maandag 26 oktober 2015

Hoe groeit iemand uit tot mensenhandelaar? Kunnen we eerder ingrijpen?


Een collega raadde me aan de publicatie Mensenhandelaren, verhalen en vonnissen van Anke van Dijke e.a. te lezen. We weten inmiddels veel van slachtoffers van mensenhandel en loverboys, maar eigenlijk weinig of niets over de daders. Wat zijn dat voor mensen, wat zijn hun beweegredenen? En kunnen we we eerder ingrijpen, misschien voorkomen dat jongeren uitgroeien tot mensenhandelaren?

Hun verleden is niet hun toekomst
Er is veel aandacht voor meisjes en vrouwen die gedwongen in de prostitutie terecht komen en slachtoffer zijn van vrouwenhandel, loverboys. Zo is er door de commissie Azough een actieplan Aanpak meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel in de zorg voor jeugd ontwikkeld. Zie http://www.nji.nl/nl/Publicaties/Hun-verleden-is-niet-hun-toekomst. Deze commissie heeft diverse producten ontwikkeld om in te zetten om de aanpak voor meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel te optimaliseren. Daarnaast is er een Handreiking signalering mensenhandel voor werkers in de gezondheidszorg. Zie http://www.hetccv.nl/dossiers/Mensenhandel/landelijk---signaalkaart-gezondheidszorg. Waar we nog te weinig vanaf weten zijn de loverboys en mensenhandelaren zelf. Hoe groeit iemand uit tot mensenhandelaar? In de publicatie van van Dijke e.a. vertellen veertien mannen en vrouwen die veroordeeld zijn van mensen handel of verdacht worden over hun leven, hun jeugd en hun kijk op de zaak.

Cijfers
In het eerste deel van de publicatie Mensenhandelaren, verhalen en vonnissen wordt ingegaan op wat mensenhandel is, de feiten en de cijfers. In deel twee worden 14 mensen geïnterviewd die vast zitten voor mensenhandel. De interviews zijn aangevuld met het vonnis van de rechtbank. In het derde deel geven deskundigen hun visie op de problematiek. Voor inzicht in de omvang van de problematiek nog even de cijfers op een rijtje. In 2013 zijn 1437 mogelijke slachtoffers van mensenhandel geregistreerd. De grootste groep heeft de Nederlandse nationaliteit (32%), de meerderheid (88%) is vrouw en het grootste deel (33%) is tussen de 18 en 23 jaar, bijna één op de vijf is minderjarig (18%) en daarvan heeft 64% de Nederlandse nationaliteit.

Ik hoop dat ze beseft wat ze mij heeft aangedaan
Er zijn twee dingen die erg opvallen in de interviews. Het eerste is dat alle geïnterviewden een totaal andere kijk op de zaak hebben dan in het vonnis tot uiting komt. Ze zijn er allemaal ingeluisd, de meisjes willen het zelf en ze hebben geen enkel mededogen of invoelingsvermogen met de slachtoffers.
Eén van de geïnterviewden geeft een inkijkje in zijn aanpak zoals speuren naar op de sociale media naar meiden die zich uitdagend kleden en berichten in hun profiel hadden staan in de trant van: 'Van mijn vader krijg ik geen mobiel, wat een klootzak'. 'Ik wist dat die meiden alleen waren dat ze niemand anders hadden en dat het goed ging komen'.
Het tweede wat opvalt - maar me niet verbaast - is dat de mensenhandelaren die geïnterviewd zijn niet kunnen terugkijken op een gelukkige, stabiele jeugd. We zien veel huiselijk geweld, kindermishandeling, criminele ouders, traumatische gebeurtenissen.

Ik sla je net zo hard totdat je stopt met huilen

dat zei de vader van Jamie S. Ook de anderen kregen als kind niet wat ze nodig hadden. Hoogleraar forensische psychologe Corine de Ruiter heeft de ervaring dat veel mensen met antisociale trekken vaak zijn opgegroeid in een gezinscontext waar ze de meest vreselijke dingen hebben meegemaakt. Duidelijk is dat er sprake is van intergenerationele overdracht en eigenlijk zouden we automatisch kinderen in zicht moeten houden waar van de ouder is veroordeeld, zegt Marina Reijns, klinisch psycholoog. De meeste criminele beginnen met kleine delicten, een rolletje drop, een fiets. Sommigen stoppen en anderen gaan door. En dan een nog kleinere groep zet de stap naar mensenhandel. Mensenhandel is niet iets waar je mee begint. Het is vaak iets wat je pas als laatste gaat doen. Waarschijnlijk beginnen ze daar pas mee rond hun twintigste. Het is heel instrumenteel, geldgericht en goed doordacht. Wie willens en weten een meisje wil uitbuiten moet een grens over en daarvoor is een bepaalde mate van meedogenloosheid nodig.

Behandeling
Deskundigen zijn niet heel optimistisch over de behandelbaarheid van mensenhandelaren. Daarvoor is het nodig zowel naar de daderkant als naar de slachtofferkant te kijken. Veel van deze kinderen hebben niet geleerd hun emoties te reguleren. Een enorme woede, agressie en frustratie heeft zich in hun kindertijd opgebouwd Veel slachtoffers vertonen uiteindelijk ook delictgedrag . Veel daders zijn ook slachtoffer. Als we kinderen willen helpen zal hun behandeling gericht moeten zijn op beide elementen van het trauma.

Deze publicatie is dus zeker de moeite waard om te lezen zowel voor wie met slachtoffers van loverboys/mensenhandel werkt als met daders.

donderdag 15 oktober 2015

Gemeenten hebben cliënten nodig voor transformatie van de jeugdhulp


Per 1 januari 2015 is de jeugdhulp gedecentraliseerd naar de gemeenten en vanaf die datum zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van alle vormen van jeugdhulp. Doel is niet alleen decentralisatie maar ook transformatie van de jeugdhulp. De zorg moet dichter bij de inwoners, eenvoudiger en goedkoper. Er moet meer gebruik worden gemaakt van de eigen kracht van jeugdigen, ouders en hun sociale netwerk. Ook moet de zorgvraag teruggebracht. Wel moet er eerder hulp op maat worden geboden voor kwetsbare kinderen, de hulp samenhangend worden aangeboden en meer ruimte komen voor professionals door vermindering van regeldruk.


Is er al iets getransformeerd?
Het is alweer oktober en de meeste gemeenten hebben de jeugdhulp georganiseerd in wijkteams. Dat is echt anders, hulp dichter bij huis. Maar deze nieuwe organisatie betekent niet meteen hulp op maat of samenhangende hulp. En ook geen nieuwe manier van denken. Volgens de Transitiecommissie Sociaal Domein (TSD) moeten wijkteams te veel opboksen tegen oude systemen en vastgeroeste protocollen. In haar derde rapportage roept de Transitiecommissie gemeenten dan ook op om wijkteams ruimte te bieden voor maatwerk en pleit voor samenwerking. Op zich een prima oproep, maar het was nog beter geweest als de transitiecommissie had opgeroepen cliënten meer te betrekken bij het opnieuw organiseren van de jeugdhulp.

Effectieve hulp
Voor transformatie van de jeugdhulp is het van belang dat bestuurders, professionals en cliënten samenwerken. Want wie kun je beter betrekken bij de organisatie van de zorg dan ouders en jongeren zelf? Zij weten wat het is om gebruik te maken van de jeugdhulp en wat werkt en wat niet. Alleen door goed naar cliënten te luisteren en het cliëntenperspectief serieus mee te nemen in de beleidsontwikkeling, kan de zorg daadwerkelijk vernieuwen en transformeren. Effectieve zorg is immers zorg die bij aansluit bij vragen, behoeften, belevingen, ervaringen en oplossingen van cliënten zelf. En als we hulp op maat willen bieden zullen we toch moeten weten wat cliënten belangrijk vinden in de zorg?

Cliëntenparticipatie

Om effectieve hulp te organiseren is het noodzakelijk cliënten te betrekken bij zowel de inhoud van de hulp als de organisatie van de hulpverlening. Participatie van cliënten bij het beleid van de gemeenten, bij de kwaliteit van de instellingen, bij de uitvoering door de professionals en bij de eigen hulp. Het is natuurlijk ook geen eenvoudige transformatieopdracht die de gemeenten op hun bordje hebben gekregen. Want hoe ziet dat er eigenlijk uit gebruik maken van de eigen kracht van jeugdigen ouders en hun netwerk? En hoe organiseer je als gemeente hulp op maat met minder geld? Cliënten kunnen daar bij helpen. Veel gemeenten vinden het betrekken van cliënten bij beleid alleen lastig en ingewikkeld. En het is misschien ook niet eenvoudig, maar kan wel veel opleveren als je het perspectief van de cliënten meeneemt in de transformatie van de zorg.

Handreiking voor gemeenten
Daarom is in opdracht van cliëntenorganisaties een handreiking voor gemeenten ontwikkeld die beschrijft waarom cliëntenparticipatie voor gemeenten van belang is, hoe participatie eruit ziet en wat daarbij succesfactoren zijn. Ook wordt ingegaan op het gebruik van de eigen kracht van cliënten, de inzet van ervaringsdeskundigen, eigen beheer over het dossier, en de rol van de cliëntenorganisaties. http://www.nji.nl/nl/Samen-met-jeugd-en-ouders.pdf

Graag hoor ik goede ervaringen van gemeenten in het betrekken van cliënten bij de transformatie van de jeugdhulp. Zodat we deze ervaringen kunnen bundelen en delen met andere gemeenten

maandag 28 september 2015

Preventie van antisociaal gedrag in het jeugdstelsel


Op 21 september was ik in bij de universiteit van Tilburg aanwezig op een bijeenkomst over preventie van anti-sociaal gedrag in het jeugdstelsel. De vraag is in hoeverre je mag en kunt ingrijpen als je voorziet dat een kind anti-sociaal gedrag ontwikkelt.

34 mislukte interventies
Prof. dr. Frans Feron hield de eerste lezing. Feron gaf aan dat we te weinig kijken naar talenten en specifieke kenmerken en teveel naar problemen. Hij is zeker een voorstander van meer preventie en hield een pleidooi voor gepersonaliseerde zorg waarbij het afnemen van een familie-anamnese een belangrijk onderdeel is. Anti-sociaal gedrag is het resultaat interactie tussen biologische, genetische en omgevingskenmerken. Hij maakte onderscheid tussen twee varianten: de lifecourse persistent pathway en de adolescent limited pathway. De eerste variant heeft de slechtste prognose en te maken met stress in de jonge jeugd en conflictueuze relaties. De tweede beperkt zich tot de adolescentie. Het is belangrijk dit onderscheid te maken en bij risicogroepen tijdig in te grijpen. Zodat een jongere niet - zoals nu - in de jeugd TBS terecht komt nadat gemiddeld 34 (!) instellingen zich ermee bemoeid hebben.

'Het is klote hier, maar wel belangrijk'
Vervolgens hield dr. Dorothee Horstkötter een lezing. Zij heeft kinderen in de intramurale orthopsychiatrische zorg geïnterviewd, jongeren met gedragsproblemen en een psychiatrische stoornis. Een grote klacht van de kinderen zijn de personeelswisselingen en het gebrek aan personeel. Daar hebben ze veel last van. De huidige bezuinigingen zijn daar mede oorzaak van. Zeker omdat we weten dat de relatie met de hulpverlener van groot belang is voor de effectiviteit van de hulp is dit een groot probleem. Ook hebben de kinderen er moeite mee dat ze zo ver weg zijn van hun familie en het normale leven. Dit roept ook de vraag op hoe het geregeld is als kinderen weer naar huis gaan. Als de omgeving niet verandert (een belangrijke factor bij anti-sociaal gedrag) heeft de behandeling ook minder zin. Waar de kinderen wel positief over zijn zijn de activiteiten en sommigen zien ook wel het nut van de behandeling 'Het is klote hier, maar wel belangrijk'.

