maandag 28 juni 2010

Geweld achter de voordeur


Dat was alweer het derde congres dit jaar met 'achter de voordeur' in de titel. Eerder was ik op het congres Het aanbellen voorbij...: experimenteren met achter de voordeur' over multi-problemgezinnen en bij het congres Dwang voorbij de voordeur over de nieuwe wet die het mogelijk maakt psychiatrische patiënten thuis gedwongen te behandelen. Duidelijk is dat gedwongen behandeling, hulp geven terwijl gezinnen er niet op zitten te wachten, ingrijpen wanneer wantoestanden geconstateerd worden, outreachend werken, de nieuwe trend is. Zo ook met huiselijk geweld. Waar vroeger nogal eens de neiging was dit af te doen met een 'privézaak' is steeds duidelijker geworden dat het geen privézaak is maar een maatschappelijk probleem waar ingegrepen moet worden. Zeker wanneer er kinderen bij betrokken zijn. Huiselijk geweld heeft een zeer negatieve invloed op de ontwikkeling van kinderen en kan gezien worden als een vorm van kindermishandeling, waarbij ingrijpen noodzakelijk is. En dan liefst zo snel mogelijk, want hoe eerder wordt ingegrepen hoe groter de kans om het geweld ook daadwerkelijk te stoppen.
De conferentie: geweld achter de voordeur ging over huiselijk geweld bij allochtone bevolkingsgroepen in Rotterdam. Huiselijk geweld komt in alle lagen van de bevolking voor, ook in Wassenaar en Bloemendaal, maar bij gezinnen die kampen met een combinatie van problemen zoals armoede of gebrek aan een sociaal netwerk, vaker. Bovendien is er door de taalbarrière of onbekendheid met het Nederlandse hulpverleningssysteem een grotere drempel om hulp te zoeken. Reden voor de 4 M organisaties Stichting Spirit, Stichting Avanco, Platform Buitenlanders Rijnmond, Stichting Vluchtelingen organisatie Rijnmond en de stichting Welzijnsbevordering Antillianen en Arubanen een project te starten om een bijdrage te leveren aan het bespreekbaar maken en voorkomen van huiselijk geweld onder de verschillende bevolkingsgroepen in Rotterdam. Van oktober 2009 tot en met mei 2010 zijn expertmeetings en themabijeenkomsten georganiseerd. Gekeken is hoe verschillende groepen allochtonen kijken naar en omgaan met huiselijk geweld. Het resultaat is vastgelegd in een publicatie: Huiselijk geweld kent geen kleur, of toch? Gepleit wordt voor inzicht in de verschillende culturen, maar aangezien Rotterdam 196 culturen telt, is dat een veelomvattende opdracht. Kijken vanuit de cultuur is belangrijk en het betrekken van zelforganisaties bij het geven van informatie en voorlichting noodzaak. Zij kunnen zeker helpen om de bereidheid tot melden te vergroten en het zoeken van hulp te stimuleren.

dinsdag 22 juni 2010

Zorg om jeugdzorg


Het aantal kinderen dat onder toezicht wordt gesteld, neemt de laatste jaren flink toe. Ondertoezichtstelling is de meest voorkomende kinderbeschermingsmaatregel. Een deel van deze kinderen wordt vervolgens uit huis geplaatst. Deze maand kreeg ik het boek Zorg om jeugdzorg van Beijerse e.a toegezonden om te recenseren voor Biblion.Geen opwekkend boek. In december 2008 stuurden een aantal Rotterdamse jeugdrechtadvocaten een ‘brandbrief’ naar de rechtbank over de veelvuldige uithuisplaatsing van kinderen. Volgens hen wordt het middel te vaak toegepast en leunt de rechter teveel op het advies van de gezinsvoogd, die vaak nauwelijks contact heeft gehad met het gezin. In vervolg op de brief werd op 24 april 2009 het congres ’Zorg om jeugdzorg’ georganiseerd, waar kinderrechters, advocaten, medewerkers van Bureau Jeugdzorg en van de Raad voor de Kinderbescherming met elkaar va gedachten wisselden. Het boek is een verslag van dit congres; de lezingen en discussies aangevuld met verhalen van jongeren. Wat blijft hangen is een overwegend negatief beeld van de jeugdzorg, partijen die elkaar tegenwerken en weinig concrete afspraken of aanknopingspunten om gezamenlijk de hulp aan kinderen en gezinnen te verbeteren. Een gemiste kans, zeker omdat alle partijen zeggen het belang van het kind en het gezin voorop te stellen.

maandag 14 juni 2010

Elke dag je hoofd en inbox leeg


Op 3 juni was ik op het seminar jeugdzorg 2.0 over het gebruik van sociale media in de jeugdzorg. Volgens de organisatoren (Alares en FCB) wordt ondanks de vele mogelijkheden in de jeugdzorg nog weinig geprofiteerd van de mogelijkheden van moderne informatie- en communicatietechnologie. Reden genoeg om mijn licht is op te gaan steken op deze conferentie. Ik werd niet teleurgesteld.
Begonnen werd met een inspirerende inleiding waarbij gebruik gemaakt werd van Prezi, een alternatief voor Powerpoint. Dat zag er heel flitsend uit en is eenvoudig te downloaden van het internet. Bij een volgende presentatie die ik houd, ga ik het eens uitproberen.
Verder heb ik deelgenomen aan een workshop over E-hulp. Dat de resultaten van E-hulp erg goed zijn en dat je er een andere doelgroep mee kunt bereiken wist ik al, maar nieuw was te horen dat e-hulp ook op andere manieren wordt ingezet zoals voor nazorg of bij het contact tussen pleegkinderen en hun biologische ouders.
Ook heb ik kennisgemaakt met de digitale pen. Zelfs mijn handschrift kon worden omgezet in getypte tekst. Moet een ideaal middel zijn voor hulpverleners. Nooit meer verslagen overtypen, maar gewoon schrijven op een blocnote waar de cliënt bij is. Dat moet bergen tijd schelen. Tijd die besteed kan worden aan hulpverlening in plaats van administratie. Het klinkt te mooi om waar te zijn.
Na de conferentie ging ik naar huis met een vol hoofd met nieuwe indrukken. Gelukkig kreeg ik het boek Elke dag je hoofd en inbox leeg van Taco Oosterkamp mee. Mijn inbox is inmiddels leeg, en mijn hoofd nog niet. Maar misschien komt dat omdat ik het boek nog niet uit heb.

