpverlenen ook een vak. Anders konden we ouders en jongeren wel een folder geven met een goed advies en een uitdraai van de regels waar ze zich aan moeten houden. Investeren in de relatie en samenwerken met kind en gezin is noodzaak en basis voor effectieve hulp.

maandag 8 februari 2016

Advies van cliënten over dossiers in de jeugdhulp


Van ieder kind dat jeugdhulp krijgt wordt een dossier gemaakt waarin gegevens worden vastgelegd. Jongeren en ouders met ervaring in de jeugdhulp – leden van de cliëntentafel jeugd van LOC en van het JeugdWelzijnsBeraad - vinden dat er nog veel te verbeteren valt.

Recht op inzage
Veel cliënten - zowel ouders als jongeren- weten niet dat ze recht hebben op inzage in het dossier en dat ze er iets aan toe kunnen voegen als ze het er niet mee eens zijn. Professionals reageren soms terughoudend als cliënten hun dossier willen zien en kennen de regels over inzage in de dossiers niet. (Zie: Stelselwijziging Jeugd Factsheet. De gegevens van uw kind vastgelegd: het dossier)

Afschermen informatie
Het feit dat ouders of kinderen het recht hebben op inzage in het dossier, wil niet zeggen dat ze alle gegevens mogen inzien. De instelling die het dossier beheert moet er voor zorgen dat privacy gevoelige informatie (over bijvoorbeeld de ex-partner) wordt afgeschermd. Toch wordt dat vaak vergeten. Cliënten vinden het belangrijk dat beter opgelet wordt welke informatie gedeeld wordt. Zo vertelt een vader dat zijn zoon van 13 inzage kreeg in het dossier en daar ook alles over de problemen van de ouders kon lezen of een meisje van 15 jaar dat problemen kreeg met haar ouders nadat die in het dossier hadden gelezen dat ze ‘aan de pil ‘ was.

Hulpverleningsplan
Het belangrijkste document in het dossier is het hulpverleningsplan. Het hulpverleningsplan is ter ondersteuning van de hulpverlening en een belangrijk middel voor de samenwerking tussen hulpverlener en cliënt. Toch zijn veel cliënten ontevreden over de inhoud van de hulpverleningsplannen.

Ellendige voorgeschiedenis
Waar cliënten vooral moeite mee hebben is dat veel hulpverleningsplannen beginnen met de voorgeschiedenis. En dat dat in elk nieuw plan weer herhaald wordt. Cliënten willen niet keer op keer mee geconfronteerd worden met die ellendige scheiding van 10 jaar geleden of die moeilijke geboorte. Ze willen aandacht voor de toekomst. Hoe is de situatie nu en hoe gaan we er voor zorgen dat het beter gaat? Zorgen mogen wel beschreven worden, maar dan liefst concreet en hoe we er aan gaan werken om dat te veranderen.

Fouten in het dossier
Ook staan er soms fouten in het dossier en het blijkt in praktijk bijzonder lastig als iets niet klopt om dat eruit te krijgen. Cliënten wordt meestal wel gevraagd om het hulpverleningsplan te ondertekenen. Als ik het er niet mee eens ben, teken ik alleen voor gezien, zegt een cliënt. Maar cliënten hebben het recht om schriftelijk om een aanpassing te vragen als feiten niet kloppen en de mogelijkheid om het eigen standpunt te laten toevoegen als ze het er niet mee eens zijn. Iets wat veel cliënten niet weten.

Begrijpelijk plan
Cliënten vinden het belangrijk dat er geen moeilijke woorden in het hulpverleningsplan staan, dat ze begrijpen waar het over gaat. Het beste werkt het als de hulpverlener samen met de ouder of de jongere het plan opstelt. Dat de cliënt en de hulpverlener samen kijken hoe is de situatie? Wat is er aan de hand? Wat speelt er op dit moment? De hulpverleningsgeschiedenis is niet belangrijk. Kijken naar positieve en beschermende factoren wel. Wat is de hulpvraag en wat is het perspectief waar naar toe gewerkt wordt? Wat zijn haalbare en realistische doelen, op welke manier gaan we daar aan werken en wie is verantwoordelijk voor wat? Welke afspraken maken we en hoe houden we contact over hoe het gaat?
Of zoals een ouder zegt: Dat je samen met de hulpverlener kijkt: wat is er aan de hand ? Dat je kunt zeggen wat goed gaat en wat beter kan. Dat je kunt vertellen wat de hulp is die je voor je kind wil. Dat je het gevoel hebt dat je samen met de neus de zelfde kant op staat.