Wat doen we met Johnny?
Tenslotte hield dr. Wybo Dondorp een lezing over de ethische aspecten vroege screening van anti- sociaal gedrag bij kinderen. Er worden grote stappen gemaakt in de vroege opsporing van individuele dragers van risicofactoren met het oog op preventie. Maar het diagnosticeren van een kind als mogelijk ontwikkelend asociaal gedrag heeft ernstige psychosociale effecten. Nadelen voor deze 'patients in waiting' zijn: onterechte labeling, stigmatisering, self-fulfilling prophecy en vereenzaming. Wat doen we met Johnny die 48% kans heeft op crimineel gedrag en 18% kans om een moord te plegen? Het gevaar bestaat dat kinderen en gezinnen ondergeschikt worden gemaakt aan de veiligheid van de samenleving.

Handelingsverlegenheid

Zo goed diagnosticeren kunnen we nog niet, maar er worden nu ook al veel lijsten ingevuld, kinderen gescreend en problemen in kaart gebracht.Toch gebeurt er vervolgens vaak niets. Wat moeten we doen? was een vraag uit de zaal. Volgens Feron is goede communicatie met ouders en met collega's essentieel. Ga creatief en pro-actief op zoek naar oplossingen en zorg voor een goede interactie met ouders en kinderen, kijk wat zij nodig hebben.En grijp de kans van samenwerking met andere organisaties nu we meer kunnen dan voorheen in het versnipperde stelsel.

Een interessante bijeenkomst waarbij de beperkingen van diagnosticeren zijn geschetst en het belang van goede interactie en communicatie met ouders, kinderen en collega's onderstreept in de preventie van anti-sociaal gedrag.

maandag 14 september 2015

Kennis van huiselijk geweld noodzaak voor wijkteams


Jaarlijks doen zich in Nederland 200.00 ernstige incidenten van huiselijk geweld voor. Eén op de vijf vrouwen wordt binnen haar relatie ooit mishandeld en elk jaar vallen minstens 150 dodelijke slachtoffers. Met de decentralisatie van de jeugdzorg zijn gemeenten verantwoordelijk voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling.

Wijkteams
Bij de meeste gemeenten moeten wijkteams huiselijk geweld kunnen signaleren, bespreekbaar maken en kunnen handelen volgens de Wet meldcode. Het is de vraag of ze daar op zijn toegerust. De teams worden bemensd door generalisten die niet allemaal even veel van de aanpak van huiselijk geweld afweten. Zeker omdat in de beroepsopleidingen daar nog (te) weinig aandacht voor is. Het komt beperkt aan de orde in de basisopleidingen social work. Pas in specialisaties zoals minoren huiselijk geweld (keuzevak) of het uitstroomprofiel voor de jeugdzorgwerker wordt er dieper op ingegaan.

Basiskennis
Van alle vormen van geweld komt huiselijk geweld het meeste voor. Huiselijk geweld kent vele vormen: partnergeweld, kindermishandeling, geweld tegen ouders en ouderenmishandeling, schadelijke traditionele praktijken en seksueel geweld. Gedegen kennis van signaleren en aanpak van huiselijk geweld is nodig omdat wijkteammedewerkers er dagelijks mee geconfronteerd kunnen worden en het lastig is om de situatie goed in te schatten en de juiste stappen te zetten.

Basisboek huiselijk geweld
Het vernieuwde Basisboek Huiselijk Geweld biedt professionals kennis en vaardigheden die bij de aanpak van huiselijk geweld van belang zijn en is goed bruikbaar bij deskundigheidsbevordering. Het boek bestaat uit 3 delen: in deel één wordt ingegaan op de feiten, de aard, omvang, oorzaken en gevolgen van huiselijk geweld. Deel twee gaat in op de aanpak van huiselijk geweld. En in deel drie wordt ingegaan op de vaardigheden en methodieken die daarbij nodig zijn. Een informatief en praktisch boek en een 'must' voor de wijkteammedewerker.

maandag 22 juni 2015

Medezeggenschap van kinderen en jongeren en de nieuwe jeugdwet


Voor het organiseren van goede jeugdhulp is het belangrijk de mening van kinderen en jongeren over de hulp te vragen, zodat de hulp aansluit op de behoefte van kinderen en jongeren.

Effectieve hulp
Effectieve hulp is hulp die aansluit op de vraag. Daarvoor is het nodig dat gemeenten medezeggenschap zo organiseren dat kinderen en jongeren invloed kunnen uitoefenen op het jeugdhulpbeleid van de gemeente én dat de gemeente regelt dat jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen naast de cliëntenraden aparte jongerenraden organiseren.

Aparte jongerenraden
Voor kinderen en jongeren is het van belang dat zij de mogelijkheid krijgen en ondersteund worden om – los van volwassen cliënten en ouders - hun mening te geven en hun belangen volwaardig kunnen vertegenwoordigen en zorgen dat deze worden behartigd. Dat betekent dat naast cliëntenraden in jeugdhulpinstellingen en WMO-raden, aparte jongerenraden in jeugdhulpinstellingen en het organiseren van inspraak van jongeren op het gemeentelijk jeugdhulpbeleid noodzakelijk is.

Recht van kinderen op inspraak
Kinderen hebben ook recht op inspraak, zo staat in het VN kinderechtenverdrag:
De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.

Notitie medezeggenschap
1 januari 2015 is de nieuwe Jeugdwet in werking getreden. JeugdWelzijnsBeraad, LOC, Defence for Children, LPGGz en Ieder(in) hebben een notitie opgesteld om eraan bij te dragen dat de daarmee samenhangende nieuwe regels voor medezeggenschap voor kinderen en jongeren goed worden uitgevoerd en toegepast in de praktijk door instellingen en gemeenten. In de notitie zetten zij hun zorgen uiteen en bieden handvatten om medezeggenschap van jongeren in de gemeente goed te organiseren om zo effectieve zorg te realiseren. Ingegaan wordt op wat in de nieuwe jeugdwet staat en waar het gemeentelijk beleid aan moet voldoen volgens clientenorganisaties. Ook zijn de aanbevelingen van jongeren aan gemeenten over medezeggenschap op een rijtje gezet en voorbeelden van good en bad cases beschreven

Hoe staat het met medezeggenschap van kinderen en jongeren in jouw gemeente?
De notitie is naar alle gemeenten in Nederland gestuurd. Lees de brochure en spreek je gemeente aan op zijn verantwoordelijkheid.
Zie: http://iturl.nl/snYfrY

maandag 8 juni 2015

Te weinig aandacht voor probleemgedrag van meisjes


Vorige maand kreeg ik de publicatie Meisjes in zorg. Signalering, preventie en behandeling van Karin Nijhof en Rutger Engels (red.) toegestuurd om te recenseren. Een lijvig boekwerk van wel 536 pagina's, van a tot z de moeite waard om te lezen en daarna te gebruiken als naslagwerk.

Het is belangrijk dat hulpverleners en ouders goed luisteren. Goede zorg is dat ik mijn verhaal kwijt kan, zegt Johanny die op haar 15e zwanger raakte, LVB is, ADHD heeft en getuige was van geweld thuis.

Internaliseren van problemen
Bij 5% van de jeugd is er sprake van ernstige problematiek. Hoewel meisjes een kleiner aandeel hebben (44%) zijn de consequenties ernstiger en langduriger dan voor jongens. Meisjes vallen minder op omdat ze problemen sneller internaliseren wat zich uit in angst, depressie en/of suïcidale neigingen en ook bij ernstige gedragsproblemen gaat dat vaak samen met internaliserende problematiek. Bovendien is er nog zoiets als trans-generationele overdracht waardoor problemen worden overgedragen aan de kinderen van deze meisjes.

Specifieke behoeftes van meisjes
Meisjes zijn meer gericht op relaties en gezins- en opvoedingsfactoren spelen een grotere rol bij ernstige gedragsproblemen dan bij jongens. Mishandeling en misbruik is de belangrijkste risicofactor voor de ontwikkeling van probleemgedrag bij meisjes. Er is weinig aandacht voor de specifieke behoeftes in de zorg voor meisjes en niet eerder verscheen een publicatie die zo volledig inzichten in wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling van meisjes, probleemgedrag in het bijzonder en ervaringen in de jeugdzorg met specifieke meisjesproblematiek heeft gebundeld als dit boek.

Inzicht en handvatten voor hulpverlening
Een veelheid van onderwerpen zoals sociaal- emotionele ontwikkeling, leefklimaat in gesloten jeugdzorg, criminaliteit , agressie, middelgebruik, ADHD, depressie en suïcide, angst, psychotrauma, persoonlijkheidstoornissen, eetstoornissen en specifieke doelgroepen zoals tienermoeders, loverboy slachtoffers, LVB meisjes, eerwraak komen aan de orde. Daarbij worden zowel resultaten uit wetenschappelijk onderzoek verbonden met praktische handvatten voor signalering, preventie en behandeling.

Dit boek is een aanrader voor iedereen die beroepsmatig met meisjes werkt of wil gaan werken (opleidingen). Het geeft inzicht in wat werkt in de zorg aan meisjes en biedt handvatten voor de hulpverlening.

dinsdag 26 mei 2015

Slachtoffers van loverboys: hun verleden is niet hun toekomst


Al jaren neemt het aantal geregistreerde jonge slachtoffers van loverboys en mensenhandel toe. In 2013 werden volgens Comensha 259 minderjarigen slachtoffer van mensenhandel en daarvan kwamen er 165 uit Nederland. In een groot aantal gevallen betrof het meisjes die te werk werden gesteld in de prostitutie. De meisjes werden veelal door zogenaamde loverboys de prostitutie ingelokt.

Kwetsbare meisjes
Uit verhalen van slachtoffers blijkt dat loverboys zeer doelgericht te werk gaan (zie ook www.seksueelgeweld.nl). Ze zoeken meisjes op plekken waar veel meisjes komen zoals scholen of via het internet. De loverboy legt contact en besteedt in eerste instantie veel aandacht aan haar, is lief en geeft haar cadeautjes met als doel dat het meisje verliefd op hem wordt. Hij probeert daarbij veel over het meisje te weten te komen, informatie die hij later weer kan gebruiken en laat zelf ook zijn 'gevoelige' kant zien. Loverboys zijn daarbij vooral op zoek naar 'kwetsbare' meisjes die veel behoefte hebben aan aandacht. Hij probeert haar los te weken van haar familie/netwerk en als het meisje wegloopt kan ze meteen bij hem intrekken. Op een gegeven moment verandert zijn aanpak en zet hij door een emotioneel verhaal of door dwang het meisje aan tot prostitutie. Het psychisch onder druk zetten is het meest voorkomende dwangmiddel. Het meisje is inmiddels emotioneel gebonden en loyaal aan de jongen die haar heeft geïsoleerd van familie en vrienden. Ze kan moeilijk weigeren en bij hem weg gaan. Als ze eenmaal als prostituee aan het werk is wordt ze scherp in de gaten gehouden. Weigeren van werk kan mishandeling of bedreiging betekenen. Schaamte en een laag zelfbeeld maken dat zelfs als ze uit de prostitutie wordt gehaald intensieve hulp nodig heeft om een zelfstandig bestaan op te bouwen.