maandag 7 juni 2010

Tips voor ketensamenwerking


Op 2 juni was op de miniconferentie Trends en toekomst in de ketensamenwerking georganiseerd door Slob management. Ketensamenwerking staat volop in de belangstelling omdat veel problemen niet oplosbaar zijn door één instelling en samenwerking tussen instellingen nodig is om een cliënt/gezin goed te helpen. We kunnen het cliënten immers niet aandoen om zeven verschillende hulpverleners op hen af te sturen. Niet dat dat niet meer voorkomt. Er zijn genoeg situaties bekend waar verschillende hulpverleners aan de slag zijn in één gezin zonder dat van elkaar te weten.
Volgens Aart Jan Moerkerke, wethouder In Capelle aan de IJssel die een inleiding hield, was kostenbesparing een eerste aanleiding voor gemeenten om ketensamenwerking te stimuleren. En betere zorg voor de cliënt kwam pas daarna, de omgekeerde volgorde lijkt me. Maar goed. Doel van ketensamenwerking is dat instellingen niet meer kunnen zeggen, dat een cliënt niet in de doelgroep valt omdat hij/zij verslaafd, psychisch gestoord, verstandelijk gehandicapt, 18+, of wat dan ook is. Dat instellingen gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen de cliënt te helpen. De gemeente heeft daarbij een regierol. Ze kunnen immers als subsidiegever instellingen bewegen om deel te nemen aan de ketensamenwerking voor bijvoorbeeld de aanpak van huiselijk geweld of zwerfjongeren.
Wat daarbij niet uit het oog verloren moet worden is het onderscheid tussen het beleidsniveau en het casusniveau. De gemeente heeft de rol de ketensamenwerking tussen instellingen op beleidsniveau te begeleiden en te sturen, afspraken te maken die uitvoerders faciliteren de cliënt of het gezin zo goed mogelijk te helpen. Op casusniveau liggen de rollen anders. Daar is de hulpverlener die de beste ingang heeft in het gezin de beste regievoerder, daar wordt de aanpak bij voorkeur in samenwerking met de cliënt/het gezin bepaald door hulpverleners die betrokken zijn in de hulpverlening aan het gezin. Problemen die opduiken op casusniveau waar men in de keten niet uitkomt worden doorgesluisd naar het beleidsniveau en daar opgelost.
Op de miniconferentie hield Anja van de AA ook nog een inleiding en zij bevestigde de aanpak om te starten bij de inhoud en pas later financiering te regelen. Ze gaf een voorbeeld over ketenzorg voor daklozen in Utrecht. Ze begonnen met een bijeenkomst met sleutelfiguren, maakten met hen een programma van knelpunten, betrokken vervolgens de doelgroep erbij en vroegen ook hen om advies, op basis van dat alles maakten ze een plan, pas daarna gingen ze aan de gang met het regelen van geld. Dit alles vanuit het idee dat voor een goed plan altijd geld komt als je maar goed zoekt en niet te snel opgeeft. Ze had nog tal van tips over ketensamenwerking, maar wat vooral bij me is blijven hangen is de waarschuwing om in het kader van de ketensamenwerking niet te investeren in de ontwikkeling van nieuwe ICT, volgens haar waren er voldoende landelijke ICT faciliteiten die werken en waar op aangesloten kan worden. Goed om te weten. Meer tips zijn te vinden op www.ketens-netwerken.nl

dinsdag 1 juni 2010

Als iets werkt doe het dan vaker


In mijn blog van 12 april heb ik geschreven over oplossingsgericht werken. In Nederland vindt het oplossingsgericht werken steeds meer ingang. Zo is ook de nieuwe methodiek van de Raad voor de Kinderbescherming gebaseerd op het oplossingsgericht werken. Niet alleen wordt gekeken naar de problemen en zwakke kanten van een gezin, maar ook de sterke kanten worden in kaart gebracht. Op die manier krijgt men een beter, genuanceerder beeld van de veiligheid van het kind. En door te concentreren op oplossingen in plaats van problemen worden cliënten ondersteund in het ontwikkelen van nuttige doelen en gedrag dat werkt. Dat betekent ook richten op het aanspreekbaar houden van cliënten voor het creëren van oplossingen in plaats van het benadrukken van problemen en tekortkomingen.
In het het oplossingsgericht werken zijn er diverse methodes die een hulpverlener kan inzetten om de cliënt te ondersteunen bij het zoeken naar oplossingen. Zo is er de bekende wondervraag, zijn er schaalvragen, maar ook door het vragen naar uitzonderingen op het probleem of het uitdiepen van details op het moment dat het goed gaat zijn manieren om cliënten te stimuleren te kijken naar wat zij doen als het goed gaat. Complimenten die de aandacht trekken naar wat er goed werkte in een bepaalde situatie werken ook goed. Dit uitgaande van de volgende principes:

- als iets werkt doe het dan vaker
- als iets niet werkt stop er dan mee en doe iets anders

Klinkt simpel, maar doe het maar eens. Zo is het ook met oplossingsgericht werken. Als je oplossingsgericht aan de slag gaat zul je merken dat het werkt. Dus...

dinsdag 25 mei 2010

Nieuwe wet over dwang in de ambulante GGZ

Op 25 maart j.l. was ik aanwezig bij het congres Dwang voorbij de voordeur? georganiseerd door het Landelijk Platform GGz en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Aanleiding van de bijeenkomst was de het wetsvoorstel Wet Verplichte ggz die de huidige BOPZ (Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen) mogelijk gaat vervangen. Als de wet wordt aangenomen kunnen dwangmaatregelen overal worden toegepast en niet alleen na (gedwongen) opname in een ggz-instelling. Daarbij moet je denken aan dwangmaatregelen zoals verplichte medicatie, verplichte therapie of schuldsanering. Op de bijeenkomst waren patiënten, ouders van patiënten, psychiaters en andere hulpverleners zoals daklozendokters, straatadvocaten, het straat-pastoraat, leden van ACT/FACT teams aanwezig. Dat resulteerde in een levendige discussie. Over het algemeen werd het nieuwe wetsvoorstel als positief gezien. Dwangmaatregelen zijn minder ingrijpend als een gedwongen opname, de hulpverlening kan plaatsvinden in het gezin van de patiënt. Zeker als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de dwangbehandeling wordt uitgevoerd door vertrouwde hulpverleners; de behoefte van de patiënt wordt in kaart gebracht en serieus genomen; de naaste familie erbij wordt betrokken en gebruik wordt gemaakt van een zogenaamde crisis- of zorgkaart een kaart waarop de wensen van de patiënt over de hulpverlening bij gedwongen behandeling zijn vastgelegd) lijkt de nieuwe wet zeker een meerwaarde te hebben.

maandag 17 mei 2010

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling


Vorig jaar november was ik op het Landelijk Congres Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.

Er was veel slecht nieuws, nog steeds worden jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling en jaarlijks overlijden 50 kinderen aan de gevolgen ervan.
Maar er was ook goed nieuws. Iedereen die werkt met kinderen of volwassenen, moet eind 2010 werken met een meldcode. Er komt geen meldplicht maar het opstellen van een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt wel verplicht.

De meldcode is een stappenplan dat professionals kunnen gebruiken als ze vermoedens van mishandeling hebben. Onderzoek wijst uit dat hulp- en zorgverleners en leraren die met een meldcode werken drie keer zo vaak ingrijpen als collega’s waar zo’n code niet voorhanden is. Inmiddels is er het Basismodel van de meldcode voorhanden.Het basismodel is bedoeld als handreiking voor organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren om een een code op te stellen voor de eigen organisatie of praktijk. Omdat de ervaringen uitwijzen dat het gebruik van een meldcode echt effect heeft, stelt de overheid dit wettelijk verplicht.

Alleen het ontwikkelen van een meldcode is niet voldoende, hij moet ook worden gebruikt. De beroepskrachten moeten dan ook training krijgen, zodat zij weten wat ze moeten doen als ze vermoeden dat iemand wordt mishandeld, verwaarloosd of misbruikt.
De basis van de meldcode zoveel mogelijk hetzelfde, zodat iedereen ook op de dezelfde manier handelt. Onderdelen die echt met een bepaald beroep hebben te maken, kunnen altijd worden toegevoegd.

De meldcode beschrijft in vijf stappen wat bijvoorbeeld een arts, verpleegkundige of leraar moet doen. Het basismodel kan worden toegespitst op de eigen sector.
Stap 1: In kaart brengen van signalen.
Stap 2: Collegiale consultatie en zonodig raadplegen van het advies- en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld.
Stap 3: Gesprek met de cliënt.
Stap 4: Wegen van het geweld of de kindermishandeling.
Stap 5: Beslissen: Hulp organiseren of melden.