Gedwongen hulp
Soms wordt gedacht dat je bij gedwongen hulp niet hoeft samen te werken met ouders en jongeren. Maar ook bij dan is het belangrijk dat je hetzelfde doel hebt . Dat de hulpverlener het - als het nodig is - nog een keer uitlegt waarom die maatregel nodig is. Dat het niet anders kon. Dat de hulpverlener ook oog heeft voor de moeilijke situatie van de jongere en de pijn van de ouder. Want alleen door samen te werken met cliënten, samen doelen te stellen van de hulp en de manier waarop je daar aan gaat werken, kan de hulp effectief zijn. Want als je de ouders of die jongere niet meekrijgt gaat het niet werken.

Wie heeft goede voorbeelden van organisaties in de jeugdhulp die samen met ouders en/of jongeren hulpverleningsplannen opstellen?

donderdag 10 december 2015

Jongeren en seksualiteit op sociale media: plezier of gevaar?


De afgelopen maanden nam ik deel aan een aantal bijeenkomsten waar het onderwerp jongeren en seksualiteit en sociale media aan de orde was. Het is een 'hot' item, want hoe moeten hulpverleners en ouders daar op reageren? Er zijn verschillende perspectieven.

Spannend en leuk
Op de studiemiddag die we organiseerden voor uitvoerders van de organisaties van Jeugd en Opvoedhulp en Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond op 13 oktober jl. gaf Marijke Naezer, promovendus bij het Institute for Gender Studies, een workshop over jongeren en seksualiteit op sociale media. Volwassenen maken zich daar zorgen over, maar weten eigenlijk niet goed wat jongeren precies doen- en waarom. Voor haar onderzoek sprak Marijke tal van jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Marijke kwam tot de conclusie dat jongeren sociale media gebruiken om vorm te geven aan seksualiteit. Seksualiteit staat voor hen voor plezier en avontuur, liefde, leerprocessen, en het vormgeven aan een seksueel zelf. Dit alles wil niet zeggen dat jongeren geen gevaren zien, maar het is belangrijk dat we weten waar de gevaren zitten. Veel jongeren weten heel goed wat ze doen, zijn zich bewust van de gevaren, bouwen veiligheid in maar misschien is het ook wel leuker omdat het spannend is. Zoals in het voorbeeld dat Marijke aanhaalde over hoe een groep vriendinnen een 'pedo' uit de tent lokte, stiekem opnam en het filmpje op YouTube zette. Je hoort in het filmpje de meiden gieren van het lachen. En een ander voorbeeld dat Marijke gaf van twee jongeren die elkaar leerden kennen via een chatlokaal en na een langdurige kennismaking - waarbij ze steeds meer van zichzelf lieten zien en ook checkten of de ander was wie hij zei te zijn - nu een fijne relatie hebben.

Sexting
Maar er is ook een andere kant van het verhaal. Op de regiodag aanpak seksueel geweld in Rotterdam op 26 november jl. werd die kant belicht door Fier expertise- en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Zij gingen in op sexting, het online versturen van seksueel getinte filmpjes. Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 5 jongeren wel eens een naaktfoto van zichzelf heeft gemaakt. Het past in het normale experimenteer gedrag van jongeren om dit soort dingen te doen, alleen de consequenties kunnen met name voor meisjes verregaand zijn, want van meisjes lekken de meeste filmpjes/foto's uit. Twee derde van de meisjes die zo’n filmpje of foto maken, delen dat met hun vriendje. Deze worden later als het uit is, doorgestuurd en kunnen overal terecht komen. Ook kunnen de beelden worden gebruikt om jongeren druk te zetten, afhankelijk te maken (grooming) of af te persen (sextorsion). Sexting heeft verregaande consequenties voor het slachtoffer, want de beelden gaan nooit meer weg. Nu ligt alle nadruk op hoe dom het is een naaktfilmpje of foto te maken en daarmee krijgt het slachtoffer de schuld. Maar het probleem ligt natuurlijk bij degene die de beelden verspreidt. Het bezitten en verspreiden van seksueel getint materiaal van minderjarigen is strafbaar en valt onder kinderporno.

Plezier en gevaar
De combinatie van seksualiteit en sociale media kan een hoop plezier opleveren, maar er is ook gevaar. Het is van belang dat we weten waar de gevaren zitten, te stoppen met het beschuldigen van de slachtoffers van sexting (eigen schuld, je weet toch dat je dat niet moet doen) en aan jongeren duidelijk maken dat het verspreiden van die beelden geen grapje is, immense consequenties heeft voor slachtoffers en bovendien strafbaar.
Maar daarnaast is het vooral belangrijk goed naar jongeren te luisteren, ze serieus te nemen, kritisch te blijven en in gesprek te gaan, zo dat we zicht hebben waar ze mee bezig zijn, ruimte bieden voor seksuele ontwikkeling en het gevaar beperken.

maandag 9 november 2015

De mening van jeugdigen en hun ouders over jeugdhulp wordt nog vaak ‘vergeten’



Client centraal, de jeugdige en zijn gezin staan centraal, zinsneden die je veel terugziet in beleidsnotities. Ondanks dat wordt toch nog vaak ‘vergeten’ om de jeugdige en zijn ouders te vragen naar hun mening over jeugdhulp.