Signalering, stappenplan en intensieve behandeling

Een integrale aanpak van vroegsignalering van kwetsbare meisjes tot intensieve behandeling van ernstig getraumatiseerde meisjes is nodig. Eind 2014 kwam het Actieplan Aanpak meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel in de zorg voor jeugd van de Commissie Azough uit. In dit gedegen actieplan wordt ingegaan op cijfers en achtergronden, signaleren en registreren, optimale opvang en behandeling en worden actiepunten voor de jeugdzorg benoemd om het hulpaanbod van slachtoffers van loverboys/mensenhandel te verbeteren. Een belangrijk actiepunt is de ontwikkeling van een risico taxatie instrument om deze meisjes te signaleren en een stappenplan welke acties worden ondernomen bij signalen van loverboy/mensenhandelproblematiek. Het risico taxatie instrument wordt ontwikkeld door het Nederlands Jeugdinstituut en is een aanvulling op het al bestaande Instrument Risicotaxatie seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Hun verleden is niet hun toekomst
Er is nog heel wat werk aan de winkel voordat het verleden van deze meisjes niet hun toekomst is, want de aanpak van loverboys is een hardnekkige kwestie. Door de sterke loyaliteit van de meisjes naar de pleger vinden ze het moeilijk om met hun 'vriend' te breken en aangifte te doen. Signaleren en hulp bieden is lastig omdat meisjes ontkennen slachtoffer te zijn en geen hulp willen. Daarvoor is het nodig dat het risicotaxatieinstrument snel beschikbaar komt en de jeugdhulp voortvarend aan de slag gaat met het realiseren van de actiepunten om het hulpaanbod van slachtoffers te verbeteren.

maandag 11 mei 2015

Door mijn schuld: motieven daders van seksueel misbruik


Wat zijn motieven van daders van seksueel misbruik van kinderen? Wie zijn ze? Hoe gaan ze te werk? In korte tijd las ik twee publicaties over dit thema: Door mijn schuld. Seksueel misbruik in de kerk, daders getuigen van Machteld Libert (non-fictie) en Muidhond van Inge Schilperoord (literaire roman)

Door mijn schuld
In de jaren ’90 koopt de auteur gerechtsjournalist Magteld Libert een pastoorswoning. Het blijkt een woning met een verhaal, verhalen over seks met de pastoorsknecht en de zelfmoord van de vader van een slachtoffer. In 2010 komt in Vlaanderen aan het licht dat bisschop Roger Vangheluwe jarenlang zijn neef heeft misbruikt. Een commissie met aan het hoofd kinderpsychiater Peter Adriaenssen wordt samengesteld en tal van slachtoffers van seksueel misbruik door geestelijken komen met hun verhalen van 40, 50, 60 jaar geleden naar buiten. De auteur brengt verslag uit over seksueel misbruik in de kerk en besluit naast de verhalen van slachtoffers, ook onderzoek te doen naar het motief van de daders. Ze spreekt daders, deskundigen en kerkelijk leiders.

Motieven van daders
Het blijkt dat veel daders de feiten minimaliseren en een uitleg aan waarmee ze zichzelf goedpraten, in de psychologie cognitieve distorsie genoemd. Of zoals Peter Adriaenssens zegt: 'Het kind interesseert hen niet. Dat kind is een surrogaat om de gelofte van celebatair leven niet te schenden.Sorry voor de bewoordingen, maar dat kind is gewoon een gat.'
41% van het misbruik gebeurt bij de priester thuis. Kinderen zijn afhankelijk en toegankelijk. Zonden biecht je op en dan zijn ze weg. De structuur van de kerk heeft dit alles mogelijk gemaakt en was machtig genoeg om het slachtoffer het zwijgen op te leggen.

Zweetdruppels
In Muidhond beschrijft Inge Schilperoord, forensisch psycholoog bij onder andere het Pieter Baan Centrum het leven van Jonathan nadat hij bij gebrek aan bewijs is vrijgesproken van kindermisbruik en het voornemen heeft het anders te doen en beter op te letten. Een weergaloos goed geschreven roman waarbij de lezer Jonathan dicht op zijn huid zit en iedere zweetdruppel en gedachte van hem kan volgen. Het is natuurlijk allereerst een literaire roman, maar daarnaast ook zeer inzichtgevend in de motieven en drijfveren van plegers van seksueel misbruik.

donderdag 23 april 2015

Niet bezuinigen op inspraak jeugdhulp



PERSBERICHT 23 april 2015

Gemeenten spannen het paard achter de wagen door te bezuinigen op jongerenraden in de instellingen voor jeugdhulp. Dat vinden het JeugdWelzijnsBeraad, LOC Zeggenschap in Zorg, Defence for Children, Ieder(in) en het Landelijk Platform GGz. De organisaties maken zich ernstig zorgen over de kwaliteit van de hulp als jongeren aan de zijlijn staan.

In veel jeugdinstellingen bestaat nu nog een aparte jongerenraad die advies geeft aan de directie. Vanaf januari dit jaar gaan gemeenten over de jeugdhulp, waarop wethouders direct fors moeten bezuinigen. ,,Jongerenraden worden makkelijk gezien als vetrandje dat je kan wegsnijden”, aldus Arnold Kassing van het JeugdWelzijnsBeraad. ,,Maar zo’n bezuiniging levert bijzonder weinig op, terwijl het in de toekomst veel euro’s kan kosten als instellingen planken gaan misslaan doordat ze jongeren niet meer consulteren.’

De gezamenlijke organisaties adviseren gemeenten in het manifest ‘Medezeggenschap van kinderen en jongeren en de nieuwe jeugdwet’ juist om extra te investeren in inspraak. Kassing: ,,Volwassenen kunnen zich niet altijd goed verplaatsen in kinderen. In een gesloten instelling kan dat bijvoorbeeld leiden tot ongelukkig geformuleerde huisregels die agressie oproepen in plaats van wegnemen. Daar haalt een jongerenraad zo de angel uit. Dat scheelt opsluiting in de isoleercel en nodeloze inzet van personeel. Maar zelfs als het gaat om bezuinigingen kun je gewoon aan jongeren vragen of zij willen meedenken. Misschien vinden ze het prima om één warme maaltijd te vervangen door brood, als het jaarlijkse uitje dan maar doorgaat.”

Volgens de organisaties doet zich de curieuze situatie voor dat cliëntenparticipatie in de nieuwe Jeugdwet steviger is verankerd dan daarvoor. ,,De Tweede Kamer heeft goede intenties gehad, maar we maken ons ernstige zorgen over de uitvoering door gemeenten. De eerste signalen zijn niet positief”, aldus Kassing. ‘Daarom roepen we alle gemeenten in Nederland op om de jongerenraden niet af te breken, maar juist te versterken.”

maandag 20 april 2015

Spreken over seksueel misbruik

Foto uit Unspoken

25% van de vrouwen en 13% van de mannen in westerse landen worden slachtoffer van seksueel misbruik door volwassenen voor het 17e jaar. Slachtoffers variëren in leeftijd, culturele achtergrond en sociaal-economische status. Overeenkomstig is de schaamte en de overtuiging - bijgebracht door de dader - dat er nooit gesproken mag worden over wat er gebeurd is.

Foto's van overlevers
In deze prachtig uitgegeven Engelstalig publicatie Unspoken van Lorena Ros staan foto’s van zeventien mannen en vrouwen, overlevers van seksueel misbruik in de jeugd uit Spanje, Mexico en de VS. Ook staan er foto’s van hen in op de leeftijd dat het misbruik begon en plekken die te maken hebben met het misbruik of waar het plaatsvond. Erbij staat een korte beschrijving van de aard van het misbruik, de pleger en hoe het nu gaat. Plegers waren familieleden, geestelijken en belangrijke mensen in de gemeenschap.

Spreken over het misbruik
Omdat slachtoffers van seksueel misbruik schamen zich schamen en schuldig voelen voor wat hen overkomen is, is er een enorme drempel om over het misbruik te praten. De in dit boek geportretteerde mannen en vrouwen hebben dit overwonnen, gesproken over het misbruik en vonden de veerkracht voor het overwinnen van hun trauma's en de wederopbouw van hun leven.

Unbreakable

Een vergelijkbaar project dat ook in Nederland is uitgevoerd, is het Project unbreakable. In dit project gaan mensen met seksueel geweldservaringen (wel of niet herkenbaar) op de foto met een citaat van hun dader erbij. Unbreakable stelt overlevers in staat dingen te uiten die hen weken, maanden of jaren dwars hadden gezeten en kan gezien worden als een een vorm van therapie. Praten is noodzakelijk voor het doorbreken van het misbruik en voor het verwerkingsproces.

Wachtkamerboek
Unspoken is een soort koffietafelboek dat in wachtkamer van artsen en hulpverleners niet mag ontbreken, het kan slachtoffers helpen hun schaamte te overwinnen om over het misbruik te praten en hulp te zoeken.

dinsdag 7 april 2015

Wat moet ik doen om goed te doen? Beroepsethiek in de Jeugdzorg


Kort geleden kreeg ik de publicatie Even stilstaan, beroepsethiek in de Jeugdzorg onder redactie van Mariette van den Hoven en Jos Kole toegestuurd om te recenseren.

Dilemma's van de jeugdzorgwerker

De jeugdzorg werker staat vaak voor dilemma’s. Wat is in het belang van het kind? Kies ik voor de ouder of het kind? Is in dit geval uithuisplaatsing noodzakelijk? Allemaal beroepsethische vragen met als essentie: wat moet ik doen om goed te doen?

Reflectie
Vakbekwaamheid en beroepsethiek horen bij elkaar. De beroepscode ondersteunt professionals om zelf tot verantwoorde keuzes te komen. Tijd voor reflectie over ethische vragen is – ondanks de werkdruk- essentieel. Het moreel beraad is bijvoorbeeld een methode die daarvoor kan worden ingezet.

Beroepsethiek

In deze publicatie wordt beroepsethiek in de jeugdzorg belicht aan de hand van casuïstiek, interviews met vertegenwoordigers uit de jeugdzorg, uitleg van kernbegrippen, reflectiemethoden, ethische stromingen. Thema ’s zoals het beroepsgeheim, kindermishandeling, ketenzorg, handelingsverlegenheid worden verder uitgewerkt.

Aanbevolen literatuur
Interessante publicatie, zowel diepgaand als praktisch bruikbaar. Aanbevolen literatuur voor professionals in de jeugdzorg en goed bruikbaar in sociaal- agogische opleidingen

maandag 23 maart 2015

De wetende getuige: gesprekken met kinderen over seksueel misbruik


Van een collega kreeg ik het boek De wetende getuige. Handreikingen aan professionals over handelen en diagnostisch onderzoek bij vermoedens van seksueel misbruik van kinderen. Het boek is geschreven door Anneke van Duin met een bijdrage van Carla Rus.

Diagnostisch centrum in Groningen
Anneke van Duin was tot 2001 werkzaam bij het diagnostisch centrum (DC) in Groningen. Het DC deed tot 2008 onderzoek bij kinderen tussen de drie en veertien jaar bij vermoedens van seksueel misbruik. Als onderzoekscoordinator begeleidde Anneke de multidisciplinaire teams die het onderzoek uitvoerden. In deze publicatie deelt ze haar kennis en ervaring over effectief handelen bij vermoedens van seksueel misbruik.

Handelingsverlegenheid professionals
Veel professionals vinden het moeilijk met kinderen over seksueel misbruik te praten. Dit boek geeft duidelijke handreikingen voor de praktijk. Deel 1 biedt basiskennis die iedere professional die met kinderen werkt zou moeten weten. Deel 2 biedt specialistische kennis, in dit deel wordt ingegaan op de aanpak van DC. Het één en ander wordt verhelderd met casuïstiek. Deel 3 is geschreven door Carla Rus, psychiater. Zij gaat zeer uitgebreid en diepgaand in op de lange termijn gevolgen van seksueel misbruik en de behandeling hiervan. Zeer de moeite waard om kennis van te nemen, maar op onderdelen m.n. waar zij een relatie legt met de kwantumfysica, niet altijd eenvoudig om te volgen.

Vaststellen van seksueel misbruik

Het vaststellen of een kind wel of niet seksueel misbruikt is, is niet iets wat een professional alleen kan. Daarvoor is een gestructureerde aanpak en samenwerking tussen verschillende disciplines noodzakelijk. In deze publicatie wordt uitgebreid ingegaan op het diagnostisch onderzoek zoals dat bij het DC in Groningen werd gedaan en geeft ook informatie over de - belangrijke - rol van degene die het kind aanmeldt voor onderzoek.

Loyaliteit
Ouders zullen seksueel misbruik niet snel toegeven en ook kinderen zwijgen uit loyaliteit naar de ouders.