Een meldcode is geen meldplicht. Door te werken met een meldcode blijft de beslissing om vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling wel of niet te melden, berusten bij de professional. Dat is jammer, maar het stappenplan van de meldcode biedt bij die afweging houvast.

maandag 10 mei 2010

Ouderenmishandeling


In april kreeg ik het boek Ouderenmishandeling. Ervaringen en interventies van Gerda Krediet toegezonden om te recenseren.
Er is nog weinig kennis over ouderenmishandeling. Toch komt het vaak voor. Uit onderzoek blijkt dat één op de twintig ouderen een vorm van ouderenmishandeling ondergaan heeft. Onder ouderenmishandeling wordt elke mishandeling van een oudere (vanaf 65 jaar)verstaan, die door een bekende begaan wordt. Dat kan een familielid zijn, vaak een kind een buurman of buurvrouw, een ‘vriend(in)’, of kennis en soms ook een hulpverlener. Ouderenmishandeling kan de vorm hebben van fysieke mishandeling , maar ook financiële uitbuiting en psychische mishandeling komen al dan niet in combinatie met elkaar voor. Het betreft vaak ouderen die geen of een klein sociaal netwerk hebben en afhankelijk zijn van zorg.
In het eerste deel van het boek worden 15 schrijnende casussen van ouderenmishandeling beschreven, alsmede de aanpak en de resultaten. In het tweede deel worden mogelijke interventies beschreven en een stappenplan gepresenteerd. Het boek geeft inzicht in de verschillende aspecten van de problematiek en biedt handvatten voor hulpverleners bij het aanpakken van ouderenmishandeling.
Het blijkt niet eenvoudig ouderenmishandeling aan te pakken, maar gezien de ernst van sommige situaties is meer aandacht voor het signaleren van en ingrijpen bij ouderenmishandeling zeker nodig.

dinsdag 27 april 2010

Geheim geweld


Op 18 maart woonde ik de Kenniskring Kindermishandeling van het Raak overleg Zuid-Holland Noord bij. Spreekster was Hameeda Lakho en het thema van de bijeenkomst Huiselijk geweld, kindermishandeling en eerwraak. Hameeda Lakho (1964) werd in Pakistan geboren en kwam op vierjarige leeftijd samen met haar moeder en zussen naar Nederland in het kader van gezinshereniging. Kort daarna meldde haar vader dat hun moeder en jongste zusje waren omgekomen bij een auto-ongeluk. In werkelijkheid had hij hen afgevoerd naar Pakistan. Jaren van terreur, vernederingen, isolement en mishandelingen dwongen Hameeda op jonge leeftijd het huis te ontvluchten. De Pakistaans-Nederlandse schrijfster Hameeda Lakho (1964) wil met haar persoonlijk verhaal de aandacht vestigen op de wereldwijde slachtoffers van kindermishandeling, zodat hun stem gehoord wordt. In haar boeken Verborgen Tralies (2000), Gebroken Cirkel(2003) en Geheim Geweld (2005) beschrijft ze haar zoektocht naar zichzelf en laat zien dat er onder alle omstandigheden hoop is. Dat er nog hoop is wordt onmiddellijk duidelijk als je deze vrouw ziet staan,die ondanks de beroerde omstandigheden waarin ze opgroeide een enorme kracht uitstraalt. Ze weet haar persoonlijke ervaringen te verbinden met de theorie over kindermishandeling en om te zetten in duidelijke adviezen voor hulpverleners. Zo geeft zij aan dat ze het psychische geweld veel ernstiger vond dan het lichamelijke geweld en dat vooral dat veel tijd heeft gekost om te verwerken. Pas toen ze uit huis ging werd het voor haar echt moeilijk. Ze moest het alleen zien te redden,in het kindertehuis werd er niets met haar ervaringen gedaan en voelde ze zich niet gehoord. Ze pleit ervoor zowel met ouders als met kinderen te praten. In het gesprek met de ouders is het centraal stellen van de ontwikkeling van het kind een goede ingang om op een niet confronterende manier met hen in gesprek te gaan en te bekijken hoe samengewerkt kan worden zonder dat het gezin zich sluit. Daarnaast is het ook van belang het kind serieus te nemen en met het kind te praten over zijn ervaringen, wensen en mogelijke oplossingen.

maandag 19 april 2010

Gebruik maken van clientenfeedback


In 2004 heb ik bij Stichting Alexander het cliëntenfeedbackinstrument voor de jeugdzorg ontwikkeld, de C-toets. Een groot aantal instellingen in de jeugdzorg werkt met dit instrument. Tevredenheid van klanten is naast verminderde uitval en realisatie van doelen één van de drie criteria om vast te stellen of de hulp effectief is. Door gebruik te maken van dit instrument kunnen instellingen vaststellen wat cliënten vinden van de hulp en waar verbetering mogelijk is. Het gaat dus niet alleen om het meten van de tevredenheid en een mooi rapport maar vooral om wat daarna komt. Wat doet de instelling met de resultaten? De meeste instellingen hebben de neiging de resultaten eerst in het managementteam te bespreken en vervolgens is de rest van de organisatie. Veel beter is om het precies andersom te doen. De resultaten eerst in de cliëntenraad, jongerenraad, ouderraad te bespreken. Cliënten te vragen of zij de resultaten herkennen en ideeën hebben voor verbetering. Dat levert vaak al heel veel informatie op. De volgende stap is bespreking van de resultaten in de teams. De informatie uit de raden kan gebruikt worden en teams kunnen afspraken over verbeterpunten. De laatste stap is bespreking in het managementteam. De verbeterpunten uit de teams kunnen meegenomen worden in de planning & controlcyclus en er kunnen verbeterpunten die de hele organisatie aangaan aan worden toegevoegd zoals bijvoorbeeld verbetering van de informatievoorzieniing. Op deze manier blijft het niet bij het meten van de tevredenheid van cliënten. Want het is leuk als de instelling een rapportcijfer 7 krijgt van cliënten, maar het is natuurlijk niet de bedoeling om vervolgens achterover te gaan leunen.

maandag 12 april 2010

Vraaggericht of oplossingsgericht werken?


In 2003 publiceerde ik het boek Vraaggericht werken in de jeugdhulpverlening. Het boek is gebaseerd op de kennis en ervaring die ik als manager van het 'Project vraaggericht werken' in Zuid-Holland tussen 1999 en 2001 heb opgedaan.
Inmiddels zijn we zeven jaar verder en de ontwikkelingen hebben niet stilgestaan. Steeds vaker valt de term oplossingsgericht werken. En wat is nu het verschil of de overeenkomst tussen vraaggericht werken en oplossingsgericht werken?
Het antwoord is dat hulpverlenen begint met vraaggericht werken en vervolgt met oplossingsgericht werken. Vraag- en oplossingsgericht werken sluiten perfect op elkaar aan. Vraaggericht werken betekent aansluiten bij de hulpvraag van de cliënt, vragen naar de mening en beleving van de cliënt over het probleem en over de hulp. De volgende stap is oplossingsgericht werken. Niet het probleem, maar de oplossing komt centraal te staan. Wat gaat goed, ook al is het nog zo klein, en hoe kun je dat uitbreiden? Wat is het doel van de hulp? In de gangbare hulpverlening wordt veel aandacht besteed aan het achterhalen van de oorzaak van problemen. Maar de oorzaak zegt vaak niets over hoe je het probleem op moet lossen. Veel beter is te kijken wanneer het probleem minder is of niet bestaat. Wat doet de cliënt dan? Het gaat erom tot in detail met de cliënt uit te zoeken hoe het zit. Dus vraaggericht oplossingsgericht aan de slag. Zoals Insoo Kim Berg, één van de grondleggers van het oplossingsgericht werken het verwoord: De goede relatie tussen de hulpverlener en de cliënt is de basis waarop het bouwen van oplossingen kan plaatsvinden, maar die relatie creëert geen verandering. Iets doen aan het probleem creëert de verandering, niet erover praten. Erover praten is maar een begin. Wat de cliënt daarna anders doet, creëert de verandering (wordt vervolgt).