Ruimte voor jeugdhulp
Een goed voorbeeld is de notitie ‘Ruimte voor jeugdhulp’. Gemeenten, Rijk en zorgaanbieders ontwikkelden een toekomstvisie op de specialistische jeugdhulp. In deze visie is - zoals ze zelf zeggen - een realistisch perspectief geschetst, dat aansluit bij de visie van gemeenten. En ze vervolgen: er bestaat brede consensus tussen gemeenten, jeugdhulpaanbieders en Rijk over vernieuwing van de specialistische jeugdhulp. Waarom geen cliënten(organisaties) gevraagd om mee te denken over de toekomst van de specialistische zorg? De cliënt staat centraal, maar hun mening is niet relevant?
Een gemiste kans. Aanbevelingen zoals gesprek op basis van gedeelde visie om de jeugdhulp verder te ontwikkelen; verrijken van ondersteuning in de omgeving van het kind; specialistische kennis aan de voorkant kunnen geconcretiseerd worden aan de hand van ervaringen van cliënten en zullen daardoor beter aansluiten op wat in de praktijk nodig is.

Verwijsindex risicojongeren
Een ander voorbeeld is de evaluatie van de verwijsindex risicojongeren. Er is een data-analyse uitgevoerd, een enquête onder meldingsbevoegde professionals gehouden en interviews gedaan met zorgaanbieders, gemeenten en aanbieders/gebruikersverenigingen. Geen cliënt is gevraagd naar zijn mening. Blijkbaar is het niet belangrijk wat cliënten vinden van opname in de verwijsindex risicojongeren en wat voor effect dat heeft op de hulp.
Gezondheidswetenschapper Inge Lecluijze informeerde in haar promotieonderzoek wel naar de mening van ouders en wat bleek? De meeste ouders en kinderen kennen de Verwijsindex Risicojongeren helemaal niet. 'Het is verplicht ouders te informeren, maar dat kan ook al door enkele algemene zinnen op te nemen in de schoolgids. Juridisch gezien voldoet de verwijsindex aan de privacywetgeving. Maar dat het allemaal mag, voorkomt niet dat sommige ouders en hulpverleners het toch ervaren als een inbreuk op hun privésfeer.'(Volkskrant 3 november) Toch wel belangrijk om te weten als je evalueert zou ik zo zeggen.

Samen met jeugd en ouders
Om goede effectieve jeugdhulp te ontwikkelen is het noodzaak ouders en jongeren te betrekken bij de ontwikkeling van beleid en bij onderzoek. Alleen dan ontwikkel je hulp die aansluit op de behoefte in de praktijk. Waarom en hoe je dat doet lees je in de notitie Samen met jeugd en ouders. Duurzame participatie voor effectieve jeugdhulp: een handreiking voor gemeenten. Ook informatief voor onderzoekers. http://www.nji.nl/nl/Samen-met-jeugd-en-ouders.pdf

donderdag 15 oktober 2015

Gemeenten hebben cliënten nodig voor transformatie van de jeugdhulp


Per 1 januari 2015 is de jeugdhulp gedecentraliseerd naar de gemeenten en vanaf die datum zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van alle vormen van jeugdhulp. Doel is niet alleen decentralisatie maar ook transformatie van de jeugdhulp. De zorg moet dichter bij de inwoners, eenvoudiger en goedkoper. Er moet meer gebruik worden gemaakt van de eigen kracht van jeugdigen, ouders en hun sociale netwerk. Ook moet de zorgvraag teruggebracht. Wel moet er eerder hulp op maat worden geboden voor kwetsbare kinderen, de hulp samenhangend worden aangeboden en meer ruimte komen voor professionals door vermindering van regeldruk.


Is er al iets getransformeerd?
Het is alweer oktober en de meeste gemeenten hebben de jeugdhulp georganiseerd in wijkteams. Dat is echt anders, hulp dichter bij huis. Maar deze nieuwe organisatie betekent niet meteen hulp op maat of samenhangende hulp. En ook geen nieuwe manier van denken. Volgens de Transitiecommissie Sociaal Domein (TSD) moeten wijkteams te veel opboksen tegen oude systemen en vastgeroeste protocollen. In haar derde rapportage roept de Transitiecommissie gemeenten dan ook op om wijkteams ruimte te bieden voor maatwerk en pleit voor samenwerking. Op zich een prima oproep, maar het was nog beter geweest als de transitiecommissie had opgeroepen cliënten meer te betrekken bij het opnieuw organiseren van de jeugdhulp.