Geen sterkere band dan die tussen kinderen en ouders die hen seksueel misbruiken

Kinderen die seksueel misbruikt worden zijn in grote mate afhankelijk van volwassenen om het seksueel misbruik te kunnen doorbreken. Daarom is kennis nemen van deze publicatie de moeite waard voor alle professionals die werken met kinderen.

maandag 9 maart 2015

Hoe kunnen cliënten helpen de effectiviteit van de hulp te verbeteren?


Op 11 februari was ik door FICE uitgenodigd op een bijeenkomst met Scott Miller. FICE is een wereldwijde netwerkorganisatie van en voor professionals die werken met kinderen en jeugdigen en zij hadden Scott Miller weten te strikken voor een lezing met de titel Hoe til je je professionele vaardigheden en effectiviteit als hulpverlener naar een hoger niveau? Cliënten kunnen daar ook een rol in spelen.

Behandelde personen beter af.

Scott Miller werkt als psycholoog met gezinnen en daklozen en in zijn klinieken werken veel vrijwilligers . Hij begon met goed nieuws: de gemiddelde persoon in behandeling is 80% beter af dan niet behandelde personen. Daarmee is de effectiviteit van de zorg stukken beter dan de effectiviteit van medische zorg en heeft ook nog eens geen bijwerkingen.

Geen verbetering behandelingen in de afgelopen 39 jaar
Daarna kwam hij met het slechte nieuws: sinds 1976 (onderzoek van Smith en Glass) is er geen verbetering van de resultaten van behandelingen. Dit is gebaseerd op 20 jaar onderzoek onder 11.000 therapeuten (Orlinsky, D.E., & Rønnestad, M.H.). Maar de therapeuten hebben allemaal wel het idee dat ze beter worden. Toch blijkt al vroeg in hun carrière dat de effectiviteit afvlakt en dat gebeurt al na 50 uur cliënt contact! Er blijkt bijna geen verschil in effectiviteit tussen professionals, studenten en paraprofessionals.

Mislukte hulp wordt niet herkend
Problemen zijn: uitval van rond de 47%, professionals herkennen mislukte hulp niet en met 1 op de 10 cliënten gaat het slechter door de behandeling. En naar die (1 op de 10) cliënten gaat 60 – 70% van het geld. Van iedere 10 cliënten blijft er steeds 1 achter. De cliënt die achterblijft wordt voortdurend behandeld, soms jaren achtereen met meer van dezelfde methodes. Na 18 maanden heeft een hulpverlener een caseload van cliënten waarvan de hulp is mislukt, maar waarbij dit niet wordt herkend. Als de hulpverlener een baan elders vindt en cliënten overdraagt bestaat de caseload van een nieuwe hulpverlener volledig uit cliënten die niet of onvoldoende geholpen worden en langdurig in (niet effectieve) behandeling zijn.

Hoe kunnen hulpverleners verbeteren?
Sommige hulpverleners zijn 50% effectiever dan de rest en hebben minder uitval. Scott noemt dat het effect van deliberate practice, de doelbewuste praktijk: reflectie, beter willen worden, lezen, workshops, supervisie, hard werken, niet op de automatische piloot, meten en vergelijken. Het gaat om blijven leren en het creëren van een cultuur van feedback en reflectie.

Feedback van cliënten
Wat in de reflectieve praktijk goed gebruikt kan worden is feedback aan cliënten over de hulp, de door Scott Miller ontwikkelde Feedback Informed Treatment (FIT) . Bij Trias Jeugdhulp maken ze daar gebruik van. Daardoor kan tijdig worden bijgestuurd en wordt voortijdige uitval voorkomen. Met behulp van Feedback Informed Treatment (FIT) is het mogelijk om de werkrelatie op systematische wijze te evalueren. Door Scott Miller en Barry Duncan zijn twee vragenlijsten ontwikkeld: de Outcome Rating Scale (ORS) en de Session Rating Scale (SRS). De ORS en SRS zijn twee instrumenten gericht op het monitoren van de relatie tussen de cliënt en de hulpverlener en de voortgang van de hulp.

Reflectieve praktijk
Al met al was het een welbestede middag waar ik twee dingen uit mee heb genomen: het belang van het creëren van een goede reflectieve praktijk in organisaties en het gebruik maken van feedback van cliënten als – naast andere zaken- input hiervoor. De twee instrumenten de ORS en SRS zijn eenvoudig en beschikbaar. Uit de ervaringen bij Trias blijkt dat professionals enthousiast zijn over het instrument, dus het is zeker de moeite waard voor instellingen om het in te zetten.

Meer informatie?
www.scottdmiller.com
www.centerforclinicalexcellence.com
www.whatispcoms.com ook informatie in het Nederlands

maandag 23 februari 2015

Privacy van ouders en jongeren in de jeugdhulp: tien regels


Met de overdracht van de jeugdhulp naar gemeenten zijn ook de gegevens van cliënten overgedragen naar gemeenten. Er zijn regels waar de gemeente zich aan moet houden bij de verwerking van persoonlijke gegevens en ouders en jongeren hebben bepaalde rechten als de gemeente over hun persoonsgegevens beschikt*.

Waar moet de gemeente zich aan houden bij de verwerking van persoonlijke gegevens?

1. De hulpvraag is leidend. De informatie die wordt gebruikt heeft te maken met de hulpvraag van de ouder en de jeugdige.
2. De medewerker kijkt altijd of het noodzakelijk is om de gegevens op te vragen, of hij/zij ook een goed beeld zou kunnen vormen met minder gegevens en of er geen andere manier is om te helpen dan door het opvragen van uw gegevens.
3. De cliënt wordt altijd vooraf geïnformeerd welke gegevens er worden verwerkt.
4. De betrokken medewerkers hebben alleen inzicht in die informatie die nodig is voor het gedeelte van het plan van aanpak waar zij mee werken
5. De regisseur verwerkt alleen de zogenaamde DAT-informatie van andere organisaties die een deel van het plan uitvoeren. Detailinformatie over de geleverde zorg en over de bewoner blijft bij de zorgaanbieder. Bijvoorbeeld DAT iemand recht heeft op een bepaalde vorm van zorg is informatie die wordt verwerkt: maar wat die zorg precies inhoudt en op welke manier die aan het gezin gegeven wordt niet. Dit is informatie die bij de zorgaanbieder blijft.
6. De gemeente krijgt alleen administratieve informatie die nodig is om facturen te verwerken of voor statistieken, maar nooit inhoudelijke informatie over de cliënt of over de situatie.

Rechten van cliënten
7. Inzage in gegevens
Op verzoek moet de gemeente aangeven welke gegevens van u bij wie aanwezig zijn, hoe men er aan is gekomen en met wie de gegevens eventueel zijn uitgewisseld. Indien dit wordt geweigerd zal de gemeente duidelijk aangeven wat daarvan de redenen zijn
8. Correctie en of aanvulling of verwijdering van gegevens
Wanneer u, na inzage in de gegevens, van mening bent dat ze onjuist, onvolledig of onnodig zijn, kunt u een verzoek indienen om dat te veranderen. Indien dit wordt geweigerd zal de gemeente duidelijk aangegeven wat daarvan de redenen zijn.
9. Afschermen/anonimiseren
U kunt de gemeente verzoeken herkenbare gegevens te verwijderen, of als u niet wilt dat medewerkers inzage hebben in al uw gegevens, kunt u een verzoek tot afscherming van bepaalde gegevens indienen. Dat zijn gegevens over afkomst (etniciteit: in welk land je geboren bent), of je een strafblad hebt en gezondheid.
10. Overdracht gegevens
Om bepaalde redenen, bijvoorbeeld een verhuizing, kunt u de gemeente vragen uw gegevens over te dragen aan een andere instelling. Dit verzoek zal zo snel mogelijk worden ingewilligd, tenzij de overdracht wettelijk niet is toegestaan of moet worden uitgesteld.

Meer informatie? De Landelijke Cliëntenraad zeggenschap in werk en inkomen heeft een uitgebreide brochure gemaakt met uitleg over bescherming van persoonsgegevens. Zie https://www.landelijkeclientenraad.nl/Content/Downloads/141112-factsheet-privacy.pdf

* Bron: VNG, King Handreiking communicatie naar de burger

Keukentafelgesprek: advies van cliënten



Voor de uitvoering van de jeugdhulp voeren gemeenten keukentafelgesprekken met ouders en jeugdigen. Elke gemeente organiseert deze gesprekken op geheel eigen wijze. Ik vroeg aan cliënten: wat vinden jullie belangrijk bij een keukentafelgesprek?

Veel informatie over keukentafelgesprekken gaat over de Wmo en niet specifiek over jeugd. Het uitgangspunt van keukentafelgesprekken is om problemen bij het zelfstandig wonen en/of het meedoen aan de samenleving te inventariseren. ‘Voor de kinderen zorgen’ is, net als ‘kleding wassen en strijken’, slechts een van de onderwerpen.

Vijf dagen training

Niet in iedere gemeente voeren jeugdhulpprofessionals de gesprekken. Soms zijn het Wmo-consulenten of professionals uit het sociale wijkteam. Maatschappelijk werkers uit Amsterdam vertelden mij dat zij vijf dagen training kregen in het voeren van keukentafelgesprekken. Ook in het voeren van gesprekken over jeugdhulp. Zij kunnen de volgende adviezen van cliënten dus goed gebruiken.

Deskundige gesprekspartner

Laat een professional die gespecialiseerd is in jeugdhulp het gesprek voeren. Of beter: kom met twee professionals van wie de ene deskundig is in hulp aan ouders en de andere in hulp aan kinderen. Houd er daarbij rekening mee dat je sommige onderwerpen, zoals problemen van ouders, beter niet met kinderen erbij kunt bespreken.

Ook kinderen zijn cliënt

De tijd die je in het eerste gesprek extra besteedt, win je terug door effectieve samenwerking met de cliëntZowel de ouder als de kinderen zijn cliënt. Praat ook apart met kinderen en jongeren, bijvoorbeeld tijdens een wandeling of een spelletje. Zorg ervoor dat bij conflicten zowel ouders als jeugdigen het gevoel hebben dat ze gehoord worden, en ga gezamenlijk op zoek naar oplossingen.

Kijk niet op de klok

Neem voor het eerste gesprek de tijd die nodig is om met de cliënt te kijken hoe de situatie in elkaar zit, ruimte te geven voor emoties, echt te luisteren wat nodig is en om vertrouwen op te bouwen. De tijd die je in het eerste gesprek extra besteedt, win je later terug door effectieve samenwerking met de cliënt.

De cliënt is koning

Laat de cliënt kiezen waar het gesprek plaatsvindt en wat hij of zij wil bespreken. Sommige cliënten spreken liever niet thuis af. Bevestig de afspraak zodat iedereen weet waar en wanneer ze verwacht worden. Start het gesprek met vragen als: Waarmee kan ik u helpen? Wat kan ik voor u doen? Luister goed. Wees eerlijk wat je wel en niet kunt doen voor de cliënt. En zorg voor een goede bereikbaarheid en vervanging bij ziekte of vakantie.

Lees het dossier achteraf

Cliënten vinden het belangrijk dat de medewerker het gesprek voert zonder vooroordelen, open staat voor hun verhaal, hen geen woorden in de mond legt en niet beïnvloed wordt door het dossier. Lees het dossier achteraf en check in een volgend gesprek of de cliënt het eens is met wat in het dossier staat. Zorg er wel voor dat één persoon de hulp coördineert, zodat de cliënt maar één keer het verhaal hoeft te vertellen.

Nu de praktijk

We weten wat de wensen van cliënten zijn voor een betere jeugdzorg. Nu moeten we ze in de praktijk brengen, ook tijdens de keukentafelgesprekken.