dinsdag 6 april 2010

Voetstappen op de trap


Vorige week kreeg ik Voetstappen op de trap. Slachtoffers van kindermishandeling vertellen hun verhaal van Kees Opmeer toegestuurd om te recenseren voor Biblion.
Jaarlijks zijn ruim 100.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Van die kinderen overlijden er vijftig. En nog geen vijftigduizend van hen komt bij de hulpverlening.
De auteur is via hulpverleningsorganisaties in contact gekomen met slachtoffers die hun verhaal wilden vertellen. Verhalen over verwaarlozing, lichamelijke mishandeling, seksueel geweld en geestelijke mishandeling zoals pesten en kleineren. Zestien slachtoffers van kindermishandeling zijn geïnterviewd en hun ervaringen zijn verwerkt tot levensechte verhalen. Zestien aangrijpende en buitengewoon schokkende verhalen, die een indringend beeld geven van hun ervaringen. Maar ook verhalen van slachtoffers die het overleefd hebben en in staat waren over hun ervaringen te praten. Waarmee zij laten zien dat zij over veel kracht, moed en doorzettingsvermogen beschikken, ondanks alle ellende. Dat er altijd hoop is, wat iemand ook meemaakt.

maandag 29 maart 2010

Nazorg na de jeugdzorg


De wachtlijsten in de jeugdzorg worden steeds langer, de duur van de OTS neemt toe en op straat zien we steeds meer zwerfjongeren. Wat is er aan de hand?
Door het ontbreken van nazorg hebben gezinsvoogden moeite de hulp af te sluiten, omdat ze voorzien dat het gezin zonder ondersteuning opnieuw in de problemen komt. Problemen die je ook ziet bij jongeren voor wie de jeugdzorg op hun 18e plotseling stopt.
Organiseren van nazorg is belangrijk omdat gezinsvoogden een OTS eerder afsluiten als er voldoende en kwalitatief goede nazorg voorradig is. Dit vermindert de wachtlijst. En als er goede afstemming tussen jeugdzorg en vervolghulp is, vallen jongeren na hun 18e verjaardag niet meer in een gat. Nu stopt de jeugdzorg met 18 jaar, terwijl veel jongeren nog wel behoefte hebben aan veelal praktische ondersteuning. Het stijgend aantal zwerfjongeren is daar mede een gevolg van.
Waarom komt dit niet of zo moeizaam van de grond? De gemeenten worden gefinancierd om dit te organiseren, maar de resultaten zijn tot op heden nog mager te noemen.
Alleen Eindhoven heeft hiervoor een aanpak ontwikkeld. De methodiek heet ‘Niemand uit beeld’. Een deel van de jongeren die uitstroomt uit de jeugdzorg heeft ondersteuning nodig. Hoe groot deze groep is is onduidelijk aangezien dit niet geregistreerd wordt. Dat is de reden dat gemeenten niet weten waar ze moeten beginnen. Wat belangrijk is, is dat wordt samengewerkt. Een half jaar voordat een jongere uitstroomt is er in Eindhoven contact met de jongere en de zorgaanbieder over wat nodig is wanneer de jongere uitstroomt. Deze behoeften staan centraal en hier wordt een programma om heen gemaakt.
Bureau Jeugdzorg onderhoudt de contacten met de zorgaanbieders en de gemeenten, nazorg is opgenomen in het indicatiebesluit en de zorgaanbieder maakt, samen met de jongere, een inschatting van de uiteindelijke noodzaak. De gemeente is uiteindelijk verantwoordelijk voor de regie en de coördinatie bij de uitvoering van het nazorgplan. Dat is nog eens een aanpak die hout snijdt. Deze methode wordt beschreven in het Handboek methodiek Niemand uit Beeld - Zorg voor jongeren na jeugdzorg. Het handboek is bedoeld voor bestuurders, beleidsmedewerkers en uitvoerders van gemeenten en provincies, welzijns- en zorginstellingen, zorgaanbieders en Bureau Jeugdzorg. Het is ondersteunend van opzet. Het is aan gemeenten om de methodiek op maat te maken voor de lokale situatie.

maandag 22 maart 2010

Multi-problem gezinnen: het probleem van de hulpverleners


Vorige week was ik op de conferentie: 'Het aanbellen voorbij...: experimenteren met Achter de Voordeur'. Steeds vaker hoor je dat sneller moet worden ingegrepen achter bij problemen in gezinnen. Maar het blijkt helemaal niet nodig de deuren langs te gaan om poolshoogte te nemen, al deze gezinnen zijn al bekend bij diverse instanties. De vraag is meer: wie pakt het op? Er zijn gezinnen bekend waar meer dan 10 hulpverleners bij betrokken waren. Gezinnen met een combinatie van problemen zoals schulden, een verstandelijke handicap, psychiatrische problemen, crimineel gedrag, opvoedingsproblemen, noem maar op. De politie, UWV, woningbouwvereniging, GGZ, MEE, Bureau Jeugdzorg, stadsbank, huisarts, spijbel-ambtenaar buitelen over elkaar heen. Het grootste probleem van het multi-problem gezin is dan ook de samenwerking en afstemming tussen de hulpverleners. Niet de ernst of het aantal problemen maar visie-verschillen tussen hulpverleners over de aanpak is één van de belangrijkste criteria om in een traject voor multi-problem gezinnen te komen. Op het congres werd in workshops de aanpak gepresenteerd van Amsterdam, Eindhoven, Enschede, Gouda, Groningen en Nijmegen. En waar vooral de aandacht naar uitging was wie de regie in de hulpverlening heeft, wie heeft het uiteindelijk voor het zeggen? In Amsterdam is een model ontwikkeld van besluitvorming, waarbij als ze er niet uitkomen uiteindelijk de burgemeester de beslissing moet nemen. En met veel enthousiasme werd de aanpak van Enschede onder de aandacht gebracht, waarbij één hulpverlener het mandaat krijgt namens de anderen te beslissen. En nou maar hopen dat met al deze mooie modellen er ook op gelet wordt om een hulpverlener naar het gezin te sturen die een goede relatie heeft met het gezin en/of in staat is echt contact te leggen. Want bij één gezin en één plan kunnen de hulpverleners het met elkaar eens zijn, dat is een mooie stap, maar de cruciale factor is nog altijd de samenwerking met het gezin.

dinsdag 16 maart 2010

Zomaar een kind


Sinds vorige week staat het boek Zomaar een kind van Cock Fuchs en mij op ten pages.com. Website http://www.tenpages.com/boek/zomaar_een_kind. Op deze site kun je de eerste vijftien pagina's van het boek lezen. In dit boek wordt het leven beschreven van Cock Fuchs, zijn ouders en zijn voorouders. Cock groeide op na de tweede wereldoorlog in een liefdeloos gezin dat geteisterd werd door armoede, huiselijk geweld en alcoholisme. De wortels van deze ellende zijn terug te voeren op gebeurtenissen in de oorlog. Dit had zijn weerslag op Cock, maar hij wist zich hieruit te ontworstelen en werd uiteindelijk directeur in de jeugdzorg. Dit boek is meer dan een waar gebeurd verhaal. Met behulp van theorie wordt geïllustreerd wat de invloed van jeugdervaringen op iemands gedrag en persoonlijkheid is. Duidelijk wordt met wat voor problemen de jeugdzorg in Nederland te maken krijgt en wat het belang is van goed georganiseerde hulpverlening.
Bekijk het, lees de eerste vijftien pagina's en help om het boek gepubliceerd te krijgen door aandelen te kopen!

dinsdag 9 maart 2010

Man is stoer, vrouw is hoer


In 2009 zijn door het Coördinatiecentrum Mensenhandel (Comensha) 909 slachtoffers van mensenhandel geteld. Onder mensenhandel vallen ook vrouwenhandel en gedwongen prostitutie. Vrouwenopvangcentra vangen vrouwen uit de vrouwenhandel op. Maar het kan dagen tot weken duren voordat er een opvangplek beschikbaar is voor slachtoffers. De aanpak is moeilijk. ‘Afzonderlijke signalen van mensenhandel zijn op zichzelf vaak niet duidelijk genoeg om mensenhandelaren te kunnen aanpakken en structurele barrières op te werpen,’ zegt minister Hirsch Ballin. Dat blijkt ook uit het verhaal van Anna, die denkt in Nederland in de bloemen te kunnen werken, maar verkocht wordt als prostituee. Ze wordt door de politie bevrijdt en komt zonder cent op zak op straat. Daar ontmoet ze Sertan, trekt bij hem in en wordt zwanger. Hij zet haar niet aan het werk in de prostitutie, maar mishandelt en verkracht hij haar wel regelmatig. Langzamerhand komt ze er achter dat hij werkt als pooier. Nadat hij is opgepakt neemt ze contact op met Maria Genova met het verzoek haar verhaal op te schrijven. In het boek man is stoer, vrouw is een hoer dat ik vorige maand recenseerde wordt het tragische verhaal van Anna verteld en ook de reacties van de schrijfster hierop worden uit de doeken gedaan.

dinsdag 2 maart 2010

Zaal zes of hoe normaal is normaal?