Effectieve hulp
Voor transformatie van de jeugdhulp is het van belang dat bestuurders, professionals en cliënten samenwerken. Want wie kun je beter betrekken bij de organisatie van de zorg dan ouders en jongeren zelf? Zij weten wat het is om gebruik te maken van de jeugdhulp en wat werkt en wat niet. Alleen door goed naar cliënten te luisteren en het cliëntenperspectief serieus mee te nemen in de beleidsontwikkeling, kan de zorg daadwerkelijk vernieuwen en transformeren. Effectieve zorg is immers zorg die bij aansluit bij vragen, behoeften, belevingen, ervaringen en oplossingen van cliënten zelf. En als we hulp op maat willen bieden zullen we toch moeten weten wat cliënten belangrijk vinden in de zorg?

Cliëntenparticipatie

Om effectieve hulp te organiseren is het noodzakelijk cliënten te betrekken bij zowel de inhoud van de hulp als de organisatie van de hulpverlening. Participatie van cliënten bij het beleid van de gemeenten, bij de kwaliteit van de instellingen, bij de uitvoering door de professionals en bij de eigen hulp. Het is natuurlijk ook geen eenvoudige transformatieopdracht die de gemeenten op hun bordje hebben gekregen. Want hoe ziet dat er eigenlijk uit gebruik maken van de eigen kracht van jeugdigen ouders en hun netwerk? En hoe organiseer je als gemeente hulp op maat met minder geld? Cliënten kunnen daar bij helpen. Veel gemeenten vinden het betrekken van cliënten bij beleid alleen lastig en ingewikkeld. En het is misschien ook niet eenvoudig, maar kan wel veel opleveren als je het perspectief van de cliënten meeneemt in de transformatie van de zorg.

Handreiking voor gemeenten
Daarom is in opdracht van cliëntenorganisaties een handreiking voor gemeenten ontwikkeld die beschrijft waarom cliëntenparticipatie voor gemeenten van belang is, hoe participatie eruit ziet en wat daarbij succesfactoren zijn. Ook wordt ingegaan op het gebruik van de eigen kracht van cliënten, de inzet van ervaringsdeskundigen, eigen beheer over het dossier, en de rol van de cliëntenorganisaties. http://www.nji.nl/nl/Samen-met-jeugd-en-ouders.pdf

Graag hoor ik goede ervaringen van gemeenten in het betrekken van cliënten bij de transformatie van de jeugdhulp. Zodat we deze ervaringen kunnen bundelen en delen met andere gemeenten

maandag 14 september 2015

Kennis van huiselijk geweld noodzaak voor wijkteams


Jaarlijks doen zich in Nederland 200.00 ernstige incidenten van huiselijk geweld voor. Eén op de vijf vrouwen wordt binnen haar relatie ooit mishandeld en elk jaar vallen minstens 150 dodelijke slachtoffers. Met de decentralisatie van de jeugdzorg zijn gemeenten verantwoordelijk voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling.

Wijkteams
Bij de meeste gemeenten moeten wijkteams huiselijk geweld kunnen signaleren, bespreekbaar maken en kunnen handelen volgens de Wet meldcode. Het is de vraag of ze daar op zijn toegerust. De teams worden bemensd door generalisten die niet allemaal even veel van de aanpak van huiselijk geweld afweten. Zeker omdat in de beroepsopleidingen daar nog (te) weinig aandacht voor is. Het komt beperkt aan de orde in de basisopleidingen social work. Pas in specialisaties zoals minoren huiselijk geweld (keuzevak) of het uitstroomprofiel voor de jeugdzorgwerker wordt er dieper op ingegaan.

Basiskennis
Van alle vormen van geweld komt huiselijk geweld het meeste voor. Huiselijk geweld kent vele vormen: partnergeweld, kindermishandeling, geweld tegen ouders en ouderenmishandeling, schadelijke traditionele praktijken en seksueel geweld. Gedegen kennis van signaleren en aanpak van huiselijk geweld is nodig omdat wijkteammedewerkers er dagelijks mee geconfronteerd kunnen worden en het lastig is om de situatie goed in te schatten en de juiste stappen te zetten.

Basisboek huiselijk geweld
Het vernieuwde Basisboek Huiselijk Geweld biedt professionals kennis en vaardigheden die bij de aanpak van huiselijk geweld van belang zijn en is goed bruikbaar bij deskundigheidsbevordering. Het boek bestaat uit 3 delen: in deel één wordt ingegaan op de feiten, de aard, omvang, oorzaken en gevolgen van huiselijk geweld. Deel twee gaat in op de aanpak van huiselijk geweld. En in deel drie wordt ingegaan op de vaardigheden en methodieken die daarbij nodig zijn. Een informatief en praktisch boek en een 'must' voor de wijkteammedewerker.