Voor reacties op deze blog zie ook: http://kennisnetjeugd.nl/blog/199-keukentafelgesprek-advies-van-clienten

dinsdag 10 februari 2015

Hulpverlening na seksueel misbruik


Een paar weken geleden kreeg ik van Biblion het boek Hulpverlening na seksueel misbruik, wegwijzer in traumaland van Ivionne Meeuwsen toegezonden om te recenseren

Alternatieve therapieën
In deze publicatie worden verschillende - tot op dat moment bij mij onbekende - vormen van alternatieve therapie bij de verwerking van seksueel misbruik beschreven. Achtereenvolgens komen de Tebéyo Methodiek, de Cranio-Sacraal therapie, Acupunctuur, Chinees sjamanisme en tarot, therapie op holistische grondslag, begeleid Lotgenotencontact, Somatic Experiencing, Spirituele therapie en systemische opstellingen aan de orde. Gesprekken met hulpverleners worden afgewisseld met betrokkenen, klanten genoemd. Ook gaat ze in op de problematiek van tweede generatie slachtoffers.

Relatie therapeut-cliënt
Auteur is zelf als kind seksueel misbruikt en vindt dat mensen die seksueel misbruikt zijn, niet thuishoren in de GGZ, pillen en diagnoses werken contra-productief. Voor goede hulpverlening is het volgens klanten het van belang dat de therapeut echt is, niet bang voor heftige emoties, bereid te werken op het spirituele (zingevings) niveau, de eigen traumareacties onder ogen ziet, accepteren dat hij/zij niet iedereen kan helpen. Allemaal zaken die je in de reguliere hulpverlening ook zou mogen verwachten. Bekend is dat de relatie therapeut hulpverlener – cliënt het meest effectief is van de therapie en de auteur heeft dat blijkbaar alleen binnen de alternatieve therapie gevonden.

Reguliere hulpverlening schiet vaak tekort
Deze publicatie over diverse vormen van alternatieve therapieën na seksueel misbruik is daardoor mede een aanklacht tegen de reguliere hulpverlening waarvan je zou mogen verwachten dat ze aansluiten bij de behoefte van de client en dat zeker bij slachtoffers van seksueel misbruik het leggen van de regie bij de client essentieel is. Therapeuten zouden moeten weten dat bepaald gedrag een reactie is op het trauma waardoor diagnoses niet altijd kloppen en medicatie niet de eerste oplossing hoeft te zijn.

dinsdag 27 januari 2015

Transformatie van jeugdhulp in de wijkteams?


Wijkteams
In het hele land zijn wijkteams aan de slag gegaan. Blijkbaar is dat de manier om de transformatie vorm te geven, want nergens in de wet staat dat je wijkteams moet vormen. En hoe werken die wijkteams eigenlijk?
Dat schijnt overal verschillend te zijn maar wel bereikte me al berichten dat er wijkteams zijn met wachtlijsten. Wachtlijsten? Dat was toch niet de bedoeling van het wijkteam? Het wijkteam is toch een laagdrempelige voorziening midden in de wijk waar je kunt binnenlopen met eenvoudige opvoedproblemen, preventie toch?

Transitie van de jeugdhulp naar de gemeenten
Wat wilden we ook alweer bereiken met de transitie van de jeugdhulp naar de gemeenten en de transformatie?
Idee was om twee dingen te realiseren:
- kinderen en gezinnen zo licht mogelijk te bieden dichtbij huis, in het sociale netwerk, onnodig problematiseren tegengaan en de de eigen kracht te versterken;
- kinderen en gezinnen met ernstige problemen snel gespecialiseerde zorg bieden en die hulp goed afstemmen met de andere betrokken professionals in het gezin (één gezin, één plan, één regisseur).

Manieren om de hulp in de wijkteams te organiseren

Een interessant rapport dat ik onder ogen kreeg en waar de wijkteams hun voordeel mee kunnen doen is briefadvies Samen verder, verder samen. Zorgen voor kinderen met complexe problemen uit december 2014* van de Raad Maatschappelijk Ontwikkeling.
In dit rapport zoeken zij een antwoord op de volgende vraag:
Op welke wijzen kan de hulp aan kinderen en gezinnen met complexe opvoed- en opgroeiproblemen in het nieuwe stelsel van jeugdhulp zo vorm krijgen dat de inzet van het gezin, het sociale netwerk, lichte hulp en ondersteuning en gespecialiseerde zorg in balans zijn?
Wat ik interessant vond is de verschillende modellen op basis waarvan de jeugdhulp georganiseerd kan worden:
- Stepped care: licht als het kan, zwaar als het moet;
- Matched care: meteen doen wat nodig is;
- Pedagogisch-huisartsenmodel: risicoanalyse met oog voor sociale context;
- Contextmodel: kwaliteit van leven als spil van jeugdhulp.
Al deze visies hebben zo hun voor- en nadelen, maar het laatste model vond ik vernieuwend omdat de zorg om het kind en gezin heen georganiseerd, in plaats van dat het kind en gezin door de zorg wordt geleid. Men werkt met een kind of gezin in de eigen omgeving, niet aan afzonderlijke deelproblemen, maar aan het hele probleem in de context waarin het is ontstaan.

Dagelijks leven centraal

Het is volgens RMO van cruciaal belang de kwaliteit van het dagelijks leven centraal stellen voor alle kinderen, ongeacht de complexiteit van de problematiek. RMO wil jeugdzorgprofessionals uitdagen hun werkwijzen te herzien. Dat is productiever dan de onterechte tegenstelling tussen de versterking van eerstelijnszorg en het behoud van gespecialiseerde zorg die in veel discussies over de jeugdzorg opduikt. En mij lijkt dat door hulp in de context de zogenaamde lichte zorg in een gezin (bijv. schuldhulpverlening) beter kan aansluiten op zware gespecialiseerde zorg.

Experimenteren

Ook pleit de RMO om wijkteams de de ruimte te geven om te experimenteren. De kwaliteit van de jeugdzorg zal groter zijn als er voortdurend geleerd wordt van ervaringen in de praktijk en actief moeten zoeken naar nieuwe samenwerkingsvormen. Belangrijk is om hierover met elkaar en waar mogelijk met de betrokken gezinnen in gesprek gaan.

Dat lijkt me een prima advies om de transformatie een extra impuls te geven: organiseer in de wijk ruimte waar professionals en cliënten met elkaar in gesprek gaan om te kijken hoe de hulp beter kan.


* http://www.adviesorgaan-rmo.nl/Publicaties/Adviezen/Samen_verder_verder_samen_Zorgen_voor_kinderen_met_complexe_problemen_december_2014

maandag 12 januari 2015

De kleuren van Eva en Zahir. Over hulp bij eergerelateerd geweld


Kortgeleden kreeg ik de publicatie De kleuren van Eva en Zahir van Ilona Brekelmans en Gerda de Groot toegestuurd om te recenseren.

Schending van de eer
Beschreven wordt de opgebouwde expertise binnen de behandelgroepen EVA (Kompaan en de Bocht) en Zahir (Fier) voor meiden die bedreigd worden met aan eergerelateerd geweld.
In de periode van 2007 tot en met 2013 werden er bij Zahir en EVA 555 meiden opgevangen van 12 tot en met 23 jaar. De meeste meiden hadden een Irakese, Turkse, Marokkaanse of Afghaanse achtergrond (77%). Eergerelateerd geweld is een reactie op een (dreiging) van de schending van de eer van een man of een vrouw en daarmee van de familie waarvan de buitenwereld op de hoogte dreigt te raken. De reden voor eergerelateed geweld is m.n. verzet tegen regels in het ouderlijk huis, (vermeende) voorhuwelijkse relatie en verzet tegen gearrangeerd huwelijk.

Ingewikkelde problematiek
Trauma’s, hechtingsproblemen, 41 % van de meiden heeft ervaring met seksueel geweld. Deskundige hulp is nodig om de meisjes te ondersteunen het geweld en de vaak traumatische ervaringen te kunnen duiden en verwerken. Veiligheid is voorwaarde en dat gaat verder dan een geheim adres. In de beginjaren lag de focus van de aanpak
vooral op bescherming en beheersing van de situatie.

Zoeken naar constructieve oplossingen
De aanpak heeft zich ontwikkeld en nu wordt meer gewerkt vanuit een benadering waarbij alle partijen gehoord worden en gezocht naar constructieve oplossingen zowel door bemiddeling maar als mogelijk ook door inzet van systeemtherapie. Er wordt van uitgegaan dat ieder mens het beste wil voor zijn kind en de familie ook het liefst een geweldloze oplossing kiest. Bij geslaagde systeemtherapie valt de dreiging van eergerelateerd geweld enigszins weg. De interventies zijn succesvol, ruim de helft van de meiden gaat weer goed terug naar huis of familie.

Interessante publicatie over de opgebouwde expertise binnen de behandelgroepen voor meiden die bedreigd worden met aan eer gerelateerd geweld

vrijdag 19 december 2014

Gemeenten worden verantwoordelijk voor forensische jeugd GGZ


Op 11 december was ik vanuit LOC Zeggenschap in Zorg uitgenodigd voor de conferentie forensische jeugd-GGZ in het decentrale jeugdstelsel in de Van der Hoevenkliniek in Utrecht. Forensische Jeugdpsychiatrie gaat over jongeren met grensoverschrijdend gedrag, die binnen een gedwongen kader (via reclassering of de jeugdbescherming) behandeling krijgen in een 24 uurs setting of ambulant. In de nieuwe Jeugdwet worden gemeenten verantwoordelijk voor de forensische jeugd-GGZ, ofwel forensische jeugdpsychiatrie. Ik was benieuwd of dat voor cliënten een vooruitgang betekent.

Combinatie van problemen
Eén van de sprekers was Erik Jongman van de Bascule. Hij vertelde dat de jongeren waar hij mee te maken heeft kampen met een combinatie van factoren waardoor het misging: schulden, psychiatrie, verslavingen, verstandelijke beperkingen, multi-problemgezinnen. Tot een aantal jaren terug werd weinig gedaan met deze jongeren, maar de laatste jaren is zijn hulpverleners steeds meer in staat een goede behandeling te geven en daarmee 10 – 20% verschil te maken met geen behandeling. Resultaten zijn dat jongeren beter communiceren over wat hen bezig houdt, minder agressieve delicten plegen en een beter toekomstperspectief hebben.

Slachtoffer en dader
Veel jongeren zijn niet alleen dader maar zelf ook slachtoffer en hebben traumatische jeugdervaringen. Waar het tot een aantal jaren terug ‘not done’ was om bij de slachtofferkant van de jongere te beginnen, mag dat nu wel en daardoor was zijn ervaring dat je beter bij het gevoel van de jongere komt en er ruimte kan komen dat ze ook als dader hun verantwoording kunnen nemen.

Werken in de wijk
Ook de ambulantisering is aan de forensische jeugd GGZ niet voorbij gegaan en hulpverleners werken nu ook in de wijk. Aangezien de problemen vaak niet dat ene kind betreffen maar ook ouders en andere kinderen, wordt het gezin meegenomen in de aanpak.
Wat later in de workshop wel bleek is dat er nog weinig samengewerkt wordt met ketenpartners om zo trajecten ‘terug naar de wijk’ te organiseren voor jongeren die in de forensische GGZ verblijven.

Gemeenten moet forensische jeugdhulp betalen

Jeanet Sonneveld, landelijk projectleider integrale aanpak, vertelde dat niet alle gemeenten weten dat ze ook verantwoordelijk zijn voor de forensische jeugdhulp. Forensische jeugd GGZ kan in het kader van het adolescentenstrafrecht door de rechter opgelegd worden en de gemeente moet dan betalen. Op de vraag of gemeenten ook een beroep konden doen op het Ministerie van Veiligheid en Justitie als de kosten hiervoor uit de hand lopen zei de vertegenwoordiger van het Ministerie: Dat is dan toch echt het probleem van die gemeente, hadden ze maar meer aan preventie moeten doen.