In een smerig bijgebouwtje zwaait Nikita de scepter. 'Hij behoort tot de categorie simpele, betrouwbare, stipte en bekrompen die de orde boven alles liefhebben en er daarom van overtuigd zijn dat zij er op los moeten slaan'. Op een dag komt er een nieuwe dokter, dokter Andrej. Als hij zijn functie aanvaardt, bevindt de instelling zich in een verschrikkelijke toestand: stank, kakkerlakken, wondroos enz. Eerst wil hij het ziekenhuis sluiten, maar komt tot de conclusie dat dat wegsturen van patiënten ook niets goeds oplevert. Hij doet een paar kleine aanpassingen en trekt zich daarna weinig aan van de wantoestanden. Hij houdt twee maal daags spreekuur, maar na een tijdje geeft hij de moed op en bezoekt niet meer dagelijks het ziekenhuis. Op en bepaald moment krijgt hij een assistent genaamd Jevgeni en ook hij is verontwaardigd over het ontbreken van antiseptische middelen en andere zaken, maar voert geen nieuwe maatregelen in uit vrees Andrej voor het hoofd te stoten. Dokter Andrej is een eenzame man die contact legt met patiënt Ivan in het bijgebouw. Het gesprek met Ivan maakt zo'n diepe indruk op hem dat hij hem dagelijks gaat bezoeken. De consequentie hiervan is dat zijn omgeving aan zijn verstandelijke vermogens gaat twijfelen en hij uiteindelijk zelf in het bijgebouw terecht komt en aan den lijve ervaart hoe Nikita is. 'Hoe kwam het dat hij daar gedurende meer dan twintig jaar niets van had geweten en ook niet had willen weten?' verzucht hij aan het einde van het verhaal. Zaal 6 is een verhaal van Tsjechov uit de bundel De dame met het hondje en het bijzondere aan het verhaal is dat, hoewel het in 1892 geschreven is, nog steeds actueel is.
Als je nieuw komt in een instelling vallen je allerlei dingen op die verbeterd kunnen worden. Maar na een tijdje wen je eraan en zie je het niet meer. Zo gaat dat hier nou eenmaal, iets anders is niet mogelijk. Totdat je je voorstelt dat je zelf of je familie of kinderen ergens cliënt of patiënt zijn, dan wordt het een ander verhaal. Voor iedere werker in de zorg is het van belang constant te blijven nadenken wat zijn handelen betekent voor de cliënt en of ze zelf op zo'n manier behandeld zouden willen worden. Hoe gewoon is slaan tijdens koranlessen, het naakt vastbinden van verstandelijk gehandicapte patiënten of pyamadagen voor bejaarden? Hoe normaal is normaal en wat kun jij eraan doen?

maandag 22 februari 2010

Wat is het nut van een cliëntenraad?


En hoe organiseer je een cliëntenraad waar je wat aan hebt?

Sinds begin 2007 ben ik voorzitter van de cliëntenraad van de Raad voor de Kinderbescherming in Amsterdam & Gooi en Vechtstreek. De huidige cliëntenraad bestaat uit 8 (ex) cliënten, zeven vrouwen en één man en komt 4 tot 5 keer per jaar bij elkaar.

Ondersteuning vanuit de organisatie
Een voorwaarde voor een goed functionerende cliëntenraad is ondersteuning vanuit de organisatie en een directe link naar de directeur. In Amsterdam wordt de cliëntenraad ondersteund door de beleidsadviseur.

Onderwerpen
In de cliëntenraad worden onderwerpen besproken die cliënten aangaan zoals de resultaten van het cliënttevredenheidsonderzoek, het klachtenreglement, de folders, diversiteit, het jaarplan, een raadsonderzoek. Cliënten kijken op een andere manier naar deze zaken dan hulpverleners en managers en kunnen daardoor een zinvolle bijdrage leveren aan de kwaliteit van de hulp. Zij hebben ervaren wat het is om hulp te krijgen en zien daardoor veel scherper welke aspecten van belang zijn voor cliënten.

Van informeren naar adviseren
Maar een goed functionerende cliëntenraad is er niet van de ene op de andere dag. Het betekent investeren zodat cliënten goed geïnformeerd zijn en weten hoe de organisatie in elkaar zit. Zo zijn o.a. een raadsonderzoeker, een juridisch medewerker, een gedragsdeskundige en een teamleider op de vergadering in Amsterdam geweest om over het werk te vertellen. Dit leverde veel informatie, vragen en discussie op waardoor de leden in staat zijn een gefundeerd advies te geven.

Advies van de cliëntenraad over bejegening
1 Het belang van het kind staat voorop
Niet de belangen van de ouders, maar die van het kind staan centraal. Daarom is het belangrijk om het kind te zien en ernaar te luisteren.
2 Respectvolle houding ten opzichte van de cliënt
Objectiviteit, serieus nemen, je bewust zijn van je vooroordelen, een open houding, je houden aan afspraken en goed luisteren zijn van belang.
3 Zorgvuldige communicatie
Goed formuleren, aangeven wie wat heeft gezegd, begrijpelijke taal gebruiken, rapport met cliënt doornemen, uitleggen wat er gaat gebeuren.

Met elkaar in gesprek blijven
Het blijft zoeken naar manieren om de stem van de cliëntenraad in de organisatie te laten horen en aspecten die cliënten belangrijk vinden onder de aandacht te brengen. Zo hadden we in januari een bijeenkomst tussen medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming en leden van de cliëntenraad. Het is zinvol om met elkaar in discussie te gaan, vragen te stellen en daarmee de kwaliteit van de hulp te verbeteren.

maandag 15 februari 2010

Dakloosheid, een eigen of een gedwongen keuze?


En wat zegt het antwoord op deze vraag over de aanpak?

Lekker doen waar je zin in hebt
Het idee is nog steeds wijd verbreid dat langdurige dakloosheid een eigen keuze is. Dat mensen er voor kiezen op straat te leven als een soort Swiebertje uit de populaire tv-serie in de jaren ’60 en ’70. Een romantisch idee om lak te hebben aan regels en lekker te doen waar je zin in hebt.

Iedereen drinkt, slechts enkelen worden dakloos
Als het niet hun eigen keuze is, is het toch minstens hun eigen schuld. ‘Ze hoeven niet te drinken, ze gieten het zelf naar binnen. Het is wat anders dan kanker, dat overkomt je,’ was de opmerking van een startende hulpverlener in de verslavingszorg.
Velen van ons hebben stevig gedronken tijdens hun studententijd en misschien ook nog wel eens wat drugs uitgeprobeerd. Wij zijn toch ook niet verslaafd geraakt? Beter nog: degenen die het meeste dronken, in kennelijke staat van de barkruk vielen of over niets anders konden discussiëren dan het opeten van de worm uit de Mescal, hebben het inmiddels geschopt tot hoogleraar.
Oké, natuurlijk is het mogelijk om door een samenloop van omstandigheden - werkloosheid, alcoholmisbruik, echtscheiding, schulden - voor korte tijd dak- of thuisloos te worden. Maar dat is niet vergelijkbaar met langdurige dakloosheid.
Zo houden we vast aan het idee van de maakbaarheid van het leven. Het bezweert de angst dat ons ook zoiets zou kunnen overkomen. Als je iets echt wilt, kun je het. Dan kun je stoppen met drinken en met drugs gebruiken. Meer dan 46% van de Nederlanders is te dik, er is een explosieve groei van 55 plussers met een alcohol probleem en 27% rookt ondanks alle waarschuwingen nog steeds, maar dat is iets heel anders.