Preventie criminaliteit
Gemeenten weten te weinig af van forensische jeugd GGZ en er is te weinig aandacht voor misdaad in de wijkaanpak volgens Jeanet Sonneveld. Gepleit werd voor een triage instrument op risico, een onderzoeksmethode waarin onderscheid gemaakt wordt tussen complexe en minder complexe zaken, maar ook een analyse van de problematiek op de verschillende leefgebieden en de eventuele oorzaken daarvan en welke problematiek als eerste aangepakt dient te worden. En daarnaast een checklist voor de wijkteams zodat ze bij een niet pluis gevoel de ernst van de situatie snel in kaart kunnen brengen. Belangrijk is dat de forensische jeugd GGZ op plekken waar veel criminaliteit voorkomt, samen gaat werken met ketenpartners zoals de wijkagent, het wijkteam, cluster 4 scholen. Zodat in het kader van preventie snel de juiste zorg kan worden ingezet: zo zwaar als nodig en zo licht als mogelijk.

Cliënten participatie

Wat ik miste op de conferentie was de inbreng van cliënten, wat helpt volgens hen of heeft hen geholpen hun leven weer op het rechte pad te krijgen? Wat is volgens ouders een handige aanpak? Dat kan de forensische jeugdhulp echt verbeteren. Zoals een moeder van de cliënten tafel jeugd - die ik voorafgaand aan de bijeenkomst sprak - me vertelde dat opvoeden tot zelfstandigheid meer aandacht mag hebben.
Zijn leven stond 2 jaar stil. Hij kon niks toen hij weer terugkwam: niet koken, boodschappen, de was doen. Alles moest hij nog leren.

maandag 8 december 2014

Ontwikkeling kind centraal bij vechtscheiding


Op 21 november was ik samen met een lid van de cliëntentafel jeugd uitgenodigd bij de presentatie van een nieuwe methodiek voor gezinsvoogden bij complexe scheidingen, in de volksmond vechtscheidingen genoemd.

Toename vechtscheidingen
Het aantal vechtscheidingen neemt toe en jaarlijks krijgen zo’n 16.000 kinderen en jongeren daar mee te maken. Kinderen hebben veel last van de ruzies bij een vechtscheiding en daarmee is het net als huiselijk geweld een vorm van kindermishandeling.

Het kind krijgt een stem

Gezinsvoogden vinden het werken met ouders en kinderen bij vechtscheiding lastig en hadden behoefte aan een nieuwe methodiek. In deze nieuwe methodiek staan niet de problemen van de ouders maar het belang van het kind staat centraal. En dat belang is geconcretiseerd in de ontwikkeling van het kind. Zo kan gewerkt worden met twee gezinsvoogden, waarbij één gezinsvoogd het kind vertegenwoordigt en de andere gezinsvoogd de ouders. Ook werkt men met foto’s van kinderen op tafel tijdens de gesprekken, zodat dat duidelijk is waar het om gaat. Het kind krijgt zo een stem. Het helpt kinderen en ouders: kinderen hebben het recht hun mening te vormen en te uiten en ondersteuning daarbij te krijgen (art. 12 van het Kinderrechtenverdrag) en het helpt ouders als ze van kinderen horen hoe zij onder de ruzies lijden en zien dat zeker niet in hun belang van het kind is.
Zoals de 44- jarige Antoinette van wie de ouders op haar 6e uit elkaar gingen beschreef in een brief aan haar ouders: "Ik bèn jullie. Ik ben half papa, half mama. Er is een helft van mij die jullie afwijzen."

De methodiek bestaat uit een theoretisch fundament en een beschrijving van de aanpak bij complexe scheidingen http://www.jeugdzorgnederland.nl/nieuws/nieuws/nieuw--methodiek-en-theoretisch-fundament--complexe-scheidingen-/

maandag 24 november 2014

Zelfregie voor kinderen in de jeugdzorg


Vorige week was het de week van de rechten van het kind. Het kinderrechtenverdrag bestaat dit jaar 25 jaar. Reden voor een feestje, maar ook aanleiding om de kinderrechten nog eens onder de loep te nemen. Op 20 november was ik aanwezig bij de Mulock Houwer lezing van prof. Dr. Wim Slot in het Kinderrechtenhuis in Leiden met als titel ‘Jongeren die er toe doen. Zelfbestuur in de jeugdhulp’.

Participatie en hoorrecht
Volgens Slot valt er niet alleen in het buitenland maar ook in Nederland nog een hoop te verbeteren. Zoals het recht van het kind om een eigen mening te vormen en te uiten over alle zaken die het kind aangaan. Volgens artikel 12 van de rechten van het kind moet de de overheid ervoor zorgen dat het kind die mening kan uiten en dat er naar hem of haar wordt geluisterd. Dit geldt ook voor gerechtelijke en bestuurlijke procedures. Maar kinderen worden over het algemeen weinig gehoord, denk maar aan echtscheidingszaken. Er wordt te weinig gebruik gemaakt van ontwikkelingsdeskundigen om de mening van kinderen in kaart te brengen.

De wees Mulock Houwer
Slot benadrukte het belang om kinderen te leren dat ze invloed kunnen uitoefenen. Zijn inspiratiebron is - niet toevallig - Mulock Houwer. Mulock Houwer, als wees opgegroeid in een kindertehuis is daar later zelf directeur geworden. Hij was overtuigd van het belang van zelfbestuur voor de ontwikkeling van het kind en heeft dat ook in zijn kindertehuis gerealiseerd.

Ontwikkelingstaken
Slot onderschrijft het belang van zelfregie voor kinderen in de jeugdzorg. Volgens de theorie van het competentiemodel is het belangrijk dat kinderen vaardigheden eigen maken en de mogelijkheden benutten die de ontwikkeling biedt. Kinderen die in de jeugdzorg zitten hebben door problemen soms ontwikkelingstaken uit vorige fasen niet vervuld. Zo vindt hij het geen toeval dat deze meisjes tegen verkeerde vriendjes aanlopen en wordt dat volgens hem bepaald door een tekort aan vaardigheden.

Aangeleerde hulpeloosheid
Een andere reden om kinderen meer regie te geven in de jeugdzorg is dat wie denkt geen invloed te hebben op zijn/haar leven meer risico loopt om een depressie te ontwikkelen (‘learned helplessness’).En dat de ervaring dat je omgeving je nodig heeft waarschijnlijk één van de krachtigste beschermende factoren is.

Eigen regie van kinderen
Genoeg redenen om kinderen meer regie te geven in de jeugdzorg, maar we zien dat niet terug in de hulpverleningsplannen. Te weinig wordt naar de mening van kinderen in de jeugdzorg gevraagd. En natuurlijk is dat allemaal lastig en zeker om kinderen zelf de regels te laten bepalen, maar het is wel hun leven. En hun kans om te leren en te ontwikkelen.

In de jeugdzorg wordt nog teveel gekeken naar de negatieve aspecten van kinderen en veel te weinig naar krachten. Dat is natuurlijk ook het lastige: als alleen naar mogelijkheden van kinderen wordt gekeken, wordt geen kind geplaatst . Maar belangrijk is om te realiseren dat dat maar één kant van de medaille is en dat het belangrijk en stimulerend is om ook naar krachten te kijken en kinderen verantwoordelijkheid te geven zodat ze die kracht kunnen ervaren.

maandag 10 november 2014

Zeven kritische vragen over het nieuwe jeugdbeleid


Kortgeleden kreeg ik Jeugdhulp en Jeugdbeleid, lokale zorg voor kinderen na 2015 toegestuurd van Biblion om te recenseren. In dit (leer)boek gaat prof. dr. René Clarijs, hoogleraar en hoofdredacteur van het tijdschrift Jeugdbeleid in op de zorg voor kinderen na 2015. Eerst blikt hij terug op het ontstaan van de jeugdzorg, de kenmerken, maatschappelijke ontwikkelingen en de aanpalende sectoren. Daarna gaat hij in op de nieuwe jeugdwet: de aanleiding en uitgangspunten, de uitwerking ervan, de veranderingen voor de gemeenten en de betekenis van de nieuwe manier van werken voor de professionals.
Hij sluit af met zeven kritische vragen die beantwoord zouden moeten worden bij nieuw jeugdbeleid, maar dat niet zijn.

Zeven kritische beleidsvragen
1. Wat is er gebeurd met de vorige voorstellen tot stelselwijzigingen?
2. Welke huidige tekorten moet het nieuwe beleid tackelen of compenseren?
3. Welke toekomstige ontwikkelingen komen er aan?
4. Wat zijn ontwikkelingen ten aanzien van het jeugdbeleid in het buitenland?
5. Hoe zal het nieuwe beleid in de praktijk uitpakken (eerst experimenteren)?
6. Hoe kan actuele innovatiekennis ingezet worden?
7. Wat hebben de recente decentralisaties opgeleverd?

Volgens Clarijs is over de zeven vragen veel wetenschappelijke kennis voorhanden maar trekt de politiek zijn eigen spoor en is ‘Bewust onbekwaam’.
Op een aantal vragen kan ik nog wel een antwoord vinden in het nieuwe beleid. Zo wil het nieuwe jeugdbeleid een bijdrage leveren aan de-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren, eerder de juiste hulp op maat te bieden, (kosten)effectief zijn en regeldruk verminderen (vraag 2), is aan de slag gegaan met het uitproberen van het nieuwe beleid in de proeftuinen (vraag 5) en wordt met de transformatie actuele innovatiekennis ingezet (vraag 6). Niet overal succesvol, maar het is in gang gezet.
Maar wie heeft een antwoord op vraag 1, 3, 4 en 7? Toch handig om te weten bij zoiets ingewikkelds en ingrijpends als de transitie en transformatie van de jeugdhulp.

dinsdag 28 oktober 2014

Zijn de rechten van de cliënt in jouw gemeente geborgd en hoe staat het met de informatieveiligheid?


Op 20 september was ik met een lid van de cliëntentafel jeugd van het LOC aanwezig op de decentralisatiesdag (3 D dag) voor raadsleden en griffiers. Om informatie te geven, maar we waren ook benieuwd in hoeverre daar voor cliënten belangrijke aspecten aan de orde zouden komen.

De dag startte prima met een interview met een cliënt met niet aangeboren hersenletsel. Zij vertelde haar persoonlijke verhaal en hoe lastig het was om hulp te vragen omdat haar problemen aan de buitenkant niet zichtbaar zijn en ze benadrukte het belang van een deskundige hulpverlener die doorvraagt. Dat verhaal maakte veel indruk op de aanwezigen.

Hoe informatieveilig is jouw gemeente?
Later op de dag volgde ik een deelsessie met als onderwerp: Hoe informatieveilig is uw gemeente? Privacy is voor cliënten een heel belangrijk onderwerp. Uit onderzoek in 2013 bleek dat slechts 4 procent van de gemeenten aan de normen voldeed. Normen die al 10 jaar bestaan! Nu is een zelftest ontwikkeld waarmee gemeenten aan de hand van de 7 belangrijkste normen kunnen kijken hoe het er voorstaat en op basis daarvan een verbeterplan maken. Maar nog lang niet alle gemeenten hebben die test ingevuld. Op de website van VNG kun je zien of jouw gemeente die test al heeft ingevuld zie bijlage van de brief van staatsecretaris Klijnsma: http://www.vng.nl/files/vng/20140717-brief-klijnsma-suwinet.pdf
Belangrijk om aan de bel te trekken als je gemeente dat nog niet heeft gedaan. En staat je gemeente wel op het lijstje? Vraag dan naar de score van je gemeente en als dat geen 7 is vraag naar het verbeterplan.

Rechtspositie cliënten
Ook volgden we een deelsessie over de nieuwe jeugdwet. Daar kwam heel duidelijk de plicht van gemeenten aan de orde om passende jeugdhulp te organiseren, laagdrempelig, 24 uur bereikbaar, kwalitatief en kwalitatief toereikend. Gemeenten werden nu eens duidelijk op hun verantwoordelijkheid gewezen.
Ook kwamen 10 punten van de rechtspositie van de cliënt expliciet aan de orde:
1. Worden betrokken bij het beleid & tevredenheidsonderzoeken
2. Zicht hebben op gemeentelijk jeugdhulppakket
3. Recht op een herkenbare laagdrempelige toegang en deskundige procedure, met mogelijkheid familiegroepsplan op te stellen
4. Verwijsmogelijkheid via arts
5. Bij toekenning jeugdhulp rekening houden met persoonlijke kenmerken, levensovertuiging etc.
6. Keuzemogelijkheid tussen zorg in natura of pgb
7. Klachtrecht m.b.t. jeugdhulpaanbieders
8. Klachtenverordening gemeente geldt bij klachten over gemeente
9. Recht op bezwaar en beroep
10. Vertrouwenspersoon

Cliënten betrekken bij beleid
Aan het einde van de dag volgden we nog een gesprek met staatsecretaris van Rijn. Zorg dichter bij de mensen en meer invloed van mensen op zorg en ondersteuning, dat is wat hij nastreeft met de decentralisatie en hij gaf de raadsleden mee burgers, cliënten en patiënten te betrekken bij beleid. Natuurlijk was aandacht voor kosten belangrijk, maar hij stimuleerde raadsleden ook met cliënten om de tafel te gaan en te bespreken hoe de zorg wordt ervaren en na de transitie te informeren of de zorg ook beter is geworden. Zelf ging hij de komende periode bij gemeenten langs op zoek naar goede voorbeelden.

Al met al was het een nuttige dag waarin duidelijk werd dat beleidsmakers cliëntenparticipatie een warm hart toedragen maar ook dat dat zeker nog niet in iedere gemeente goed geregeld is.
In hoeverre zijn de rechten van de cliënt in jouw gemeente geborgd en hoe staat het met de informatieveiligheid?

maandag 13 oktober 2014

Cliënten over kwaliteit van jeugdhulp en registratie van professionals


Per 1 januari 2015 treedt de nieuwe Jeugdwet in werking en worden jeugdzorgorganisaties wettelijk verplicht om te werken met geregistreerde professionals. Maar wat vinden cliënten daarvan? We vroegen cliënten - ouders met ervaring in de jeugdhulp - wat zij belangrijk vinden als het gaat om kwaliteit van werkers in de jeugdhulp en registratie van professionals.

Kwalitatief goede jeugdhulp
Cliënten geven aan dat goede jeugdhulp de jeugdige in de context ziet waar hij/zij vandaan komt en ook ouders/sociale omgeving betrekt. Ook betekent goede jeugdhulp geen wisseling van jeugdhulpprofessionals. De professional moet aansluiten bij de hulpvraag en het niveau van de cliënt (als ook bij de (culturele) achtergrond van de cliënt). Verder vinden cliënten het belangrijk dat er een is klik tussen de hulpverlener en de cliënt.

Kenmerken van een goede jeugdhulpprofessional
Een goede jeugdhulp professional kijkt volgens cliënten naar meerdere leefgebieden, denkt mee met de jeugdige en kijkt naar individuele behoeften, is betrokken, staat klaar voor de ouders en de jeugdige, heeft een open en transparante houding en durft zich kwetsbaar op te stellen. Of het nou drang en dwang betreft of ‘vrijwillige’ hulpverlening de attitude van de professional is in elke situatie hetzelfde. Daarnaast is de professional opgeleid in het verlenen van hulp.

Eisen aan de professional bij registratie
Cliënten vinden dat de jeugdhulp professional kennis moet hebben van ontwikkelingen in hulpverlening, werkervaring, een diploma, een specialisme, een VOG, aan bij- en nascholing doen (zoals Veilig Thuis of oplossingsgericht werken), zijn eigen werk evalueert (en daarbij de mening van de cliënt mee neemt). Daarnaast is het van belang dat sprake is van herregistratie zodat de cliënt weet dat de hulpverlener zijn/haar vakkennis up to date houdt.

Waar de werkgever op moet letten bij toedeling van werk
Als gekeken wordt wie naar welk gezin gaat vinden cliënten het belangrijk dat de werkgever oplet hoeveel kennis een professional heeft over soortgelijke situatie. Verder mag de werkgever de professional niet mag vragen hulp te verlenen waarin de hulpverlener niet bekwaam is of waarin de hulpverlener de kwaliteit van zijn hulp niet kan garanderen.

Wat betekent registratie voor de cliënt?
Door registratie kan de professional worden opgezocht in het register en weten cliënten wat de professional kan, wat zijn/haar specialisme is en dus wat ze kunnen vragen van de professional. Ook tuchtrecht is een vooruitgang omdat er nu kan worden ingegrepen als het mis gaat en de professional inhoudelijk kan worden aangesproken op zijn/haar werkwijze.
Registratie mag alleen niet betekenen dat de professional daar (te) veel tijd aan kwijt is en minder tijd heeft voor de cliënt.

Bevoegd betekent niet bekwaam
Cliënten zeggen keer op keer: registratie alleen is niet voldoende, bevoegd betekent niet bekwaam. De relatie hulpverlener cliënt bepaalt in grote mate de effectiviteit van de hulp. Veel klachten van cliënten gaan over houding en bejegening . Is het daarom niet noodzakelijk dat naast kennis ook (gespreks)vaardigheden en houding van de professional getoetst worden voordat er sprake kan zijn van herregistratie?



dinsdag 30 september 2014

Hoe overleef je de transitie in de Jeugdzorg?


Op 29 september was ik aanwezig op de conferentie Hoe overleef je de transitie jeugdzorg? Een succesvolle transitie zal u doen transformeren. De conferentie was georganiseerd door jeugdbescherming Amsterdam, zoals de gecertificeerde instelling (voorheen Bureau jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam) tegenwoordig heet. Beloofd was dat we in één dag wel 55 tips zouden krijgen voor een succesvolle transitie. Dat wilde ik niet missen.

55 werkdagen
De 55 tips waren verzameld door Eric Gerritsen, bestuursvoorzitter bij jeugdbescherming Amsterdam en in zijn inleiding begon hij meteen met slecht nieuws: het gaat mis en we hebben nog 55 werkdagen voordat de transitie een feit is. In een kwartier tijd vertelde hij wat je nog kunt doen om grote ongelukken te voorkomen.

1. Ervaringsleren
Je begrijpt het pas als je het zelf hebt ervaren en met de stresstest die is ontwikkeld, kunnen gemeenten dat ervaren. LOC heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van de stresstest door het aanleveren van casuïstiek. Voor meer informatie zie :
https://www.vng.nl/files/vng/201408_toelichting_-_stresstest_jeugdstelsel_deloitte.pdf

2. Werken vanuit de inhoud
De inhoud moet leidend zijn. Moeilijke gezinnen zullen blijven en we moeten ons steeds de vraag blijven stellen, waarom doen we dit ook alweer, wordt het kind hier beter van?

3. Samenwerken met het netwerk
Jeugdbescherming Amsterdam werkt bijvoorbeeld veel samen met de dierenbescherming, waar dieren worden mishandeld, worden ook veel kinderen mishandeld. Maar ook met schuldhulpverlening omdat veel jeugdzorgproblemen samen hangen met schulden. En natuurlijk met ouders. Ze betrekken betrokken ouders en vragen hen om advies en ook maken ze afspraken met het onderwijs en de ZAT teams.

4. Lerend veranderen
Je kunt alleen leren door het zelf te ervaren. Oplossingen worden bedacht op de werkvloer. Klein beginnen op basis van concrete casuïstiek. Proeftuinsuccessen kunnen verder worden uitgerold en professionals moeten in staat worden gesteld hun eigen leerproces door te maken.

5. Risicomanagement

Zijn tips: regel de toegang goed, heb aandacht voor professionals, neem zorgen serieus en regel privacybescherming, dossiervorming en ICT goed. Pas op voor overbodige bureaucratie en koester nuttige bureaucratie. En vooral: Stel je kwetsbaar op en vraag om hulp.

Vechtscheiding

Naast de inleiding van Eric Gerritsen was er de mogelijkheid workshops te volgen. Zo nam ik deel aan een workshop over vechtscheiding waarbij twee jongeren die dat zelf ook meegemaakt hadden hun verhaal deden. Deze jongeren waren van Villa Pinedo en werkten als adviseurs van volwassenen. Doel was om professionals bewust te maken wat in hun hoofd en hart omgaat. Zo hadden ze een brief aan alle gescheiden ouders in Nederland geschreven over hoe zij zich voelen en een online workshop voor ouders ontwikkeld. Zie: http://www.villapinedo.nl/producten/

Bureaucratische belemmeringen
Een ander workshop ging over omgaan met bureaucratische hindernissen. Gepleit werd voor maatwerk (tip 52 uit het boek) en het doorbeken van regels als dat nodig is als het letterlijk toepassen van regels tot niet bedoelde effecten leidt. Want het blijkt dat 99% van de regelgeving niet uit Den Haag komt, maar in de eigen organisatie zit. Nodig professionals uit om te zoeken naar wat nodig is voor dit kind en als je regels overtreedt wees dan open en transparant. Soms kan kijken naar de kosten ook argumenten geven naar gemeenten om het anders aan te pakken. Zoals een gezin met schulden toch onderdak brengen waardoor de kinderen niet uit huis hoeven en je kosten (en leed) bespaart. Geef mensen ‘the right to challenge’: komen ze met een oplossing die goedkoper is en van gelijkwaardige kwaliteit, geef het dan een kans.

Verder waren er nog veel meer interessante workshops, maar het voert te ver die hier ook allemaal te beschrijven. Het was in ieder geval een interessante middag met veel tips waar ik met een tas en hoofd vol informatie weer naar huis ging.




maandag 15 september 2014

Gezagscrisis of een opvoedcrisis?


De jeugd van tegenwoordig heeft geen respect meer voor het gezag. Leraren, artsen, ambulancepersoneel, politie, mensen worden niet meer met respect behandeld. Mensen zijn snel verontwaardigd en boos. Ambulancepersoneel wordt bedreigd: 'Als mijn broer/ moeder/ oom etc. doodgaat weet ik je te vinden.' Maar hebben we hier nou te maken met een gezagscrisis of een opvoedcrisis? Heeft dat onbeschofte gedrag niet meer te maken met een gebrek aan sociale vaardigheden? En respect moet je toch verdienen?

Opkomen voor jezelf
Misschien zijn we een beetje doorgeslagen met kinderen te leren dat je op moet komen voor jezelf en je emoties moet uiten. En is het veel belangrijker om te leren rekening te houden met anderen. We weten toch eigenlijk allemaal wel dat je niet alleen op de wereld bent en gelukkig wordt door goede relaties met anderen. En dat het helemaal niet erg is om niet altijd je zin te krijgen. Dat het soms verstandig kan zijn je boosheid in te slikken, in gesprek te gaan en naar oplossingen te zoeken om tot een win-win situatie te komen.
Want het is natuurlijk heel sociaal onhandig om ambulancepersoneel te bedreigen. De kans is dan toch veel groter dat die medewerker daardoor nerveus wordt en fouten maakt.

Respect moet je verdienen
En van de andere kant: respect moet je verdienen door je houding, woorden of aanpak. Dus is het ook voor leraren, artsen, ambulancepersoneel, politie handig en belangrijk om goed te leren communiceren met bange en boze mensen, zodat die zich begrepen voelen en serieus genomen. Leren rustig te blijven en het goede voorbeeld te geven. Bijscholing en intervisie is noodzakelijk. Want we weten allemaal dat een wiskundeleraar meestal niet de mist in gaat door gebrek van kennis in de wiskunde maar door pedagogische vaardigheden.

Sleutelfiguren
Belangrijk is om daarbij geen groepen uit te sluiten en gebruik te maken van sleutelfiguren uit de doelgroep zoals bijvoorbeeld de medewerkers van het Trias Pedagogica adviesbureau voor vaderschap, opvoeding en interculturele pedagogiek dat in 2012 de innovatieprijs aanpak kindermishandeling wint met het project: Opvoeddebatten met Marokkaanse vaders.

Investeren in opvoeding en scholing
Na al die aandacht voor opkomen voor jezelf en emoties uiten, is het nu tijd weer eens te investeren in sociale vaardigheden, gespreksvaardigheden en het leren omgaan met frustratie en boosheid.

maandag 1 september 2014

Onzichtbare kinderen in de zorg voor jeugd



Laatst was ik in Capelle aan de IJssel de conferentie 'De onzichtbare kinderen in de zorg voor jeugd'. Cliëntvertegenwoordigers,gemeenteraadsleden, wethouders, professionals en jongeren waren uitgenodigd.