Hangovers
I’ve had about more of them
Than any person alive
And they haven’t killed me
Yet
But some of those mornings felt
Awfully near
Death.
Bukowski

De maatschappelijke opvang als afvalputje
Maar hoe zit het dan? Waarom zwerven zij wel op straat en wij niet? Waarom iemand langdurig dak- of thuisloos is kan tal van redenen hebben: psychiatrisch stoornissen, psychosociale problemen, verslaving aan alcohol, drugs of gokken, zwakbegaafdheid, schulden, traumatisch ervaringen. Vaak is het een combinatie van twee of meer van deze zaken gecombineerd met forse gedragsproblemen. Deze mensen zijn niet te begeleiden door de reguliere zorg omdat ze niet alleen verslaafd zijn, maar ook nog eens kampen met meerdere problemen en lastig zijn. Ze vallen door het reguliere vangnet als gevolg van een combinatie van problemen en komen terecht in het afvalputje van onze maatschappij: de maatschappelijke opvang. Het enige alternatief is de straat.

The beggars
Scuffed shoes
Shirts with buttons
Missing,
Faded and wrinkled
Clothing-
Muted eyes,
They are the
Unwashed
The unwanted
Bukowski

Het ene probleem lokt het andere uit
Steeds vaker blijken dakloze cliënten licht verstandelijk gehandicapt te zijn. De maatschappij is inmiddels zo ingewikkeld geworden dat zij het niet meer redden. En er zijn genoeg mensen die graag misbruik maken van deze situatie. Een kredietje voor een mooie flatscreen televisie, een nieuwe mobile of een laptop? Alles is binnen handbereik, ook met een uitkering. Dat je ook je zorgverzekering moet betalen, gas en licht, internetaansluiting en noem maar op, dat is van latere zorg en nu niet te overzien. Bovendien iedereen heeft zo’n mooie mobile en het is echt geen geld. Maar dat hoeft niet meteen tot gigantische problemen te leiden. Het gaat om de combinatie van problemen. Schulden, verslaving, psychiatrische problemen, een verstandelijke handicap. Het gebruik van verslavende middelen door zwakbegaafde jongeren is riskant, omdat ze door hun verstandelijke beperking niet goed in staat zijn de consequenties te overzien. Mensen met een psychische stoornis zijn gevoeliger voor verslaving. Door het gebruik van drugs kan iemand met aanleg psychotisch worden. Het ene probleem lokt het andere uit.

Is confronteren zinvol?
Als we er vanuit gaan dat dakloosheid, verslaving en schulden een eigen keuze is lijkt een confronterende aanpak het beste. Opsluiten van dak- en thuislozen in gevangenissen of zwerfjongeren in opvoedkampen en pas met psychiatrische patiënten aan de slag als deze voldoende lijdensdruk ervaren om werkelijk behandeld te willen worden. Maar waar zijn we eigenlijk mee bezig als we jongeren, verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten straffen omdat ze zich niet aan de regels houden? Keer op keer blijkt alleen opsluiten, zonder behandeltraject niet zinvol. En opvoedkampen hebben nog nooit over positieve resultaten kunnen buigen (Traas 2006). De cliënten van de maatschappelijke opvang hebben vaak een hele geschiedenis van internaten en gevangenisstraffen zonder resultaat. En kwetsbare mensen zonder hulp de straat opsturen lost ook niks op. Maar hoe moet het dan wel?

Aansluiten bij de cliënt
Het antwoord is buitengewoon saai en ontluisterend. Aansluiten bij de cliënt, investeren in het contactleggen met de cliënt, vraaggericht werken (Welling 2004). Tijdige diagnostiek, niet alleen psychiatrische diagnostiek, maar ook een IQ test. Doordat daklozen ‘streetwise’ zijn is een verstandelijke handicap niet altijd duidelijk. En dan bij verstandelijk gehandicapte cliënten geen inzicht verwachten, maar rekening houden met hun capaciteiten. Soms taken overnemen. Er zijn voor de cliënt (Baart 2004) als de cliënt dat nodig heeft. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de communicatie essentieel is, veel belangrijker dan de gebruikte technieken (Lambert 1992). Maar liefst 30% van het effect van de behandeling is toe te schrijven aan algemene factoren. Onder deze noemer valt een breed scala van bejegeningaspecten van de hulpverlener, zoals betrokkenheid, warmte, empathie, acceptatie, aanmoediging en wederzijds respect. Of zoals professor Judith Wolf van het UMC St Radboud in Nijmegen zegt bij de presentatie van de nieuwe aanpak voor zwerfjongeren Houvast: ‘Als je als begeleider niet aansluit op de jongeren, zijn ze pleite.’

Grenzen stellen en contact houden
Maar hoe moet dat dan met cliënten die grenzen overschrijden? Je moet toch ook kunnen ingrijpen als het nodig is? Vraaggericht werken klinkt wel heel erg makkelijk, zo makkelijk is deze groep cliënten niet, anders hadden ze al lang hulp gehad. Maar duidelijk is dat opsluiten alleen ook niet helpt. Duidelijkheid met behoud van contact daarentegen wel. In Leiden bij de Maatschappelijke Opvang hebben ze daar een slimme oplossing voor gevonden. Allereerst is het streven iedere Leidse cliënt in beeld te krijgen. Het is in Leiden niet eenvoudig anoniem dakloos te zijn. En als er een onbekende dakloze wordt gesignaleerd in de stad, zoekt het outreachend team contact met deze persoon en probeert deze toe te leiden naar de zorg. Daar kunnen heel wat uren en praatjes over het weer aan voorafgaan om het vertrouwen van deze cliënten te winnen. Als de cliënt eenmaal van de straat is en gebruik maakt van de opvang is de volgende stap de intake en diagnostiek, waarna de cliënt zowel een maatschappelijk werker als een woonbegeleider krijgt toegewezen. De maatschappelijk werker is casemanager en verantwoordelijk voor de zorg en het begeleidingsplan en de woonbegeleider is gekoppeld aan de opvangvoorziening en ondersteunt de cliënt daar met allerlei zaken rondom het wonen en andere praktische zaken.
Is het niet een beetje overdreven twee hulpverleners? De reden is dat het kan gebeuren dat een cliënt wegens onaanvaardbaar gedrag uit een opvang- of woonvoorziening wordt gezet. De maatschappelijk werker kan dan door met de cliënt. Het contact met de woonbegeleider stopt. Deze heeft de cliënt meegedeeld dat hij te ver is gegaan en het verblijf beëindigd. Maar de maatschappelijk werker gaat verder. Continuïteit is belangrijk voor deze kwetsbare doelgroep. ‘Rot wat er gebeurd is, wat nu? Hoe gaan we er voor zorgen dat je onder dak komt en dit niet weer gebeurd?’ En dat is de basis van een aanpak met deze lastige groep cliënten, je kunt gedrag van de cliënt afkeuren, maar niet de persoon. Met de cliënt ga je verder en kijken naar de toekomst, naar mogelijkheden. Je bent als hulpverlener nooit teleurgesteld in je cliënt, het is jammer dat het gebeurd is en hoe zorgen we dat het de volgende keer beter gaat.
Of zoals een zeer ervaren hulpverleenster tegen een cliënt zei die haar telefonisch uitschold voor rotte vis. ‘Ik merk dat je vandaag niet in een goede bui bent, weet je wat, ik bel je morgen. Dag.’

Professionele hulpverleners
Dak- en thuislozen begeleiden om weer te participeren in de maatschappij en een menswaardig bestaan te leiden vraagt deskundige professionals met veel veerkracht, begrip en een oneindig doorzettingsvermogen om de cliënt die hulp te geven die hij nodig heeft.

Be kind
We are always asked
To understand the others
Viewpoint
No matter how
Outdated
Foolish or
obnoxious

One is asked
To view
Their total error
Their life-waste
With
Kindliness,
Especially if they are
Aged.

But age is the total
of our doing.
They have aged
Badley
Because they have
Lived
Out of focus,
They have refused to
See.
Not their fault?
Mine?

I am asked to hide
My viewpoint
From them
For fear of their
Fear.

Age is no crime
But the shame
Of a deliberately
Wasted
Life

Among so many
Deliberately
Wasted
Lives

Is.
Bukowski

In 2009 was ik werkzaam als projectleider Actief onder Dak en beleidsondersteuner bij De Binnenvest, maatschappelijke opvang in Leiden.Op basis van mijn ervaringen heb ik dit artikel geschreven.

Gebruikte literatuur
Baart A (2004) Een theorie van presentie. Boom
Bukowski C (1999) The last night of the earth poems. Black Sparrow Press Santa Rosa
Goosensen A. (2008) Logica en liefde in de verslavingszorg: de behandelrelatie als basis voor zorgvernieuwing. Lectorale rede, Hogeschool InHolland
Lambert MJ (1992) Implications of Outcome Research for Psychotherapy Integration. Handbook of psychotherapy integration. Norcross and Goldstein. New York, Basic Books: 94-129
Traas M (2006) Aandacht of aanklacht. HB uitgevers
Welling M (2004) Vraaggericht werken in de jeugdhulpverlening. Lemma Utrecht
Wolf, J. (2009) Wat werkt? Houvast. Ontwikkeling van een bij dakloze jongeren passende interventie , lezing op het congres ‘Zwerfjongeren in beeld'
www.rivm.nl

maandag 8 februari 2010

Vroeger en verder


Mensen die langdurig in een afhankelijkheidsrelatie mishandeld of seksueel misbruikt zijn, kunnen een complexe posttraumatische stress stoornis (PTSS) ontwikkelen. Zij kunnen last hebben van nachtmerries, herbelevingen, slaapproblemen, prikkelbaarheid, woede-uitbarstingen, concentratieproblemen, zichzelf beschadigen, lichamelijke klachten, laag zelfbeeld en andere hinderlijke klachten. Stabiliteit is een eerste stap en een voorwaarde voor verwerking van de traumatische ervaringen. In januari kreeg ik het handboek voor trainers en werkboek voor cursisten van de cursus Vroeger en Verder van Ety Dorrepaal, Kathleen Thomaes en Nel Draijer toegestuurd. De cursus is bestemd voor vrouwen met een complexe posttraumatische stressstoornis en is erop gericht meer begrip en controle te krijgen over denken, voelen en handelen. In 20 gestructureerde bijeenkomsten krijgen de cursisten informatie, praktische vaardigheden en cognitieve gedragstherapie met als doel afname van de klachten. In het handboek met CD is alle informatie voor de trainer gebundeld en in het werkboek en de CD kunnen de cursisten de lezingen, oefeningen, huiswerkbladen en infobladen van de verschillende bijeenkomsten vinden. Deze informatie, huiswerkopdrachten en oefeningen vinden zijn oorsprong in de RET, Mindfullness, psycho-educatie en cognitieve gedragstherapie. Onderdelen van de cursus zijn ook goed bruikbaar in andere hulpverleningssituaties.

dinsdag 2 februari 2010

Omgaan met seksuele intimidatie


In november vorig jaar kreeg ik het boekje omgaan met seksuele intimidatie van Riek Vilters toegestuurd. Betrouwbare cijfers over de omvang van seksuele intimidatie ontbreken, maar schattingen lopen uiteen van 3 tot 7% (Arbokennisnet). Onder seksuele intimidatie wordt verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag, met een seksuele connotatie, dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige beledigende vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. De werkgever heeft de plicht een beleid te voeren ter voorkoming, en als dat niet mogelijk is, beperking van psychosociale arbeidsbelasting. Seksuele intimidatie is een vorm van psychosociale arbeidsbelasting. Dit boekje geeft op beknopte en praktisch wijze de belangrijkste juridische mogelijkheden en valkuilen bij het omgaan met seksuele intimidatie weer. Eén en ander wordt geïllustreerd met situaties uit de praktijk. Hiermee en met de voorbeeld klachtenregeling heeft de werkgever handvatten voor het ontwikkelen van beleid in het omgaan met seksuele intimidatie in de instelling.
Alles bij elkaar een praktisch, overzichtelijk, beknopt boekje over de juridische aspecten in het omgaan met seksuele intimidatie op de werkplek.

maandag 25 januari 2010

Sharia in Nederland en tranen in de woestijn.


In april en mei 2009 heb ik twee boeken gerecenseerd die het thema vrouwenbesnijdenis onder de aandacht brengen: Sharia in Nederland van Nizaar Makdoembaks en Tranen in de woestijn van Halima Bashir.
Jaarlijks worden bij hulpinstanties ongeveer vijftig meldingen gedaan van vrouwenbesnijdenis of vrouwelijke genitale verminking (VGV). Het werkelijke aantal is veel hoger. VGV heeft ingrijpende psychisch en lichamelijke gevolgen en wordt gezien als een zware vorm van kindermishandeling. In het boek van Makdoembaks wordt ingegaan op het ontstaan en de achtergronden van VGV, de verschillende vormen, beleid en wetgeving in Nederland en medische en juridische aspecten. Aan de hand van een casus worden de ingrijpende gevolgen van VGV geschetst. De titel van het boek dekt niet de inhoud. Het boek is een soort pamflet tegen VGV: op diverse manieren wordt de ernst van VGV onder de aandacht gebracht en het falen van het Nederlandse beleid onderstreept. Tal van voetnoten, herhaling en gebruik van medische terminologie moeten de ernst benadrukken. Het voorstel voor een medisch contract dat staatssecretaris Bussemaker met ouders wil sluiten wordt vergeleken met de shariawet. In het laatste hoofdstuk worden aanbevelingen gedaan een andere aanpak van VGV in Nederland.
Tranen in de woestijn is een aangrijpend boek over vrouwelijke arts die opgroeit tijdens de oorlog in Soedan en gedetailleerd verslag doet van haar ervaringen en emoties.
In 2003 breekt het conflict Darfur in Soedan uit. Dit conflict wordt uitgevochten door de regering in Khartoem en de Janjaweed, een door de regering bewapende militie van lokale Arabische stammen, aan de ene kant, en Afrikaanse rebellengroepen aan de andere kant. Het heeft geleid tot minstens 300.000 doden en 2 miljoen vluchtelingen. Halima Bashir is geboren in Soedan als lid van de Zafhawastam . Buiten de genitale verminking op haar 8e, heeft ze een goed leven en groeit op in een liefdevol gezin. Ze is intelligent en krijgt de kans medicijnen te studeren. Als ze gaat werken als arts wordt geconfronteerd met de slachtoffers van de oorlog. Later wordt ze zelf opgepakt, gemarteld en verkracht, omdat ze strijders heeft behandeld en ook haar dorp wordt aangevallen en verwoest. Ze vlucht naar Engeland. Daar doet ze verslag van de verschrikkingen die plaatsvinden in Soedan en kreeg een nominatie als meest inspirerende persoon in 2008.