Film 'onzichtbare kinderen'

De conferentie werd geopend met het filmpje 'De onzichtbare kinderen in de zorg voor jeugd' Zie: https://www.youtube.com/watch?v=nDWX19u1CP8. Onzichtbare kinderen zijn kinderen waar het ondanks een moeilijke start nu goed mee gaat en die hard aan het werk zijn met hun opleiding en ontwikkeling. Om zo ook eens te laten zien en horen dat het goed gaat met kinderen mede dankzij de jeugdzorg. Een meisje dat in de film te zien is, was ook op de bijeenkomst aanwezig. Ze wil graag het perspectief van de jongere in de jeugdzorg beter in beeld te brengen, want er is nog een hoop werk te verzetten voordat het perspectief van de jongere voldoende in beeld is bij de transitie en transformatie van de jeugdhulp.

Joris
Ongeveer vijf procent van de kinderen heeft forse problemen met opgroeien. Een percentage dat omlaag moet volgens Marjan de Lange, van het Nederlands jeugdinstituut, die vervolgens een lezing gaf. Onderwerp was verbindingen tussen de 'civil society' (de omgeving/maatschappij) en de zorg voor onzichtbare kinderen.
Ze sprak over Joris, een jongetje van 9 jaar met de diagnose PDD-NOS die moeilijk gedrag vertoont in de klas. De zorgbehoefte hangt volgens Marjan nauw samen met de ernst van de problemen, de kracht van het kind en het gezin, motivatie en leerbaarheid. Aanwezige cliënten vonden dat met name die laatste twee veel te maken hebben met de professionaliteit van de hulpverlener: een professionele hulpverlener sluit aan op de motivatie en de leerbaarheid van de cliënt en biedt hulp op maat en geen standaardaanbod.
Marjan de Lange kwam ook met een aantal tips om de kwaliteit van de hulp te verbeteren:
- handelen alsof het je eigen kind is
- sterke signalering aan de voorkant
- matched care: zo licht als mogelijk en zo zwaar al nodig
- minder doorverwijzen en meer samenwerken door bijvoorbeeld deskundigheid in te roepen
Ook lid worden van een voetbalclub kan volgens haar nuttig, maar niet alle ouders een voetbalclub kunnen betalen en dat het handig is dat trainers als ze daar behoefte aan hebben deskundigheid van de jeugdzorg inroepen als ze willen weten hoe een bepaalde jongere binnen de club te houden

Cliëntenparticipatie
Als afsluiting van de bijeenkomst konden wethouders, gemeenteraadsleden, onderwijs, professionals, cliënten en cliëntondersteuners vragen aan elkaar stellen. Aan ervaringsdeskundigheid bleken de aanwezige gemeenten veel behoefte te hebben. Samenwerken aan de transformatie met cliënten kan een meerwaarde hebben, realiseerden zij zich: betere, effectievere zorg waarbij de cliënt echt centraal staat.

donderdag 26 juni 2014

Spoedhulp in transitie


Met de transitie van de jeugdzorg bestaat de mogelijkheid crisishulp anders te organiseren nu zowel de jeugdhulp als de zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jongeren en de jeugdpsychiatrie op gemeentelijk niveau gefinancierd wordt. Op 23 juni was ik op de conferentie spoedhulp in transitie waar ik twee interessante workshops bijwoonde en ook nog een collega sprak die vertelde over een andere organisatie van crisisopvang.

Crisishulp in Friesland
De eerste workshop ging over SPOED4JEUGD. In Friesland hebben ze al enige ervaring opgedaan met spoedhulp met samenwerking tussen verschillende sectoren. In SPOED4JEUGD participeren vier organisaties: Bureau Jeugdzorg Friesland, Jeugdhulp Friesland, Reik zo ver je kunt (LVB jeugd) en Kinnik kind en jeugd GGZ. Met elkaar organiseren zij de crisishulp voor jeugd in Friesland.
De doelgroep van SPOED4JEUGD zijn kinderen en jongeren tot 18 jaar (ongeacht IQ) waar geen tweede lijnszorg ingezet is. Daarvoor hebben ze één telefoonnummer dat 24 x7 bereikbaar is. Elke melding wordt gezien als een spoedeisende melding zolang niet anders is vastgesteld. Ter ondersteuning hebben ze de beschikking over een handig logistiek instrument; een app voor smart Phone, iPad ,laptop, desktop. Verder werken ze sterk geprotocolleerd met checklists, beslisbomen, besluitvorming.
Het Principe is: als de bal wordt aangespeeld, neem je de bal aan, discussie of onenigheid vinden achter de schermen plaats waardoor de crisismelding niet gefrustreerd wordt.

Hoe pakken ze dat precies aan in Friesland?
1. Een jongere, ouder, huisarts, school, hulpverlener, belt het spoednummer.
2. Ze worden te woord gestaan door een medewerker van Bureau Jeugdzorg van het spoedteam die een interview afneemt aan de hand van een gestructureerde vragenlijst en de gegevens invoert in de app.
Het gaat om vragen zoals:
- Is er al een zorgaanbieder betrokken? (Als dat zo is wordt de cliënt daarheen verwezen)
- Hoe acuut is de situatie?
- Waar is het kind?
- Is er sprake van psychiatrische problematiek, speciale omstandigheden, laag IQ?
- Waarom nu?
- Ook maakt de interviewer een inschatting van de veiligheid.
3. De interviewer vertelt dat de cliënt dat ze eerst gaat overleggen met een collega en daarna z.s.m. terugbelt
4. De interviewer neemt contact op met een triagist, die de triage uitvoert. Triagisten zijn gz-psychologen, klinisch psychologen of psychiaters van één van de vier betrokken instellingen en hebben een 24uurs bereikbaarheid. Aan de hand van de gegevens in de app bekijkt de triagist veiligheid, suïcide gevaar, mishandeling/misbruik en neemt op basis van zijn deskundigheid een besluit aan welke zorgaanbieder de zorg wordt toegewezen.
De triagist beantwoordt twee vragen:
- Is het een crisis of kan het naar de reguliere zorg?
- Welke problematiek is voorliggend en dus welke zorgaanbieder krijgt de regie?
5. De interviewer belt terug de melder om terug te koppelen welke actie ondernomen wordt en maakt vaak ook praktische afspraken.
6. Na de terugkoppeling wordt een ambulant hulpverlener van GGZ, LVB of jeugdhulp ingezet die binnen een uur contact opneemt met het gezin. Als het niet veilig is of de hulp onvrijwillig, dan gaat altijd een medewerker van Bureau Jeugdzorg mee naar de beoordeling in het gezin.
7. Tenslotte wordt de melding afgesloten waarna de verzamelde informatie wordt verzonden naar de zorginstelling die er mee aan de slag is geweest tijdens de melding en mee verder gaat .

Een mooi systeem met als voordeel één voordeur, niet versnipperd en maximale samenwerking en om de triage zo goed mogelijk te laten verlopen en van elkaar te leren zijn er met regelmaat intervisiebijeenkomsten.

Evaluatie SPOED4JEUGD
De evaluatie van de eerste periode waarin SPOED4JEUGD actief is, is positief. Melders vinden een meldpunt een verbetering. Medewerkers vinden het leuk om aan te werken. In 40 % gaat een koppel naar het gezin voor beoordeling, omdat het om veiligheidskwesties gaat. Ook blijkt dat triagisten over het algemeen verwijzen naar de juiste hulpverlener en de kosten laag zijn. Dit wordt bij SPOED4JEUGD verklaard doordat het één pakket is: toegang - ambulant – residentieel.

Kritische succesfactoren
Als kritische succesfactoren benadrukten zij de samenwerking tussen de organisaties en direct een ambulant hulpverlener inzetten. Als de bal wordt aangespeeld, neem je de bal aan, discussie of onenigheid vinden achter de schermen plaats waardoor de crisismelding niet gefrustreerd wordt is het principe van SPOED4JEUGD.
Andere succesfactoren zijn: samen delen van dezelfde waarden en uitgangspunten om het proces goed in te richten en de uitvoering soepel te laten verlopen

Doorontwikkeling ambulante crisishulp/spoedhulp
De tweede workshop die ik bijwoonde ging over de door ontwikkeling van de ambulante spoedhulp en werd begeleid door Mariska van der Steege van Bureau van Montfoort.
Zij vertelde dat een richtlijn crisisplaatsing in ontwikkeling is. In de workshop kregen we twee definities gepresenteerd waarbij onderscheid gemaakt werd tussen spoed en crisis en verder werden we zelf aan het werk gezet om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de richtlijn.

Crisis of spoed
Crisis: levensbedreigende situatie of direct gevaar voor de jeugdige vereist direct ingrijpen (binnen 2 uur ter plaatse) en binnen 24 uur een vervolggesprek. Werkplaatsfunctie: Families First start binnen 24 uur
Spoed: ernstige verstoring draagkracht en draaglast, paniek, niet in staat adequaat te handelen, dreigend fysiek gevaar jeugdige, binnen 24 uur gesprek.
Zoeklichtfunctie. Ambulante spoedhulp start binnen 24 uur

Crisisopvang in de residentie
Op de studiedag sprak ik ook een collega van Kompaan/de Bocht in Tilburg. Zij hebben geen aparte crisisopvang maar werken met crisisbedden in de residentie, gecombineerd met ambulante hulp. De groep biedt alleen bed-bad-brood en de ambulant hulpverlener werkt met kind en gezin. Hij was enthousiast over de aanpak. Alleen afstemming met groepswerkers is een aandachtspunt.

Wat is interessant?
Organisatie
Het spoedteam SPOED4JEUGD bestaat uit Bureau jeugdzorg, jeugdhulp, LVB jeugd en GGZ jeugd. Iedere organisatie houdt de eigen verantwoordelijkheid, er wordt alleen gezamenlijk opgetrokken en taken verdeeld om de crisishulp snel en adequaat te organiseren. Als dat geregeld is wordt de melding afgesloten. Geen ingewikkelde organisatie dus.

Beoordeling in het gezin
Opvallend is dat slechts in 40 % BJZ meegaat naar het gezin gaat voor beoordeling, dus blijkbaar maar in 40% van de gevallen het om veiligheidskwesties gaat.
In Friesland gaat altijd een medewerker van de zorgaanbieder mee om te beoordelen welke hulp nodig is. Dat is vaak niet de hulpverlener die de hulp gaat uitvoeren. De vraag is of het niet mogelijk is in de triage al te beoordelen of bijv. ambulante spoedhulp of Families First de beste keuze is om in te zetten en dan de hulpverlener die de hulp ook gaat uitvoeren mee te nemen. De meerwaarde van de beoordeling van de zorgaanbieder is onduidelijk. Als je beoordeelt of iets crisis of spoed is kun je op basis daarvan kun je beslissen wie wanneer meegaat.

Adequate technische ondersteuning.
Het lijkt handig om te kijken of de app ook voor andere regio’s geschikt is en tegen welke kosten. Een bedrag van 1600 euro per maand wordt genoemd.

Gedisciplineerde uitvoering van afgesproken processen.
Wellicht zijn de checklists, beslisbomen, protocollen besluitvorming ook interessant voor andere regio’s en op te vragen bij SPOED4JEUGD

Crisisopvang in de residentie
Tenslotte vind ik de optie om crisisopvangbedden op reguliere groepen te creëren interessant, Geen doorstromingsproblemen, geen kinderen na 4 weken gedwongen verplaatsen. De hulp onafhankelijk van de locatie organiseren voorkomt een hoop geleur met kinderen. Want wie heeft ooit bedacht dat een crisis 4 weken duurt?

Crisishulp in transitie: samenwerken waar nodig, praktisch, op maat, effectief en snel de juiste hulpverlener bij het gezin die meteen kan starten, daar moeten we naartoe