Duidelijk mag zijn dat vrouwelijke genitale verminking één van de ernstigste vormen van kindermishandeling is en na het lezen van deze twee boeken is dat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Inventarisatie van de risicogroep door het registreren van dochters van genitaal verminkte vrouwen bij bevallingen moet mogelijk zijn. In Senegal zijn goede resultaten behaald met het terugdringen van VGV door een combinatie van intensieve voorlichting met het gezamenlijk publiekelijk afkeuren van VGV. Het lijkt de moeite waard een dergelijke aanpak te vertalen naar de Nederlandse situatie.

maandag 18 januari 2010

Veilig opgroeien


Jaarlijks komen bij de Raad voor de Kinderbescherming tal van meldingen over een bedreigende situaties van kinderen. Het Bureau Jeugdzorg of het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling schakelt de Raad voor de Kinderbescherming in om de gezinssituatie van het kind te onderzoeken. De Raad moet beoordelen of het kind veilig is of dat ingrijpen noodzakelijk is. Een moeilijke afweging, waarbij vooral de aandacht is voor wat niet goed gaat. In het boek Veilig opgroeien van Turnell wordt een uit Australië afkomstige benadering gepresenteerd waarin samenwerking met het gezin wordt nagestreefd en gekeken naar signalen van veiligheid. Van melding, via intake, onderzoek naar beoordeling en afsluiting wordt de theorie en de verschillende stappen in de 'Signs of Safety' benadering verhelderd en geïllustreerd met voorbeelden uit de praktijk. Hoewel de organisatie van de kinderbescherming in Australië afwijkt van de Nederlandse is deze aanpak ook hier goed bruikbaar . Dit is inmiddels opgepikt door een aantal Bureau's jeugdzorg en ook in de nieuwe methodiek van de Raad voor de Kinderbescherming zijn duidelijk aspecten van de ' Signs of Safety' benadering te herkennen.

maandag 11 januari 2010

Basisboek huiselijk geweld



Een interessant boek dat ik in maart vorig jaar toegestuurd kreeg, was het Basisboek Huiselijk Geweld van Hans Janssen. Van alle vormen van geweld komt huiselijk geweld het meeste voor. Jaarlijks vallen er 150 doden als gevolg van geweld achter de voordeur. Maar hoe signaleer je als professional huiselijk geweld? Zeker met de wet Tijdelijk Huisverbod, die in 2009 in werking trad, zijn de mogelijkheden om in te grijpen vergroot. Maar hoe maak je het bespreekbaar en hoe pak je het aan? In dit helder opgebouwde en toegankelijk geschreven basisboek is alle informatie gebundeld die in de afgelopen dertig jaar is opgebouwd. Het gaat in op de aard en de omvang, de oorzaken en de gevolgen van huiselijk geweld, die aanpak en de noodzakelijke vaardigheden van professionals die geconfronteerd worden met huiselijk geweld en kindermishandeling. De tekst is geïllustreerd met krantenberichten over huiselijk geweld en voorbeelden van 'best practice'. Auteur Hans Janssen was jarenlang bij het Ministerie van Justitie de landelijk projectleider 'huiselijk geweld'.

donderdag 7 januari 2010

Vertrouwen in jeugdzorg


Een paar weken terug kreeg ik het boek Vertrouwen in Jeugdzorg van Wiel Janssen toegestuurd om te recenseren voor Biblion.
In de afgelopen twintig jaar is het aantal kinderen dat een beroep doet op jeugdzorg verdubbeld. Wiel Janssen stapte in augustus 2008 op als directeur van Bureau Jeugdzorg Amsterdam. De negatieve berichten over het Bureau volgden elkaar in een razend tempo op. Janssen is niet de enige Jeugdzorg directeur die in de afgelopen jaren - al dan niet gedwongen - het veld ruimde. In dit boek betoogt Janssen dat de rol van de Bureau's jeugdzorg in de afgelopen jaren ingrijpend is veranderd. En dat niet de jeugdzorgprofessionals maar de politiek daarin leidend was. Met als gevolg dat de kern van het werk steeds meer uit zicht raakte. Het stelsel is versnipperd geraakt met alle gevolgen van dien. Ook de op te richten Centra voor Jeugd en gezin gaan de huidige problemen niet oplossen. In deze publicatie worden de problemen in de jeugdzorg beschreven en de ontwikkeling van de jeugdzorg sinds 1975. Een analyse van de problemen wordt gegeven en voorstellen voor verbetering van het huidige jeugdzorgstelsel worden gedaan.

maandag 4 januari 2010

Bloggen en The Artist Way



Waarom starten mensen een weblog? Het is een dagboek, maar dan voor een breder publiek. Waar een dagboek is om je sores eens lekker van je af te schrijven, is een weblog meer voor nieuws dat ook voor anderen interessant is. Dus het feit dat de poes vanochtend weer gekotst heeft of dat ik m'n nieuwe lens lastig in mijn oog krijg komt er niet in. Tussen mijn 12e en mijn 19e hield ik een dagboek bij dat volstond met mijn ervaringen op school, thuis en met vriendjes. En zelfs dat dagboek censureerde ik uit angst dat mijn ouders, of nog erger m'n broer, het zou lezen. Wat ook gebeurde en te zien was aan de 'leuke'opmerkingen die hij erbij geschreven had.
Een paar jaar terug ben ik weer met een dagboek begonnen, maar nu anders. Ik had het boek The Artist Way van Cameron gelezen. Dit ietwat zweverige boek beschrijft een methode om in twaalf weken de verschillende blokkades die onze creatieve vermogens in de weg staan, op te heffen. Aangezien ik net gestart was met creatief schrijven leek me dat wel wat. Ik heb alle oefeningen uit het boek gedaan en dat was leuk en inzichtgevend. Het helpt met name helder te krijgen wat je zelf belangrijk vindt en waar je je energie wel en niet in wilt steken. Alleen de oefening om een week niet te lezen (een week!) heb ik overgeslagen. Wat vooral is blijven hangen is het advies dagelijks drie pagina's te schrijven met persoonlijke overpeinzingen. Geen literatuur, geen filosofie, gewoon al je persoonlijke geneuzel op papier plempen. Dan ben je het maar kwijt en komt er ruimte voor de kunstenaar in je. Dat doe ik nog regelmatig, niet dagelijks, maar het is heerlijk om drie pagina's vol te zeveren en zeker als je dat een paaar dagen achter elkaar doet verdwijnen je problemen als sneeuw voor de zon of blijft er niets anders over actie te ondernemen omdat je toch niet nog een dag hetzelfde wilt neerschrijven. Hoe dan ook, teksten die absoluut niet interessant zijn voor de ander en trouwens ook niet voor jezelf (Cameron raadt ook aan ze niet terug te lezen, maar weg te gooien).
Het doel van een weblog is ook anders. Een breder publiek, discussie aanzwengelen. Maar waarover dan? Waar heb je het zo over met vrienden? Gebeurtenissen in de media. Zoals de kerstrede van de koningin die msn-en maar niks vindt, terwijl ik zie dat jongeren meer in plaats van minder contact met elkaar hebben. En de inhoud van mijn werk natuurlijk over de hulp aan clienten in de jeugdzorg, bij huiselijk geweld en in de maatschappelijke opvang. En over literatuur, welk boek je gelezen hebt en waarom de ander het zeker wel of niet moet lezen, is een steeds terugkerend onderwerp dat nooit verveelt. Theater, film, Oerolfestival? Eigenlijk is er meer dan genoeg om over te schrijven.
Dan kan ik de recensies die ik schrijf voor Biblion over nieuwe boeken in de zorgsector net zo goed ook in mijn weblog zetten, hebben meer mensen er ook nog plezier van. En de artikelen die ik schrijf over m'n werk in de zorg. En de verhalen die ik zelf schrijf dan? Misschien.
Zo'n weblog, ik ga het maar eens uitproberen.